De Taalunie laten stikken zou een ongepaste zet zijn

Moedertaal. Een mooi woord dat er door zijn aard onmiskenbaar op wijst hoe nauw de band is van de mens met de taal waarmee hij vanaf zijn geboorte is geïmpregneerd. De moedertaal maakt onvervreemdbaar deel uit van identiteit en cultuur. Het onderhouden van de eenheid van de moedertaal, haar beschermen en uitdragen, het spreekt bijna vanzelf, menig land heeft er een instituut voor.

Voor het Nederlands is dat, sinds 1980, de Taalunie. Deze Nederlands-Vlaamse organisatie maakt zich sterk voor de verspreiding van het Nederlands en voor de 24 miljoen actieve gebruikers van die taal. De Unie staat vooral bekend om de heibel rond het Groene Boekje – de versie in 2006 ontmoette heftige weerstand (de kwestie-panne(n)koek) en leidde zelfs tot de beëindiging van de samenwerking van de Taalunie en het Genootschap Onze Taal.

Maar het is ook de instelling die de verbreiding van de Nederlandstalige literatuur en cultuur bevordert, bijvoorbeeld met de zevendelige Geschiedenis van de Nederlandse literatuur die dit jaar wordt voltooid. De Unie regelt ook de begeerde driejaarlijkse Prijs der Nederlandse Letteren (in 2015 was hij voor Remco Campert), en de Inktaap waarmee duizenden scholieren jaarlijks een literair werk bekronen (in maart 2016 kreeg Stefan Hertmans hem).

Nu ligt er een onderzoeksrapport dat, na klachten over het functioneren van de leiding, de Taalunie ter discussie stelt. De Vlaamse directeur loopt voor de troepen uit met zijn ideeën. Het Nederlandse noch het Vlaamse ministerie van Onderwijs laat zich er veel aan gelegen liggen. Daarbij stelt Nederland zich zo afhoudend op dat de Vlamingen vrezen dat Nederland eigenlijk helemaal van de Taalunie af wil. Het rapport observeert daarom dat het draagvlak voor de Taalunie „wel heel smal is geworden”, terwijl betrokken partijen niet goed zouden weten „waar ze met de Taalunie aan toe zijn”.

Dan moeten alle partijen zorgen dat de Taalunie zich weer zo ontplooit dat ze dat wél weten. Want de Unie staat voor iets dat in principe vele Nederlands-sprekenden interesseert. Hun moedertaal gaat hun aan het hart, daarvoor zijn er talloze aanwijzingen. In België vreet de taalstrijd door tot op alle niveaus. In Nederland wordt van immigranten allereerst geëist dat ze zich de taal eigen maken. Spellingskwesties worden met argusogen gevolgd. Het Groot Dictee der Nederlandse Taal is een aan beide zijden van de grens een tv-evenement van belang.

Niet het draagvlak voor de Taalunie laat te wensen over, maar de erkenning van het belang ervan door politiek en ambtenaren.