Ze sloeg een oude vrouw in het gezicht met een potje erwten

Wie: Marjorie

Waar: meervoudige kamer Amsterdam

De kwestie: poging tot moord en poging tot zware mishandeling in supermarkt

Haar twee kinderen lagen al te slapen toen Marjorie op 31 januari een taxi belde. Midden in de nacht liet ze zich naar de woning van een vriend brengen in Amsterdam-Oost. Ze hadden eerder die dag afgesproken via WhatsApp. Eenmaal bij de vriend praatten ze en rookten ze wat. Toen hij sliep stak ze op hem in met een keukenmes dat ze van huis had meegenomen. De man werd wakker – „Ik voelde geprik” – en probeerde het mes af te weren. Met steekwonden in zijn gezicht, op zijn schouders, hand en rug meldde hij zich bij het ziekenhuis.

De volgende dag werd Marjorie aangehouden in haar huis. En nu zit ze voor de rechter in Amsterdam, op verdenking van poging tot moord en twee pogingen tot zware mishandeling, enkele maanden eerder in een supermarkt.

De rechter slaat een opvallend welwillende toon aan tegen Marjorie, een gedrongen vrouw met Surinaamse roots op felroze sneakers. Zeker als je bedenkt dat ze heeft bekend met het mes op pad te zijn gegaan om deze man te kunnen vermoorden. De rechter zegt: „Ik kan me voorstellen dat het heel vervelend is voor u om hier te zitten.”

Later wordt de toon van de rechter verklaard. Twee gedragswetenschappers rapporteerden dat Marjorie vermoedelijk verstandelijk beperkt is. Haar precieze IQ konden ze niet vaststellen. De rechter: „Wij gebruiken soms moeilijke woorden omdat wij denken dat die niet moeilijk zijn. Zegt u het alstublieft als u iets niet begrijpt.”

Marjorie knikt, een klein wantrouwend knikje.

Bij haar aanhouding vertelde ze de politie dat ze al acht jaar rondliep met het plan deze man te vermoorden. Dat ze expres wachtte tot hij sliep.

Maar Marjorie sloeg ook wartaal uit. Ze had het over slangen die haar opdrachten gaven, die ze moest uitvoeren omdat ze haar anders zouden wurgen.

Onderzoek wees uit: een „fluïde psychose”. Ze accepteerde medicatie en haar gedrag normaliseerde snel. Een psycholoog en een psychiater concludeerden dat zij volledig ontoerekeningsvatbaar was geweest tijdens de aanval op haar vriend. Dat betekent dat ze geen straf opgelegd kan krijgen, maar wel, bijvoorbeeld, gedwongen opname in een psychiatrisch ziekenhuis.

De hamvraag deze middag is of Marjorie ook al ontoerekeningsvatbaar was toen ze enkele maanden eerder in een supermarktruzie verzeild raakte. In de Dirk van den Broek sloeg of duwde ze een glazen potje doperwten tegen het hoofd van een 85-jarige vrouw die haar erop wees dat ze het potje vergat.

Iets daarvoor was er een woordenwisseling geweest tussen de twee. Toen een man zich met de ruzie bemoeide, sloeg Marjorie een fles wijn kapot op straat. Ze dreigde ermee naar de man.

De advocaat van Marjorie betoogt dat de psychose er ook bij deze supermarktruzie al moet zijn geweest. Het zou verklaren waarom Marjorie zomaar een oude vrouw verwondde die haar wilde helpen. Het is typerend voor het type paranoïde schizofrenie dat Marjorie volgens de psychiater heeft – dat iemand zich door de omgeving vijandig bejegend voelt.

Verontrustend is wel dat, ook nu Marjorie psychoseremmers slikt en meer zichzelf is, zij tegen de rechter zegt het „overdreven” te vinden dat de vrouw bang is geworden na het voorval in de supermarkt. Een van de rechters vraagt door: „Kunt u zich voorstellen hoe dat voor haar geweest is? Dat zij u wil helpen en dat u haar verwondt?”

Marjorie zwijgt.

De rechter: „Waaróm zegt u hier niets over?”

Marjorie: „Ik ben bang het verkeerde te zeggen.”

De rechtbank oordeelt dat Marjorie tijdens het steekincident volledig ontoerekeningsvatbaar was. En verminderd toerekeningsvatbaar tijdens de supermarktruzie met het potje doperwten. Ze wordt een jaar gedwongen opgenomen in een psychiatrische inrichting.