Peloton eist actie na nieuwe zware crash met motoren in België, Broeckx in coma

Foto Jérémy-Günther-Heinz Jähnick

In de wielerwereld klinkt opnieuw woede en kritiek na een nieuw ernstig ongeluk dat werd veroorzaakt door motoren in het peloton. De zware valpartij deed zich zaterdag voor in de Ronde van België, toen twee motoren onderuit schoven tussen de renners. Negentien renners waren betrokken bij de valpartij, van wie de Belg Stig Broeckx het grootste slachtoffer was. Hij werd met hersenletsel naar het ziekenhuis in Aken afgevoerd en werd zondag nog steeds in coma gehouden. Uit scans is gebleken dat de renner van Lotto-Soudal twee bloedingen in zijn hersenen en een gebroken oogkas heeft.

Broeckx was in februari tijdens Kuurne-Brussel-Kuurne ook al door een motor aangereden. Daarbij scheurde hij een rib en brak hij een sleutelbeen. Een maand later overleed de Belgische renner Antoine Demoitié nadat hij in Gent-Wevelgem door een motor was aangereden.

Voor veel renners is de maat vol. Onder anderen de Nederlander Lars Boom liet zich kritisch uit over de gevaren die het peloton tegenwoordig teisteren. Mede dankzij hem werd de etappe van zaterdag afgelast na het ongeluk. „We hadden wel weer door kunnen rijden, maar dan is het morgen gewoon weer hetzelfde met alle motoren die voorbijkomen in het peloton. We moesten een statement maken dat we het niet langer pikken”, zei hij tegenover de NOS.

Boom kreeg steun van collega- renners als Tony Martin en Marcel Kittel. „Wat wij NU nodig hebben, is een rondetafelgesprek met de [wielerorganisatie] UCI, race-organisatoren en renners om veranderingen af te dwingen en te besluiten tot één veiligheidsstandaard voor ELKE race”, twitterde Martin zaterdag.

De rittenkoers ging zondag overigens weer verder en werd gewonnen door Dries Devenyns (IAM Cycling). De Belg zag zijn rode leiderstrui in de slotetappe, die werd gewonnen door zijn landgenoot Zico Waeytens, niet meer in gevaar komen. „Koers is nu even niet belangrijk”, zei de winnaar na afloop. „De toestand van Stig Broeckx is belangrijker.” (NRC)