Je hebt niet zo veel aan jong Engels leren

Onderwijs De Kamer praat woensdag over het advies Engels tot kernvak te maken op de basisschool. Hoe zinvol is dat plan?

In kinderdagverblijf Dribbel in Hoogland krijgen kinderen Engelse les, als voorbereiding op groep 1 van de basisschool. Foto Ton Borsboom/ANP

Oudere kinderen leren sneller een vreemde taal op school dan jonge kinderen. Dat blijkt uit een internationale literatuurstudie van Leidse onderzoekers. Toch adviseert Platform2032, de overheidscommissie voor een nieuw onderwijscurriculum, van Engels een kernvak op de basisschool te maken – naast Nederlands, rekenvaardigheid, digitale vaardigheden, burgerschapskunde, persoonlijkheidsvorming en kennis van de wereld. Woensdag debatteert de Tweede Kamer over dit advies.

Welbeschouwd is Engels op de basisschool niets nieuws. Al dertig jaar is minstens één uur Engels per week in de laatste twee groepen verplicht. Dat vloeit voort uit Europese afspraken om al vroeg met een vreemde taal op school te beginnen, voor beter contact binnen de Europese Unie. Veel discussie is daar niet over. Ouders, zeker de hoogopgeleide, geloven dat je niet jong genoeg met Engels kan beginnen. Hun kinderen komen immers steeds vroeger met de taal in aanraking – via tv, iPad en smartphone.

Smartphone, tv, iPad – met Engels kan je niet vroeg genoeg beginnen

Maar wetenschappelijk onderzoek wekt gerede twijfel aan het nut van Engels op de basisschool.

Wat bezielt Platform2032 dan om Engels tot kernvak te bestempelen? En om er vroeg mee te beginnen? Nou, Engels is net zo belangrijk als rekenvaardigheid, zeggen de adviseurs. En leerlingen die vroeg op de basisschool met Engels beginnen, zouden positiever tegenover die taal staan en communicatiever zijn. Maar de adviseurs beloven niet dat leerlingen straks aan het einde van hun schoolloopbaan beter Engels spreken.

Het advies Engels tot kernvak in het basisonderwijs te maken, sluit wél aan op de wens van de rijksoverheid. Bijna alle 7.000 Nederlandse basisscholen doen nu wat aan Engels, maar het aantal uren varieert. Zo’n 1.100 basisscholen beginnen al in groep 1, de andere later. Het ministerie van Onderwijs wil al jaren meer lijn in de Engelse lessen brengen, en leerlingen opleiden tot een zelfde eindniveau. Nu verschilt dat niveau zo sterk per school, dat middelbare scholen weer helemaal opnieuw met Engels beginnen.

Kamervragen

Zo blijken al de inspanningen op de basisschool nu dus vergeefs. Erger: kinderen die vrij lang Engelse les hebben gehad op de basisschool, worden op de middelbare school ingehaald door leerlingen die er ‘frisser’ aan zijn begonnen.

Overigens zijn de lessen Engels op alle basisscholen wel verbeterd. Toen ze er in 1986 mee begonnen, waren leerkrachten nog ongetraind. Taalwetenschapper Alessandra Corda, een van de Leidse onderzoekers die studie deed naar Engels leren door kinderen: „We weten uit onderzoek in de jaren negentig dat kinderen toen weinig leerden. Er kwamen Kamervragen of ze er beter niet mee konden stoppen.”

Ze refereert aan het plan uit 1991 van toenmalig minister Ritzen (Onderwijs, PvdA) om op hogescholen en universiteiten meer Engelstalig onderwijs te geven. „Dat werd toen beschouwd als een onzalig plan. Niet doen, zei iedereen: dat gaat ten koste van het Nederlands. Maar dat is tegenwoordig geen issue meer. Er is meer Engels op alle niveaus, ook op de basisschool.”

Opmerkelijk bij het leren van Engels is dat de uitdrukking ‘jong geleerd is oud gedaan’ in enkele gevallen toch opgeld doet. Maar dan gaat het om kinderen die dagelijks búíten school – op straat en thuis bij hun ouders – een vreemde taal leren. Of om leerlingen die in écht tweetalig onderwijs worden ondergedompeld.

Rick de Graaff, hoogleraar didactiek van de vreemde talen en tweetalig onderwijs aan de Universiteit Utrecht, volgt achttien basisscholen waar kinderen 30 tot 50 procent van de tijd Engels krijgen. Bij tweetalig onderwijs leren jonge kinderen intuïtief, en niet met grammatica en woordjes. Ze krijgen dan bijvoorbeeld ook rekenen of een ander vak in het Engels.

Geen eenduidig eindniveau

De Graaff stelt vast dat basisscholen meer met Engels kunnen bereiken als de brugklas aansluit op het niveau dat ze hebben behaald. Daarmee zit hij in feite op de lijn van de overheid, die een eenduidig eindniveau voorstaat. „Er is nu geen duidelijk minimumniveau aan het einde van de basisschool, dus richt de brugklas zich op het laagste niveau.”

Volgens De Graaff is van Engels best een kernvak te maken. Vroeg mee beginnen, drieënhalf uur per week, 15 procent van de schooltijd. „Er zijn lesplannen die voorschrijven hoe je vanaf groep 1 of groep 5 het programma kan invullen. Uitgeverijen spelen daarop in.”

Voor basisscholen die het bij één tot drie uur Engels per week houden, blijft het de vraag of dat effectief is. In hun studie schrijven de onderzoekers: „Het is niet bekend of bij regulier vroeg vreemdetalenonderwijs, dus vanaf groep 1, twee of drie uur les per week veel verschil maakt voor het eindresultaat; met andere woorden of leerlingen aan het einde van de basisschool of het voortgezet onderwijs door de extra lessen een permanent voordeel hebben.”