Tabaksindustrie krijgt EU-regels niet van tafel

Deze rubriek belicht elke dinsdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Vandaag: de verloren strijd van de tabaksindustrie en bescherming van de privacy.

Foto ANP

Meer dan dertig juristen stuurde de tabaksindustrie de arena in om strengere Europese wetgeving over het ontmoedigen van roken onderuit te halen. Maar dat is niet gelukt. De gewraakte richtlijn uit april 2014 is begin deze maand bij toetsing door het Hof van Justitie volledig overeind gebleven.

De commerciële belangen zijn moeilijk te onderschatten. Wereldwijd halen de tabaksproducenten jaarlijks meer dan 650 miljard euro omzet, waarop ze meer dan 30 miljard euro winst maken. Daartegenover staan Europese afspraken over „een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid”, waarmee ze ook verplichtingen nakomen die zij in de Wereldgezondheidsorganisatie WHO zijn aangegaan over de bestrijding van tabaksgebruik.

Deze inspanningen resulteerden, in de woorden van advocaat-generaal Juliane Kokott van het Hof, „na taaie onderhandelingen en een uiterst turbulente wetgevingsprocedure” twee jaar geleden in nieuwe regels voor productie, presentatie en verkoop van tabak in de Europese Unie. Eén van de nieuwe voorschriften is dat 65 procent van de voor- en achterzijde van verpakkingen moet worden ingenomen door waarschuwingen en afschrikwekkende foto’s van ziekten die rokers kunnen oplopen.

Prompt opende de tabaksindustrie, onder aanvoering van Philip Morris en British American Tobacco, de aanval op de strengere eisen voor de etikettering. Polen en Roemenië, die beide sigarettenfabrieken binnen hun landsgrenzen hebben, trokken van leer tegen het verbod op mentholsigaretten. Maar het haalde allemaal niets uit: het EU-Hof veegde al hun bezwaren van tafel.