Recensie

Bosch op zijn mooist in Madrid

Op de grote Jheronimus Bosch-expostie in Madrid kom je dichter bij de meesterwerken dan in Den Bosch.

De verzoeking van de heilige Antonius, triptiek van Jheronimus Bosch uit circa 1500. Olie op paneel (midden 131,5 x 111,9 cm, linker/rechter 131,5 x 53 cm). Afkomstig uit Lissabon, nu in Madrid te zien. Foto Museu Nacional de Arte Antiga, Lissabon/ Prado

Antonius in zijn glanzende lijst is nog veel mooier dan op de beste reproducties. Zijn tragische houding als drie vrienden hem over een bruggetje helpen. Hoe hij gedragen door een paddige duivel hoog in de lucht tot God bidt. Hoe Antonius je in de ogen kijkt, terwijl hij achteloos met twee vingers een zegenend gebaar maakt naar de Christus in een nis achter hem. Het is alsof dit schilderij – dat niet op de expositie in Den Bosch was – gister geschilderd is.

De tegenstellingen tussen de tentoonstellingen in Den Bosch en in het Prado zijn groot. Daar waren de zalen duister, hier in Madrid helder. Daar waren de wanden donker en recht, hier wit en buigend, daar hingen veel schilderijen in beschermende vitrines, hier kun je de Tuin der Lusten aanraken.

Qua omvang zijn de tentoonstellingen vergelijkbaar: in Den Bosch hingen 18 van zijn 21 tot 27 schilderijen, hier in Madrid 21 (3 daarvan zijn omstreden). Maar het grote verschil is dat bijna alle topwerken van Jheronimus Bosch (ca. 1450-1516) hier wel hangen en gemist werden in Het Noordbrabants Museum.

De verzoeking van de heilige Antonius is een van de vijf of zes belangrijkste en mooiste werken van Jeroen Bosch. Het is een pronkstuk van het Nationaal Museum voor Oude Kunst in Lissabon. Het zit vol prachtige en overbekende details, als de man en de vrouw op de rug van een vliegende vis en het postduiveltje dat schaatsend een brief bezorgt. Hier op El Bosco. La exposición del V Centenario is het na de recente restauratie allemaal perfect te zien. Ook het uiltje dat vanuit een gaatje naar buiten kijkt. Maar je ziet ook hoe dun de verf is. Op verschillende plaatsen is zichtbaar dat Bosch zich bedacht heeft en schijnen afgewezen ideeën door de oppervlakte. Opvallend is dat er zelfs geen dun laagje ontspiegeld glas voor de verf zit. Het enige waarin de lichtspotjes weerspiegelen is de nieuwe vernislaag.

Antonius hangt in de tweede ruimte van de expositie. De eerste wordt gedomineerd door een van de drie topwerken van het Prado zelf: De aanbidding der koningen – ook afwezig in Den Bosch en ook voor de gelegenheid gerestaureerd. Geweldig hoe duidelijk je de glazen reliekhouder rond de schenen van de Antichrist kunt zien. En de fantastische stad op de achtergrond is al even haarscherp.

De legers van koning Herodes, die op het middenvlak van de drie panelen van De aanbidding op zoek zijn naar de Verlosser, zijn een genot om te bestuderen. Tussen achtergrond en voorgrond is Bosch op veel schilderijen het meest toegankelijk. Daar schilderde hij veel kleine avontuurtjes van gewone mensen. Een paar dansende boeren, een beroving, een jachtpartij.

Anders dan in Den Bosch is er geen speciale sectie met tekeningen en hangen ze tussen de geschilderde werken in. Zo bereidt De boommens uit het Weense museum Albertina – ook al helaas niet in Den Bosch – je voor op zijn evenbeeld op de Tuin der Lusten tien meter verderop. Wat een tekenaar was Bosch! De lijntjes van de reiger op de voorgrond, hoe de vogel zijn poot optrekt, de mensjes aan de cafétafel in het holle binnenste van de boommens, de zeilbootjes in het haventje. Bosch kon scherp kijken en scherp tekenen. De bootjes zijn niet meer dan een bosje verticale streepjes waar je bijna duizelig van wordt. En natuurlijk is ook hier zo’n ‘Bosch-uiltje’ dat je vragend aankijkt.

Wie al in Den Bosch was zal wat vluchtiger kijken naar geweldige schilderijen als Johannes op Patmos, De hooiwagen, Het narrenschip, De dood en de vrek of de achterkant van De kruisdraging uit Wenen met het kindje Jezus achter zijn looprekje. Maar ja, de werken die hier wel hangen zijn ook wel erg schitterend. Dat begint met De aanbidding der koningen en eindigt in de laatste zaal met De doornenkroning van de National Gallery in Londen, met de meesterlijk getroffen karakters van vier mannen die Christus kwellen en bespotten. Geen fotograaf had zo raak deze verschillende reacties op de lijdende Christus kunnen vastleggen, of de gelaten blik van Jezus die hun niets lijkt te verwijten.

Alles verbleekt bij de Tuin der lusten, die het hart is van de tentoonstelling. Hij staat ongeveer halverwege het parcours vrij opgesteld op een witte, komma-achtige vorm van ongeveer een meter hoog. Ook de in grijzen geschilderde schepping op de achterkant van de zijluiken is daardoor zichtbaar. Net als bij Antonius, en meer schilderijen op deze expositie, is er geen beschermend glas dat het kijkgenot vermindert.

Naar de Tuin kun je langer kijken dan naar alle filmdelen van The Lord of the Rings en The Hobbit opgeteld. Een opsomming is zinloos, het oog blijft dwalen tussen schepping en hel.

Boven het drieluik hangt een grote lichtbak aan het plafond die samen met een tiental spotjes zorgt dat het licht uit het schilderij lijkt te stralen. Opvallend hoeveel rood er in het middenpaneel zit: kersen, bomen, aardbeien. Pijn doen de oneffenheden in de oppervlakte van het paneel die door de weerkaatsing van het licht in de glanzende vernis extra opvallen. Het herinnert aan de leeftijd van dit kwetsbare schilderij: meer dan 500 jaar. Vijftig centimeter, ik hoef mijn arm maar te strekken; dichterbij Bosch komen is onmogelijk. En zo compleet zijn oeuvre bekijken, dat zal de komende honderd jaar niet nog eens kunnen.