‘Alleen voetbal voelde ontzettend leeg’

Voor Daan Bovenberg (27) is er meer dan voetbal, meer ook dat hij goed kan, en daarom stopt hij ermee. Met een masterdiploma op zak.

Daan Bovenberg: „Ik leer makkelijk, dus ik vond mezelf een lul als ik daar niets mee zou doen.” Foto David van Dam

“Ik wil wat bereiken in mijn leven. Als rechtsback van Excelsior – met alle respect – ging ik niet meer bereiken wat ik voor ogen heb. Ja, ik had het nog best een jaar, twee, zelfs vijf kunnen doen, maar ik heb niet het gevoel dat er elementen aankwamen die het voetbal weer interessant zouden maken: een andere club, een andere omgeving.

Voetbal heb ik altijd gezien als het middel, niet het doel. Een middel om mezelf te ontwikkelen. Ik heb ook altijd al gezegd dat er meer is, ik vind een hoop andere dingen interessant. En als ik iets anders wil, dan gaat leeftijd een rol spelen. Ik heb het idee dat de jaren die ik nu daarin ga investeren voor mij nuttiger zijn.

Als jongetje was ik alleen maar met een bal bezig. Voetballen tijdens school, na school, op een gegeven moment bij een club. Dat is dan het leukste om te doen en je droomt er net als iedereen van om profvoetballer te worden. Ik heb pas laat het idee gehad dat ik dat zou kunnen. Ik begon in de jeugd van Excelsior toen ik vijf was, heb alle jeugdelftallen doorlopen. Maar pas in de A-jeugd kreeg ik een contract. Toen dacht ik: o, wacht even, dit gaat serieus worden.

‘Ik wil eruit halen wat erin zit’

Mijn vader zit in de biotechnologie, mijn moeder geeft Latijn en Grieks. Mijn zus studeerde geneeskunde en deed promotieonderzoek aan Harvard, mijn broertje heeft rechten gedaan. Op die manier word je gestimuleerd om te denken: er is meer in de wereld.

Mijn ouders hebben altijd gezegd: doe wat je wilt, maar ga er wel vol overgave en overtuiging voor. Als je het doet, doe het dan goed. En als je ergens aan begint, maak het dan af. Ik wil het maximale halen wat er in me zit. Ik leer makkelijk, dus ik vond mezelf een lul als ik daar niets mee zou doen. Eén jaar, het jaar na het afronden van het gymnasium, heb ik me volledig op het voetbal gericht. Dat beviel me helemaal niet, het voelde ontzettend leeg. Je hebt een groot deel van de dag waarin je niets doet. Dan was het begin van de middag en dacht ik: kom op, laten we wat gaan doen.

Ik wilde eerst geneeskunde studeren, net als mijn zus. Het menselijk lichaam vond ik heel interessant. Ik had alleen al snel door dat je dat nooit naast het voetbal zou kunnen doen. Maar geen haar op mijn hoofd die eraan dacht dan maar te stoppen met voetbal. Achteraf ben ik blij dat ik het niet heb gestudeerd. Het is heel grappig: je komt als voetballer regelmatig in ziekenhuizen voor allerlei checks. Ik dacht steeds: ik zou hier niet willen werken.

Natuurlijk heb ik ergens twijfel over mijn keuze. Dat vind ik ook logisch.

Bedrijfskunde en later een master strategisch management pasten goed bij me en waren goed te combineren met het voetbal. Dat hele strategische spelletje van bedrijven: waarom doe je wat je doet, wat maakt je uniek, hoe zorg je ervoor dat je beter bent dan de concurrent, hoe onderscheid je jezelf?

Ik heb nooit een club lastiggevallen met het feit dat ik ernaast studeerde. Nooit gezegd: ‘joh, jongens, ik heb een werkgroep, kunnen jullie daarmee een beetje rekening houden?’ Ik besloot dat ik wilde studeren, dus dan was dat ook mijn pakkie-an. Als het niet paste, dan paste het niet. Dan moest ik het zelf maar op een andere manier regelen. Ik was werknemer van de club, die betaalde mijn salaris. Nee, ik had ook nooit dat ik tijdens het voetballen me druk maakte over een tentamen. Ik heb een heel zieke knop in mijn kop. Ik kan heel goed schakelen.

Natuurlijk waren er wel jongens in het team met wie ik het erover had. Als je één, twee jaar naast elkaar zit in de kleedkamer kom je wel verder dan ‘hallo’ en ‘goedemorgen’. In eerste instantie had ik ze echt wel wat uit te leggen. Keken ze me met een vragende blik aan: ‘hou je ons voor de gek?’ Maar als ik dan vertelde hoe ik ertegenaan keek, dan begrepen ze het wel. Over het algemeen vond niemand het echt interessant dat ik studeerde, het ging al snel over tot de orde van de dag. Dat vond ik ook heerlijk.

