Wietteelt reguleren: dat kan dus gewoon

Een juridisch rapport stelt dat mensenrechten landen kunnen dwingen wietteelt te reguleren. Lokale bestuurders zijn verheugd.

Foto’s Gino Kleisen

Legalisering van cannabis is wél mogelijk volgens internationaal recht. Mensenrechten kunnen overheden zelfs verplichten om gereguleerde cannabisteelt en -handel toe te staan wanneer dit de mensenrechten beter beschermt dan een verbod op drugs. Dat blijkt uit onderzoek van juristen Piet Hein van Kempen en Masha Fedorova van de Radboud Universiteit Nijmegen dat maandag verscheen.

In een eerdere studie concludeerden dezelfde wetenschappers juist dat er géén juridische ruimte was voor regulering. De VN-drugsverdragen zouden dat verbieden. Maar in de nieuwe studie is ook gekeken naar de mensenrechten en die verplichten overheden te handelen in het belang van de burger. En als dan blijkt dat gereguleerde teelt die belangen beter beschermt dan een verbod, zoals door betere kwaliteit en controle van wiet en minder criminaliteit en overlast in woonwijken, dan is regulering gewenst en toegestaan.

1 Waarom is dit onderzoek zo belangrijk?

Mogelijk biedt het nieuwe ruimte voor experimenten met gereguleerde wietteelt, zoals tientallen gemeenten willen. Die vinden het huidige gedoogbeleid voor wiet onhoudbaar. Ze ervaren door het verbod op wietteelt veel overlast – gevaarlijke situaties op zoldertjes, vermenging van boven- en onderwereld – en pleiten voor een vergunningsysteem met gereguleerde teelt.

Alleen, pilots zijn altijd tegengehouden door het kabinet met als belangrijkste argument dat regulering strijdig zou zijn met internationale verdragen. Ter onderbouwing voerde het kabinet een eerder onderzoek aan dat Van Kempen en Fedorova hebben uitgevoerd. Daaruit bleek toen dat er geen juridische ruimte was voor regulering. Maar nu blijkt die ruimte er dus wel te zijn.

2 Hoe kunnen onderzoekers tweemaal iets anders concluderen?

Hun vorige studie, uit 2014, had een beperkte onderzoeksvraag. Daarom onderzochten Van Kempen en Fedorova alleen de drugsverdragen en niet de mensenrechten. De conclusie destijds kwam oud-minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD), tegenstander van regulering, niet slecht uit. Hij had de studie op verzoek van de Tweede Kamer laten uitvoeren.

Maar bij drugsonderzoekers leidde de publicatie tot kritiek. Ze vonden de studie niet compleet, omdat niet naar de mensenrechten was gekeken. Ook Van Kempen zelf vond het half werk, hij voelde best voor een tweeluik. Waarna hij opnieuw de opdracht kreeg, ditmaal van Utrecht, Eindhoven en Heerlen, gemeenten die voorstanders zijn van experimenten met regulering. En ditmaal met een bredere onderzoeksvraag.

De onderzoekers bekeken tientallen resoluties en verdragen en ruim achthonderd publicaties en uitspraken. Een weging van drugsverdragen en mensenrechten bleek nooit eerder gedaan, zegt Van Kempen. „Blijkbaar was dit een blinde vlek.” Omdat onduidelijk is óf mensenrechten boven drugsverdragen prevaleren, analyseerden de onderzoekers de verdragen op basis van harmonie: in welke situatie zijn de meeste belangen gediend – een gangbare methode om te wegen. De uitkomst was boven verwachting helder: reguleren kán.

3 Móéten overheden wietteelt nu reguleren?

Nee. Alleen onder een aantal voorwaarden kan volgens internationale verdragen regulering beter zijn dan een verbod. Zo moet een staat eerst aannemelijk maken dát gereguleerde teelt tot effectievere mensenrechtenbescherming zal leiden. Uit een pilot zou dan moeten blijken dat door regulering minder geweld of minder overlast in woonwijken voorkomt. Ook moet sprake zijn van een gesloten systeem dat de export vermindert, zodat het buitenland geen nadeel van de regulering ondervindt.

En de beslissing moet op nationaal niveau op voldoende maatschappelijk draagvlak steunen. Volgens de verdragen is het dus niet toegestaan dat gemeenten zelf een initiatief beginnen.

Het betekent ook dat elk land zelf kan bepalen welk drugsbeleid – verbod of regulering – de mensenrechten het beste beschermt. Dit geldt overigens niet alleen voor wiet. Stel dat regulering van heroïne de volksgezondheid beter zou dienen dan een verbod, dan is ook dat toegestaan – al acht Van Kempen die kans „niet zo groot”.

4 En nu?

Nu is het Rijk weer „aan zet”, zegt de Utrechtse wethouder Victor Everhardt (D66), een van de initiatiefnemers van de studie. Pilots waren altijd verboden, maar nu met de uitkomst van dit onderzoek zijn wat hem betreft „de bordjes definitief verhangen”.

De timing van de publicatie is niet toevallig. Volgende week is het jaarcongres van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Een werkgroep van de VNG pleitte eerder voor regulering. Met dit onderzoek zal de VNG pogen voldoende leden achter zo’n voorstel te krijgen, zodat het een officieel VNG-standpunt wordt. En dat legt straks weer extra druk op politici in Den Haag.