‘Hij is een gevaar op de weg’

Verkeer Ze rijden rechtdoor over de rotonde, schakelen moeilijk of vergeten de verkeersregels. Hun kinderen, en soms partners, staan doodsangsten uit. Wat kun je doen om je geliefde de auto uit te krijgen?

Foto David van Dam

De koffie was goed, het gesprek geanimeerd. „En zullen we dan nu een stukje gaan rijden?” vragen Jan en Annemarie Hogervorst uit het Noord-Hollandse Heemskerk. Jan pakt zijn wandelstok en schrijdt naar zijn auto. Jan (82) is de bestuurder. Annemarie (79) rijdt niet meer. „Ik heb moeite met inparkeren. Voel me niet happy.”

We stappen in de auto bij een man die niet alleen apneu en een TIA heeft gehad, een dotteroperatie heeft ondergaan en lijdt aan een longziekte, maar die volgens zijn twee dochters ook „beginnend dement” is. Het echtpaar zelf ontkent dat. „Hoezo? Iedereen vergeet wel eens wat.” De dochters durven niet bij hem in de auto te stappen. Dochter Marianne van de Water: „Hij verbaasde zich er laatst over dat er zo veel auto’s op de vluchtstrook reden. Dat was een spitsstrook.”

Hogervorst, een 82-jarige gepensioneerd elektrotechnicus, heeft onlangs zijn rijbewijs met drie jaar kunnen laten verlengen. Hij moest zelf een vragenlijst invullen en deze completeren met verklaringen van huisarts en medisch specialisten. Er was een korte medische test. Daarna volgde een rijtest, waarvoor hij glansrijk slaagde. Annemarie: „Hij was na tien minuten weer terug.” Jan: „Er waren obstakels in het verkeer waar ik goed mee omging.” De medisch adviseur verklaarde hem rijgeschikt op voorwaarde dat hij gebruik maakt van automatische schakeling vanwege „functiebeperking van de benen bij polyneuropathie”. Hogervorst: „Mijn linkervoet doet niet wat ik wil. Bij het fietsen glijdt ’ie van de pedaal af.” In zijn Kia Carens hoeft hij alleen de rechtervoet te gebruiken, voor rem en gaspedaal.

‘Als ze gaan fietsen, is de kans op ongevallen veel groter’

De dochters vinden dat hij moet stoppen met autorijden. „Het is levensgevaarlijk”, zegt Marianne. „Hij heeft een engel die hem steeds redt. Maar er komt een moment dat het fout gaat. Dan rijdt hij misschien een kind dood.” Dochter Caroline Bonekamp: „Mijn vader heeft goede en slechte momenten. Ik kan duizend dingen noemen die gevaarlijk zijn. Hij denkt dat je tachtig mag rijden waar het vijftig is, of hij rijdt zeventig waar je honderd mag.”

Hogervorst start de auto en rijdt het woonerf af. Heemskerk doorkruisend. Enigszins schokkerig optrekkend maar tijdig afremmend voor een vrouw met kinderwagen die onverwacht oversteekt. Keurig enkele rotondes nemend.

Het echtpaar vindt het „jammer” dat hun dochters het autorijden van hun vader verafschuwen, maar ze begrijpen het wel. „Ze zijn overbezorgd”, zegt Annemarie. Halverwege de rit vraagt ze of wij vinden dat haar man gevaarlijk rijdt. „Nee toch? Als ik met kromme tenen in de auto zou zitten, zou ik niet mee gaan.” Ze weten heus wel dat vader niet piepjong is, en snel vermoeid raakt. „Daarom rijden we alleen korte afstanden.” Lange ritten zijn er niet bij. ’s Avonds rijden doen ze ook niet meer. „Kaarten bij vrienden doen we alleen nog ’s middags.”

Sleutels en rijbewijs verstoppen

Talrijk zijn de verhalen over stuntelende ouderen achter het stuur. Familieleden staan doodsangsten uit en proberen te verhinderen dat hun geliefden de weg opgaan. Ze praten op hen in. Ze maken ruzie. Ze verstoppen de sleutels of het rijbewijs. Parkeren de auto uit het zicht. Schakelen artsen in en vragen keuringen aan. Of ze bieden hun bejaarde vader of moeder een lift aan.