Met andere jongens had ik er het er juist wél over. Die zaten voor zichzelf ook om zich heen te kijken en dachten: goh, ik wil ook wel wat extra’s doen. Nooit heb ik het gevoel gehad dat ik het niet kon combineren. Als ik voor mezelf een afspraak maak, dan ga ik er ook volledig in. Dan is er geen twijfel.

‘Je moet jezelf constant verkopen’

Ik had me zonder voetbal niet kunnen ontwikkelen tot wie ik nu ben als mens. Het is een heel apart wereldje. Heel dynamisch. Volledig gebaseerd op elke dag presteren. Een heel emotioneel wereldje ook: winst, verlies, het heeft niet alleen impact op spelers, maar op de hele club. Je krijgt verder te maken met mensen met ontzettend veel verschillende achtergronden, rangen, standen, culturen, geloofsovertuigingen. Daarin je weg vinden en met iedereen een klik kunnen hebben, is superleerzaam. In feite ben je je hele carrière de ambassadeur van je eigen bv. Je moet jezelf constant verkopen, binnen een elftal, maar ook richting media, sponsoren, supporters. Daarnaast kun je voor een miljoen mensen op tv de hemel in worden geprezen en ook zo voor een miljoen de grond in getrapt worden. Ga daar maar mee om.

Je zult mij nooit horen roepen dat ik als voetballer meer kan dan het niveau waarop ik speelde, maar ik denk dat er meer in mijn carrière had kunnen zitten. Ik zeg niet dat het per se gebeurd was, of dat ik hoger had moeten eindigen. Maar als het op sommige momenten had meegezeten, of in ieder geval niet tegen, dan had het anders kunnen lopen. Ik heb een afslag gemist, zo reëel moet ik zijn. Voornamelijk bij NEC, dat was geen leuke periode. Ik speelde weinig, alles was matig daar. En ik kreeg veel kritiek. Toen ik daar speelde, was ik het plezier in voetballen kwijtgeraakt. Dan was het voor mij logisch dat ik keek: oké, wat nu? Ik vind mijn leven zoals ik dat leid heel belangrijk, dus voor mij was het duidelijk dat ik terug wilde naar Rotterdam. Daar dingen oppakken en weer studeren.

‘Ik wilde tot het einde genieten’

Ik denk niet dat ik ooit de stap naar een club als Ajax had kunnen maken, daar ben ik realistisch in. Ik ben niet zo goed als sommige mensen me vonden, ook niet zo slecht als de publieke opinie op een gegeven moment. De waarheid ligt in het midden. Dat is dan je uitgangssituatie.

Ik heb vorig jaar bewust nog een jaar verlengd bij Excelsior. Toen had ik het goede gevoel nog. Ik dacht: weet je, ik ben nog even met mijn master bezig en daarna kan ik nog een paar maanden rustig om me heen kijken. Gedurende het seizoen loop je dan tegen dingen aan en denk je: misschien is het mooi geweest. Ik heb er bewust naar niemand aandacht aan gegeven. Mijn ervaring is dan dat de nadruk heel erg op het stoppen komt te liggen. Alles is dan meteen de laatste keer en dat wordt dan een dingetje. Ik wilde tot het einde genieten, alsof ik dit nog jaren ging doen. Focussen op de handhaving bijvoorbeeld, met mensen om me heen die wel wisten wat ze gingen doen. Zo kon ik meer genieten.

Nee, ik ben niet het type dat per se wil weten wat hij een dag later gaat doen. Daarom tekende ik ook voor een jaar bij. Juist omdat ik hou van die spanning en onzekerheid. Net zoals nu: ik weet nog niet wat ik ga doen. Heel veel mensen zullen dan zeggen dat ze alleen uit iets stappen als ze weten dat er iets nieuws is. Dat heb ik niet. Ik heb de volle overtuiging dat ik iets ga vinden dat goed voor me is en waarvan ik gelukkig word.

Natuurlijk heb ik ergens twijfel over mijn keuze. Dat vind ik ook logisch. Ik sluit een heel groot deel van mijn leven af. Maar ik heb het idee dat als je een keuze maakt, je het goed moet doen. De fout die veel mensen maken, is dat ze blijven hangen in iets omdat het bekend is, omdat ze weten wat het ze oplevert. Ik hak de knoop door. Ik houd bovendien de regie in handen. Dat heb ik altijd gedaan, en zo stap ik er ook uit.”