‘Dekker houdt die islamitische school niet tegen’

Onderwijs De overheid weigert een nieuwe islamitische school geld. De staatssecretaris stelt zich boven de wet, vindt hoogleraar Zoontjens.

Staatssecretaris Dekker is bang dat kinderen zich door de geplande islamitische school van Nederland zullen afkeren. Foto: Bart Maat / ANP

In Amsterdam komt voorlopig geen nieuwe islamitische middelbare school. Staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs, VVD) weigert de Stichting Islamitisch Onderwijs (SIO) geld hiervoor te geven. Dat schreef hij maandag aan de Kamer.

De aanleiding? Een van de stichtingsbestuurders riep eerder openlijk op tot steun aan IS. De man vertrok, maar de andere bestuurders namen niet direct en publiekelijk afstand van de uitspraken, zegt Dekker. Daarop besloot hij de onderwijsinspectie op het bestuur af te sturen. Om na te gaan of de school onder meer goed burgerschapsonderwijs zou kunnen geven. Want Dekker wil niet dat leerlingen zich straks tegen de maatschappij keren.

Vrijheid is geen vrijbrief

Maar de SIO weigerde medewerking, aldus Dekker. En daarom neemt hij stelling, hoewel hij zich doorgaans niet met de komst van nieuwe scholen bemoeit. „De vrijheid van onderwijs is een groot goed, maar het is geen vrijbrief voor onderwijs dat strijdig is met de waarden van onze democratische rechtsstaat.”

Toch rijst de vraag: kan hij op deze grond de school geld weigeren?

Nee, zegt hoogleraar onderwijsrecht Paul Zoontjens van de Tilburg University. In artikel 23 van de Grondwet staat immers dat iedereen in principe een school mag oprichten. Daarbij gelden twee criteria: er moeten genoeg leerlingen zijn en de richting moet erkend zijn. „Aan die eisen voldoet de SIO.”

Dat de school nog steeds niet is begonnen, komt omdat het bestuur ook in de clinch ligt met de gemeente Amsterdam. Die weigerde de SIO een pand omdat de bestuurder die de omstreden IS-uitspraken deed, eerder een islamitische school runde die moest sluiten vanwege slecht onderwijs en te weinig leerlingen. Na een slepende rechtzaak oordeelde de Raad van State onlangs dat de gemeente de SIO toch van een gebouw moet voorzien. Maar nu weigert Dekker dus te betalen.

Volgens hoogleraar Zoontjens plaatst de staatssecretaris zich hiermee boven de wet. „Als de SIO naar de rechter stapt, geef ik de stichting 90 procent kans dat ze wint.”

Kwaliteitstoets

Juist om zijn mogelijkheden tot ingrijpen toch wat te verruimen, werkt Dekker al enige tijd aan een nieuwe wet. Daarin wil hij bij oprichting van een school een kwaliteitstoets opnemen. Zoontjens noemt een integriteitscheck van bestuurders ook een idee. Als iemand veroordeeld wordt om extremistische uitspraken, zou hem dat zijn bestuurspost kunnen kosten.

Vooralsnog ontkomen Dekker én Amsterdam er niet aan de SIO-school te laten beginnen, meent Zoontjens. Onder de huidige regelgeving kan de staatssecretaris wel achteraf ingrijpen en de geldkraan dichtdraaien. „Als er misstanden blijken plaats te vinden.” Volgens de hoogleraar zou de onderwijsinspectie ook een actievere rol kunnen spelen, als consulent van startende scholen. Inspecteurs die op extreme situaties stuiten, zouden scholen dan indringende adviezen kunnen geven om ze de gewenste richting op te sturen.