Ik ken echt niemand die voor zijn lol in een lift gaat zitten

Wekelijks rekent Japke-d. Bouma af met jeukwoorden op kantoor.

japke0

Wat ik dus totaal niet snap op kantoor, is de uitdrukking ‘in de lift zitten’. Als in: ‘hij zit in de lift’, ‘de afdeling sales zit weer in de lift’ of ‘ik heb het idee dat we sinds de zomer weer in de lift zitten’. Bedoeld wordt: het gaat lekker, we gaan lekker, het gaat beter, maar als ík het hoor, denk ik altijd ‘getsie’.

Want als er één plek op kantoor is waar alle jeukwoorden, burn-outs, depressies, allergieën en ellende samenkomen, is het wel de lift. Doos des doods, hok van de hel, schacht naar de schemer, voorportaal van het vagevuur. Het grijnzende gat waar uitzichtloosheid, claustrofobie en naargeestigheid materialiseren.

Als je voor je lol in een lift gaat zitten, dan ben je echt niet helemaal lekker, hoor. Ik vind het de plek waar je altijd naar beneden gaat, ook al ga je omhoog. Waar je je voortdurend realiseert dat je in een metalen kooi aan stel draadjes hangt die elk moment in een absoluut dodelijke liftschacht kan storten – laat staan als je er met een hele afdeling, of een heel bedrijf in zit. Een plek waar je niet wordt toegelachen door het lot, maar het beest juist voortdurend in de bek kijkt. Waar kantoortijgers je op 10 cm afstand in de neusgaten staan te blazen. Waar je je adem moet inhouden tegen de parfums, deodorants en typische lichaamsgeuren die je zintuigen bestormen. Waar het menu van het bedrijfsrestaurant hangt: röstirondjes en vegetarische kip cordon bleu.

De SPIEGELS ook, waarin je er altijd uitziet als een uitgescheten erwt met zwarte bulten onder je ogen. En dan nog dat LICHT waarmee de meest sadistische lichtdivisie van Philips de belichting voor horrorfilms test. De dwanggedachte IK MAG GEEN WIND LATEN IK MAG GEEN WIND LATEN IK MAG GEEN WIND LATEN. Of nog erger: de wind die je ruikt als je binnenstapt, en dat dan op de volgende verdieping de dader uitstapt en iedereen die erna komt denkt dat jij het was.

Maar het ergste zijn natuurlijk de kantoorclichés die in de lift gebezigd worden. Man man man. Alsof alles ineens mag, omdat het in de lift is. ‘Zo, dit is zeker de stoplift’. ‘Zo, het zit er weer op’. ‘Zo, allemaal even de buik inhouden’, ‘zo, we mogen weer’, ‘zo we gaan weer naar boven’, ‘zo we gaan weer naar beneden’. ‘zo de week is weer doormidden’. ‘Zo.’

Ik ben zo blij dat ik een speciale sleutel van de brandweer heb. Daarmee stopt de lift alleen waar ik wil. Mijn collega’s kunnen drukken op knoppen tot ze verbrand rubber ruiken; de lift stopt alleen op mijn commando. Anders was ik allang een moord begaan.

Ik zou dus zeggen: we gaan lekker UIT die lift. Heerlijk, vaste grond onder je voeten. We gaan gezellig allemaal beneden zitten, of buiten. Of we gaan zélf naar boven klimmen, stap voor stap, met de slecht ter been zijnde collega’s op de rug – om hijgend te genieten van het uitzicht. Want je bent kwetsbaar in de lift, je bent er altijd met te weinig en je kan erin vast komen te zitten.

Mensen die ‘in de lift zitten’, daar wil niemand mee ruilen