Bedevaartstocht zonder wandelaars

Jaarlijks lopen tienduizenden pelgrims de weg naar het Noord-Spaanse Santiago de Compostella. Om religieuze redenen, als remedie tegen burn-out of midlifecrisis, sommigen met een sportief motief, maar dat kun je maar beter niet invullen op de enquêteformulieren die bij officiële pleisterplaatsen worden uitgereikt. De wandeling dient te leiden tot een vorm van zelfonderzoek, hoe bescheiden ook.

De hardcore wandelaar zal tegenwerpen dat elke wandeling een spirituele ervaring is, want in elke stap zitten momenten van twijfel, opgeven en doorgaan. Dat zijn ook de drie voornaamste elementen die documentairemaker Freddy Mouchard tegenkwam in de verhalen van de wandelaars die hij gedurende drie jaar tijd op de vier voornaamste pelgrimswegen (er zijn er meerdere) naar Santiago tegenkwam. Hij smeedde ze aaneen tot een reisdagboek, gelardeerd met citaten van Rimbaud, Apollinaire en Daumal, de flaneur- en wandeldichters, en liet ze vertellen door meerdere stemmen, terwijl hij in zijn landschappelijke beeldtaal de individuele wandelaar zoveel mogelijk buiten het kader hield.

Je maakt de hele tocht als het ware door de ogen van de wandelaar mee. Beter nog misschien. Want alleen in de mooiste zonsop- en ondergangen, en slechts zelden in de stromende regen of brandende zon. Het is een film voor mensen die ook het laatste stukje naar Finisterre nog lopen en daar in de bloedrode zonsondergang aan zee hun kleren verbranden, voor teruggekeerde reizigers, aspirant-bedevaarders en Ersazt-toeristen. Al maak je in de bioscoopstoel zoveel moois mee dat je vreest dat het in het echt alleen kan tegenvallen.

    • Dana Linssen