Digitale grondrechten

De kans is groot dat Patrick Breyer, namens de Piratenpartij lid van het parlement van de Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein, het tegenovergestelde bereikt van wat hij nastreeft. Breyer strijdt voor bescherming van privacy, in het bijzonder op internet. In dat verband eist hij een verbod op de (ongevraagde) opslag van gebruikersgegevens door aanbieders van webdiensten. Via het Bundesgerichtshof belandde zijn juridisch gevecht bij het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Het draait in dit geschil om de juridische status van zogenoemde ‘dynamische IP-adressen’. Dat is de unieke code die internetproviders (doorgaans telefoonmaatschappijen) toewijzen aan elk apparaat (computer, tablet of smartphone) dat verbinding met internet zoekt.

Advocaat-generaal Manuel Camps Sánchez-Bordona adviseerde het Europees Hof half mei om deze dynamische IP-adressen te bestempelen tot ‘persoonsgegeven’. Dat lijkt winst voor Breyer, omdat zulke informatie wettelijke bescherming geniet.

Maar de advocaat-generaal concludeerde ook, dat de eigenaar/aanbieder van internetdiensten een „legitiem belang” kan hebben om zulke persoonsgegevens ongevraagd te bewaren, bijvoorbeeld met het oog op het afwenden van aanvallen van cybercriminelen of hun strafrechtelijke vervolging. De afweging tussen dit belang en het recht op bescherming van persoongegevens is dan telkens aan de nationale rechters in de EU-landen.

In reactie zei Breyer „zeer teleurgesteld” te zijn over het advies van de advocaat-generaal, dat hij kwalificeerde als „een aanval op de digitale grondrechten”. Binnen enkele maanden beslist het Hof of het de raad van Sánchez Bordano opvolgt.