Verhoevens ‘Elle’ is technisch briljant, maar soms ook tikkeltje saai

‘More is more’ lijkt het devies van ‘Elle’, de eerste Franse film van Paul Verhoeven.

still uit de film screenshot

Sinds De vierde man in 1983 heeft Paul Verhoeven geen film meer gemaakt op de intieme schaal van Elle. Dat is de film waarmee zijn eerste film in Frankrijk zich misschien het beste laat vergelijken. Ook dat was een film gebaseerd op een eigenzinnig boek (de enige misdaadroman van Gerard Reve), met elementen van een spannende thriller, gekruid met de nodige seksuele uitspattingen. Om de vergelijking compleet te maken heeft Verhoeven nog een dosis katholicisme aan het verhaal toegevoegd. Hij introduceert een devote buurvrouw in de film, die niet voorkomt in de roman waarop Elle is gebaseerd: Oh… van schrijver Philippe Djian, ooit succesvol als auteur van het aan Turks Fruit verwante Betty Blue.

Maar Djian is ook weer geen Gerard Reve. Het verhaal van Oh… – en ook van Elle – is overvol, en daardoor niet helemaal overtuigend. Verhoeven heeft daar ook nog eens zijn eigen interesses aan willen toevoegen. Resultaat is een te zwaar beladen film. Al meteen aan het begin wordt Michèle (Isabelle Huppert) bruut verkracht door een gemaskerde insluiper – hard en confronterend in beeld gebracht door Verhoeven. Vervolgens ontpopt de film zich als een thriller over een raadselachtige vrouw, die niet naar de politie stapt, maar zelf de identiteit van haar belager wil achterhalen, en een merkwaardige seksuele obsessie ontwikkelt met de dader.

Maar Elle wil nog veel meer. Michèle zit opgescheept met een bejaarde moeder die verslaafd is aan plastische chirurgie, ze heeft een nietsnut van een zoon die bij een fastfoodrestaurant werkt en onder de plak zit bij zijn vriendin, ze doet het met de man van haar beste vriendin, en – wellicht – ook met die vriendin zelf. Voor de kost werkt ze als CEO van een bedrijf dat gewelddadige videogames maakt. En niet te vergeten: haar vader is een berucht seriemoordenaar, die tientallen kinderen heeft vermoord. Ten slotte is Elle ook nog film over film, met verwijzingen naar Hanekes La pianiste – als Huppert op een zeker, cruciaal moment een tissue tevoorschijn haalt, en een citaat uit Renoirs beroemde La Règle du jeu.

More is more, zullen we maar zeggen. Maar Verhoeven maakt het de kijker zo wel erg moeilijk om de scepsis te onderdrukken, en mee te gaan met de film. De kolderieke verwikkelingen zouden stof moeten bieden voor een zwarte satire op de Franse burgerij, maar Elle roept hooguit af en toe een glimlach op. Huppert heeft in het verleden ook al een scala aan dit soort uiterlijk ongenaakbare – maar innerlijk borrelende – vrouwen gespeeld met een hang naar het perverse. Ze kan dat goed, maar dat is geen nieuws. Dit soort oncomfortabele rollen zijn inmiddels haar comfortzone.

Verhoeven blijft een groot stilist en Elle is technisch briljant: Huppert is nooit fraaier gefilmd. Maar de elementen komen nooit helemaal bij elkaar. Elle is – een noviteit bij Verhoeven – bij tijd en wijle zelfs een tikkeltje saai.