Coca-Cola krijgt Amsterdams tintje

Sinds dinsdag kan er op de Amsterdamse beurs gehandeld worden in de grootste cola-producent ter wereld.

Illustratie Stella Smienk

Er staat al een Coca-Cola-fabriek in het Brabantse Dongen en sinds dinsdag is er ook een beursnotering in Amsterdam. Om half vier start de handel in Coca-Cola European Partners (CCEP): een bedrijf van drie ‘bottelaars’ dat afgelopen zaterdag werd opgericht.

Het echte Coca-Cola, The Coca-Cola Company uit Atlanta, doet in feite niet veel meer dan reclame maken en Coca-Cola-siroop de wereld rondsturen. Die siroop wordt vervolgens door lokale bottelaars aangelengd met water en suiker, in flessen en blikjes gestopt en gedistribueerd. Hetzelfde doen de bottelaars met andere Coca-Cola-dranken zoals Fanta, Sprite, MinuteMaid en Chaudfontaine.

Coca-Cola European Partners is het fusiebedrijf van de Duitse, Spaanse en West-Europese Coca-Cola-bottelaars. Samen actief in 13 Europese landen, goed voor een jaaromzet van ruim 11 miljard euro en onder de gezamenlijke paraplu van CCEP de grootste cola-bottelaar ter wereld. Dat ze voortaan samen door het leven gaan heeft volgens de fusie-aankondiging als doel om jaarlijks zeker 314 miljoen euro aan kosten te besparen.

Tel daar ook nog enkele tientallen miljoenen aan belastingbesparingen bij op, want een van de drie bottelaars had het hoofdkantoor in de VS (35 procent vennootschapsbelasting) en het fusiebedrijf staat in het Verenigd Koninkrijk (20 procent).

Anno 1886

Het werken met bottelaars is bijna zo oud als Coca-Cola zelf en een belangrijk onderdeel van het succesverhaal. Apotheker John Pemberton uit Atlanta bedacht de frisdrank in 1886 noodgedwongen. Hij zat krap bij kas en besloot om het in elitaire kringen populaire ‘medicijn’ Vin Mariani (Bordeaux met bladeren van de coca-plant) na te maken.

Omdat Atlanta werd drooggelegd moest hij vrijwel meteen een alternatief bedenken en hij besloot de wijn te vervangen door water met bubbels. Een geluk bij een ongeluk, schrijft hoogleraar Amerikaanse geschiedenis Bartow Elmore in het artikel How Coca-Cola built a sugary empire in zakenblad Fortune.

Zonder alcohol kon hij ook gewoon geconcentreerde cola in siroopvorm verkopen. Door enkel die siroop te verkopen en die door derden op locatie in flesjes te laten bottelen, bespaarde hij enorm op transportkosten.

Het outsourcemodel werd echt goed uitgevoerd door zakenman Asa Candler – die Coca-Cola voor 550 dollar (omgerekend zo’n 15.000 dollar nu) kocht van Pemberton. Hij zorgde ervoor dat Coca-Cola door het hele land te krijgen was, ook ver weg op het platteland. Lokale zakenmannen betaalden de machines, het toegevoegde water en suiker, de flesjes en de trucks en mankracht om Cola te distribueren. Candler initieerde een enorme expansie en liet anderen het risico te lopen. Een model dat Coca-Cola ook wereldwijd zou toepassen.

Opvallend genoeg liet Coca-Cola in de VS dat principe later weer varen. Zes jaar geleden kocht het nog de grootste bottelaar van het land. Daar heeft het nu spijt van. In maart kondigde Coca-Cola aan de productie voor eind 2017 weer grotendeels te willen uitbesteden. Daardoor daalt het aantal werknemers van 123.000 naar 39.000. De omzet gaat van 44,3 naar 28,5 miljard dollar, rekende The Wall Street Journal voor. De winstgevendheid zou wél stijgen.

Amsterdam

Lang waren de bottelactiviteiten een grote lappendeken (de Duitse tak bestond in 1946 nog uit 124 afzonderlijke bottelaars) maar de afgelopen decennia zijn die door fusies en overnames steeds meer geconcentreerd. Coca-Cola heeft in sommige bottelaars belangen (het houdt in CCEP 18 procent) en stimuleert die fusies.

Dat CCEP voor Amsterdam kiest is bijzonder. Het stelt dat het graag een hoofdnotering wil met een koers in euro’s en dat Amsterdam toegang biedt tot nieuwe beleggers en „een grote, liquide markt”. Ook lijkt mee te spelen dat CCEP groot genoeg is om in hoofdindex AEX te komen. CCEP krijgt ook ‘zijnoteringen’ in New York, Londen en Madrid waar het aandeel dus ook kan worden verhandeld.

De openingskoers zou in de loop van dinsdagmiddag bekend worden. Analisten verwachten dat CCEP goed is voor een beurswaarde van zo’n 20 miljard euro. Of het aandeel goed zal presteren is een tweede. Analist Richard Withagen van zakenbank Kepler Cheuvreux vindt de fusie logisch voor de drie afzonderlijke bedrijven, omdat ze flinke kostenbesparingen kunnen boeken.

Maar Withagen ziet ook twee trends die niet erg positief zijn voor CCEP. „West-Europa is geen groeimarkt voor dranken en dat zal het ook niet worden als je naar de demografische voorspellingen kijkt.” Daarnaast speelt ook de bewustwording rond gezondheid in Europa en de invoering van een suikerbelasting in sommige landen mee. „Coca-Cola maakt ook veel zonder suiker, maar dat is zeker niet het grootste deel van de productie.”

De grootste cola-bottelaar ter wereld krijgt vandaag een beursnotering in Amsterdam.