Hoe de pater een list verzon en IS-gijzelaars bevrijdde

Interview Zuhri Khazaal, Syrisch-orthodoxe pater Syrische christenen zijn massaal gevlucht voor IS. Duizenden anderen zijn tot slaaf gemaakt. Pater Zuhri was vorige week in Brussel om aandacht te vragen voor hun lot.

Foto Eric Brinkhorst

Toen het stadje Qaryatain in april door het Syrische leger werd heroverd op de terreurgroep Islamitische Staat (IS), stond pater Zuhri Khazaal te dansen van geluk. Hij was op dat moment op bezoek in Nederland, op uitnodiging van de Aramese Beweging voor Mensenrechten en de christen-democratische Europese Volkspartij in Brussel.

„Ik werd gebeld door de commandant van een regeringsmilitie vanuit mijn ouderlijk huis: Daesh [de Arabische afkorting voor IS, red.] is verdreven”, vertelt de pater, een goedgemutste man met een grijze baard en een lange zwarte mantel. „Ik kon mijn geluk niet op.”

De bedoeling was dat pater Zuhri op 5 april zou spreken in het Europees Parlement over de vervolging van Aramese christenen in Syrië en Irak. Voor de oorlog vormden christenen zo’n 10 procent van de Syrische bevolking en 6 procent van de Iraakse. Maar door oorlog is hun toekomst onzeker geworden. IS maakt zich schuldig aan etnische zuiveringen.

Duizenden christenen zijn vermoord of gevangengenomen en tot (seks)slaaf gemaakt. Naar schatting 700.000 christenen, ongeveer 40 procent van de christelijke bevolking van Syrië, zijn het land ontvlucht. De achterblijvers krijgen van de extremisten de keuze: jizya (beschermingsgeld) betalen of moslim worden. Wie weigert, wordt vermoord.

Daar wilde pater Zuhri in het Europarlement aandacht voor vragen. Maar de bijeenkomst ging niet door vanwege de terreuraanslagen in Brussel, waarbij 32 doden vielen. Niet alleen in Syrië, maar ook in Europa bleek de pater niet veilig voor het geweld van IS. Vorige week woensdag sprak hij het parlement alsnog toe.

Oud-Aramees

Qaryatain werd in augustus 2015 veroverd door de moslimextremisten, die het 1.500 jaar oude klooster Sint-Elian in het stadje zwaar toetakelden. Voor de oorlog woonden er zo’n tweeduizend katholieken en Syrisch-orthodoxen in Qaryatain. Net als de pater spraken sommigen nog het Oudaramees uit de tijd van Jezus Christus. Hun aantal was flink uitgedund toen IS het stadje innam.

„Toen de extremisten binnenvielen, probeerde iedereen halsoverkop te vluchten”, vertelt Zuhri in de tuin van de Syrisch-orthodoxe kerk in het Twentse Glane, zowat op de Duitse grens. „Velen is dat niet gelukt. De extremisten hebben 267 christenen en 10 moslims gevangengenomen. Anderen werden in koelen bloede vermoord, oude mensen werden in waterputten gegooid.”

Lange tijd hoorde de pater niets over het lot van de gijzelaars, onder wie een katholieke priester met wie hij goed bevriend was. Waar waren ze? Waren ze überhaupt nog in leven?

„Na een maand onzekerheid kwamen we erachter dat ze gevangen waren genomen. We hebben geprobeerd te onderhandelen met IS over hun vrijlating, maar dat liep op niets uit. Hun dood leek een kwestie van tijd.”

Daarop besloot de pater een reddingsactie op touw te zetten. Te veel details wil hij niet prijsgeven, aangezien hij het zijn missie heeft gemaakt om ook gijzelaars die elders in Syrië worden vastgehouden vrij te krijgen. En wellicht dat de listen die hij gebruikte in Qaryatain daarbij nog eens van pas kunnen komen.

Dit wil hij wel kwijt: „Eerst moesten we erachter zien te komen waar de gijzelaars werden vastgehouden. Via informanten in de stad wisten we hun locatie te achterhalen”, vertelt hij. Hoewel ze werden bewaakt door IS-strijders, wisten de informanten brieven van de gijzelaars de stad uit te smokkelen. Toen de priester schreef dat hij vreesde voor zijn leven, besloot Zuhri in actie te komen.

Via Google Maps had de pater routes voor de reddingsoperatie uitgestippeld. Het plan was om in veewagens de stad binnen te rijden, vermomd als vrome moslims. Maar zonder hulp van het Syrische leger was het onmogelijk om honderden mensen ongezien de stad uit te krijgen. Om de IS-strijders af te leiden, lanceerde het leger een aanval op de stad. De gijzelaars zijn uiteindelijk verstopt tussen de schapen de stad uit geloodst.

Voor de oorlog waren we als broeders

Qaryatain mag dan intussen zijn bevrijd, IS is zeker nog niet verslagen. Ziet Zuhri wel een toekomst voor christenen in Syrië? „Als het land niet uiteenvalt en IS wordt verdreven, is er plek voor alle minderheden, niet alleen christenen. Voor de oorlog leefden we als broeders. Een van mijn beste vrienden is moslim. Hij kreeg borstvoeding van mijn moeder en ik van die van hem. We hadden respect voor elkaars normen en waarden, anders kun je niet naast elkaar leven.”

De vraag is wat er van die tolerantie over is na een burgeroorlog die al ruim vijf jaar duurt en die de haat tussen bevolkingsgroepen enorm heeft aangewakkerd. De opstand wordt gedragen door de sunnitische meerderheid, van wie velen een intense haat hebben ontwikkeld voor het door alawieten gedomineerde regime van president Bashar al-Assad.

Toch ziet Zuhri het van oudsher seculiere regime als de beste waarborg voor religieuze verdraagzaamheid in Syrië. De meeste sunnieten denken er net zo over, beweert hij – ondanks de beschieting en belegering van burgers. „Tegen terroristen moet je je beschermen”, zegt hij daarover.

„Maar je moet niet alleen naar de symptomen kijken. De haat wordt aangewakkerd door Turkije, Saoedi-Arabië en Qatar, die de rebellen steunen. Daar moet een eind aan worden gemaakt.”

De pater ziet zichzelf als bruggenbouwer. „Als geestelijken hebben we de taak op te komen voor onze gemeenschap. Maar ik vind dat je je niet alleen om je eigen mensen moet bekommeren. Je moet als voorbeeld dienen. Daar proberen we zo goed mogelijk invulling aan te geven.”

Zuhri vertelt dat hij enkele dagen eerder nog iemand vrij heeft gekregen uit handen van het Vrije Syrische Leger.

„Zij haten christenen niet, maar ontvoeren mensen voor het geld. Het zijn gewoon bandieten. Na mijn bemiddeling lieten ze hem gelukkig toch vrij.”

    • Toon Beemsterboer