Wijkverpleegkundige Denise Nagel heeft dementerende cliënten met auto’s „vol deuken en krassen” die „op rotondes rechtdoor rijden”. Haar ervaring is dat mensen met dementie zich vaak schamen, en niet over hun ziekte spreken. Haar eigen grootvader „weet dat hij alzheimer heeft” maar rijdt nog altijd auto. „Het ziektebesef is beperkt. Mensen denken nog veel te kunnen. Ze teren op wat bekend is. Maar ze missen inzicht. Met veranderde situaties kan iemand die dementerend is lastig omgaan.”

De kwestie is niet van vandaag of gisteren. Het praten erover wel. „Mijn moeder was dementerend en ze was een gevaar op de weg”, vertelt Nico Hamstra, sprekend over pakweg een kwart eeuw geleden. „Ze reed vaak links, maar volgens de huisarts was er niks aan de hand en toen ik de politie vroeg of die iets kon ondernemen, kreeg ik de vraag of ik misschien achter de auto van mijn moeder aan zat. Drie weken later belde de politie op en vertelde dat ze met haar Fiëstaatje een BMW van de politie in de vangrail had weten te rijden. Jongen, zei ze nog, oppassen op de autoweg want daar rijden twee heel boze agenten.”

De roep om maatregelen klinkt. Denise Nagel: „Rijvaardigheid is een grijs gebied, voor mensen met dementie maar ook bijvoorbeeld voor mensen met parkinson. Niemand durft de verantwoordelijkheid te nemen. Eigenlijk zou een arts dat moeten zijn.” Marianne van de Water ziet het als haar „missie” de medische test en de rijtest „serieuzer” te maken.

Voormalig landelijk verkeersofficier Koos Spee pleit voor een strenge „wettelijke plicht” om je te melden als jou iets mankeert wat de rijvaardigheid kan beïnvloeden. Familie of vrienden zouden bij het CBR gemakkelijker moeten kunnen laten weten dat er iets niet in de haak is. Medische keuringen moeten ook „onafhankelijker” worden. „Tussen arts en patiënt is nog te vaak ouwejongenskrentenbrood.” En er moet vaker worden gekeurd, ook bij jongeren. En rijbewijzen moeten niet, zoals nu, vanaf je 75ste jaar voor vijf jaar worden afgegeven, maar voor één jaar. Spee: „Ik spreek graag over een APK voor automobilisten.”

Een keuring van 10 minuten

Of het echt zo slecht gesteld is met de beoordeling van de rijvaardigheid van vergeetachtige, vermoeide of ronduit demente oudere automobilisten, is onderwerp van debat. Een eigenaar van een bureau dat onder meer medische keuringen uitvoert voor het CBR, René Mogge, vindt dat keuringen wel wat „strenger” en „uitgebreider” mogen zijn. „De keuring is beperkt en duurt tien tot vijftien minuten. Ik heb natuurlijk een commercieel belang, maar ik ben voorstander van een uitgebreide keuring, bijvoorbeeld met een grote vragenlijst en bloedonderzoek. Een acceptatiekeuring voor een levensverzekering duurt drie kwartier. Welke keuring is nou eigenlijk belangrijker?” Het CBR zelf zegt dat de rijbewijskeuring toetst of bestuurders voldoen aan de eisen die de wet stelt. „Natuurlijk is dat een serieuze zaak. We willen allemaal veilig thuiskomen.” Rijtesten worden afgenomen door „een speciaal daarvoor opgeleide deskundige”. Daarbij kunnen ook anderen wel degelijk hun twijfel over de geschiktheid van een autorijder melden, mits daarbij wel een verklaring van een arts of een maatschappelijk werker is gevoegd, want „het is niet de bedoeling de buurman te pesten”.

