De corruptiebestrijder blijkt zelf corrupt

Braziliaans schandaal De nieuwe minister voor corruptiebestrijding wilde een onderzoek staken naar corrupte partijgenoten. Moest daarom de afgezette president Rousseff weg?

Foto AFP

Brazilianen beginnen zich af te vragen of de schorsing van hun democratisch gekozen president Dilma Rousseff op 12 mei een coup was, zoals Rousseff zelf al van meet af aan betoogt.

De jongste aanleiding is het gedwongen vertrek van een minister op maandag, de tweede binnen 18 dagen na de installatie van de interim-regering van president Michel Temer. Ironischer kan niet: anti-corruptieminister Fabiano Silveira moest het veld ruimen omdat hij zelf het onderzoek naar het grootste corruptieschandaal uit de Braziliaanse geschiedenis zou willen stoppen. Dat blijkt uit uitgelekte gesprekken die zondag door de televisiezender van O Globo werden gepubliceerd.

Silveira’s positie bleek al gauw onhoudbaar: tientallen van zijn eigen ambtenaren blokkeerden zijn kantoor met bezems, honderden demonstranten stonden woedend op de stoep van het presidentieel paleis.

Dilma Rousseff is door de Senaat voor 180 dagen geschorst, op verdenking van gesjoemel met de overheidsbegroting in 2014, het jaar dat ze werd verkozen. Ze is nu in afwachting van een door de Senaat geleid proces, die deze aanklacht onderzoekt.

Het vertrek van de anti-corruptieminister is niet de enige aanwijzing die de theorie van een coup ondersteunt. Vorige week nam de minister van Planning, Romero Jucá, al gedwongen ontslag, óók na een uitgelekt gesprek. In het gesprek, opgenomen nog voor Rousseffs schorsing, praat hij over zijn betrokkenheid bij Lava Jato (wasstraat), zoals het gigantische corruptieschandaal is gaan heten.

„We moeten dit stoppen”, zegt Jucá, tevens een belangrijke bondgenoot en adviseur van interim-president Temer, over het corruptieonderzoek in de uitgelekte gesprekken. „We moeten de regering veranderen teneinde het bloeden te stoppen.” Zowel Jucá als Silveira zeggen dat hun uitspraken uit hun context zijn gehaald.

Ambtenaren van zijn eigen departement versperden de anticorruptieminister de weg met bezems

Dat interim-ministers nu weg moeten omdat zij het corruptieonderzoek willen traineren, is illustratief voor de machtsstrijd in Brasilia. Het was juist onder Rousseff dat onafhankelijke rechters de ruimte kregen onderzoek te doen naar Lava Jato, waarvoor al tientallen zakenlieden en politici achter de tralies zijn verdwenen, ook van Rousseffs Arbeiderspartij.

Corruptie is wijd verbreid in Brazilië: 60 procent van de congresleden die Rousseff wegstemden, hebben zelf aanklachten tegen zich lopen, voor onder meer corruptie, (verkiezings)fraude en zelfs moord. Tegen zeven van de huidige 22 interim-ministers, waaronder beide opgestapte ministers, lopen officiële aanklachten wegens betrokkenheid bij Lava Jato. Rousseff is een van de weinige politici tegen wie geen aanklachten wegens corruptie of zelfverrijking lopen.

Er zijn meer opmerkelijke ontwikkelingen sinds het aantreden van Temer, die vicepresident was onder Rousseff. Temer, zelf ook genoemd in verklaringen van anderen rond Lava Jato, veroorzaakte al internationaal ophef. Zijn kabinet bestaat uitsluitend uit witte mannen – voor het eerst sinds het einde van de militaire dictatuur in 1985. Brazilië is een van de meest etnisch diverse landen ter wereld.

Daarnaast roept de voortvarendheid van Temer vragen op. De interim-president besloot tot lagere uitgaven voor onderwijs en gezondheidszorg en het privatiseren van vliegvelden, en publieke diensten als de post – beslissingen die zijn aanhangers zien als noodzakelijk voor het vlot trekken van de beroerde economie.

Maar critici zien hierin een verschuiving naar neoliberaal beleid, zoals dat door de militaire junta’s werd gevoerd, waarmee de linkse jaren van Rousseff en haar voorganger Lula met een pennenstreek ongedaan worden gemaakt. Zij verwijzen naar andere maatregelen van Temer, waaronder het plan de definitie van slavernij af te zwakken en het ministerie van Cultuur te laten opgaan in het ministerie van Onderwijs.

Of de schorsing van Rousseff een coup is, blijft een twistpunt. Landen als Venezuela, Bolivia en Nicaragua spraken hun zorgen uit, de Amerikaanse ambassadeur van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) wees die term juist van de hand.