‘Ik heb het CBR aansprakelijk gesteld voor het geval mijn man schade zou veroorzaken’

En dan de rijvaardigheid zelf. Zijn ouderen vaak betrokken bij ongevallen? Eigenlijk niet. „Ja, als slachtoffer”, laat ouderenbond ANBO weten. Volgens Veilig Verkeer Nederland zijn ouderen „over het algemeen véél veiligere weggebruikers dan jongeren”. Woordvoerder Rob Stomphorst: „Ouderen laten zich niet opjutten. Ze veroorzaken weinig schade, hooguit raken ze af en toe een paaltje.”

Je moet ouderen met beginnende dementie niet te snel van de weg halen, vindt Wiebo Brouwer, emeritus hoogleraar verkeersgeneeskunde en neuropsychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. „Mensen met een lichte of beginnende dementie kunnen vaak nog heel verantwoord rijden”, zegt hij. De Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) is evenmin enthousiast over maatregelen tegen senioren. „Je kunt niet zeggen dat 75-plussers onveiliger rijden dan jongeren”, zegt onderzoeker Ragnhild Davidse. „Sommige tachtigplussers reageren sneller dan sommige veertigers. De verschillen zijn groot.” Ouderen veroorzaken niet vaker dodelijke ongevallen. Dat ouderen, zelfs als hun van alles mankeert, toch vaak slagen voor een rijtest, verbaast Davidse niet. Ouderen compenseren hun zwakheden met hun grote ervaring bijvoorbeeld, maar ook door slecht weer te mijden. „Voor anderen vormen ze niet zo’n groot risico. Voor zichzelf wel, omdat ze bij een aanrijding sneller zware, soms dodelijke verwondingen oplopen.”

Een paspoort naar de vrijheid

Davidse gelooft niet dat het goed is om zwakke ouderen sneller een rijbewijs af te pakken. „Aan het rijbewijs ontlenen ze hun mobiliteit en zelfs hun identiteit. Het is hun paspoort naar de vrijheid. En wat is hun alternatief? Als ze gaan fietsen, is de kans op ongevallen veel groter.”

Er is ooit een vergelijking gemaakt tussen Zweden, waar ouderen geen keuring hoefden te ondergaan, en Finland, waar dat wel gold. „Wat bleek? De Finnen leverden hun rijbewijs sneller in en gingen fietsen of lopen. Het gevolg was dat oudere Finnen vaker overleden als gevolg van fiets- en voetgangersongevallen dan Zweden, terwijl het aantal verkeersdoden onder automobilisten vergelijkbaar was.”

Wat natuurlijk nooit slecht is, is een opfriscursus. Laatst was er een in Amstelveen. Veertig senioren, gemiddeld 72 jaar, luisteren naar cursusleider Erwin Hoekstra, rijschoolhouder in Amstelveen, en stellen vragen. Wanneer je precies moet stoppen voor zebrapad? „Als iemand aanstalten maakt het zebrapad te betreden.” Of de aanduiding ‘bus’ op het wegdek ook geldt voor bestelbussen? „Nee.” Of je kleinkinderen in een maxicosi op de passagierstoel mag meenemen? „Het beste is op de achterbank.”

Het verkeer is complexer geworden, zegt de 77-jarige Herman Hartog, en ook de bediening van de auto is er niet eenvoudiger op geworden. „Het grootste risico voor ouderen zit ’m in de bediening van de techniek. Als een oudere de ventilatie wil aanzetten, heeft hij daar moeite mee. Een jongere doet het in een oogwenk.” Ouderen, zegt cursusleider Hoekstra, zijn een categorie apart. Maar lang niet altijd onveiliger. „Ouderen rijden langzamer. Maar ik heb liever een langzame automobilist dan iemand die in een dikke BMW nét voor het einde van een afrit met hoge snelheid mijn lesauto passeert, met de kans dat ik hem raak.”

In Heemskerk intussen, zijn we veilig teruggekeerd op het woonerf van Jan Hogervorst. Hij heeft achteruit ingeparkeerd en stapt uit. De fotograaf is gearriveerd en vertelt dat hij iemand kent die op rotondes rechtdoor rijdt. „Jaaaa”, zegt Hogervorst. „Maar dat is dan ook de snelste weg, hè.” Het is een grapje.

    • Arjen Schreuder