Wéér de deceptie bij Atlético Madrid

Onze correspondent volgde een groepje Atléticofans op weg naar de finale van de Champions League in Milaan. Drie dagen van geloof, hoop en een enorme teleurstelling.

Voorafgaand aan de finale rekenden de supporters van Atlético Madrid op een overwinning, na afloop was er verdriet. Foto’s Koen Greven

De dag nadat Atlético Madrid zich plaatste voor de finale van de Champions League boekten Atléticofans Andrès (27), Paco (27), Luis (29), Manuel (36) en David (35) hun reis. Tegenstander is nota bene aartsrivaal Real Madrid. Na de pijnlijke nederlaag van twee jaar geleden in Lissabon – Real won toen de finale na verlengingen met 4-1 – was het tijd voor sportieve revanche. Samen met twintigduizend andere fans van de volksclub zouden ze de belangrijkste beker uit de clubgeschiedenis gaan binnenhalen.

De reis via Rome

Het vertrek van vlucht VY 6128 met bestemming Rome staat voor 21.25 uur gepland. De reis van de voetbalvrienden verloopt via de Italiaanse hoofdstad om de kosten wat te drukken. De prijs van rechtstreekse vluchten van Madrid naar Milaan liep in de dagen voor het duel op tot boven de 600 euro. Voor iets meer dan de helft daarvan regelen de vijf hun reis en hun verblijf. Als het vliegtuig een kwartiertje in de lucht hangt, begint een groepje fans van Real Madrid hun clublied te zingen. Het ‘Hala Madrid’, gaat door merg en been bij de aanhangers van Atlético. Het gezang houdt met tussenpozen bijna aan tot Rome. Tot Luis er genoeg van krijgt. Schreeuwend legt hij de Madridistas het zwijgen op met de waarschuwing ze anders bij de gate op te wachten. Atlético laat zich niet meer kleineren door de grote broer.

In Rome moet de tijd gedood worden tot zes uur in de ochtend, wanneer de hogesnelheidstrein naar Milaan vertrekt. Er wordt een nachtelijke wandeling gemaakt langs toeristische hoogtepunten als het Colosseum, het pantheon en de Trevi-fontein. Manuel gooit een muntje over zijn schouder in het water. Voor Atlético.

Aankomst in Milaan

De treinreis gebruiken de vijf om aan een paar uurtjes slaap te komen. Als het centraal station van Milaan in zicht komt, krijgt Andrès weer energie. „Wakker worden jongens. Dit is de belangrijkste dag van jullie leven: 28 mei 2016. Nooit meer zullen jullie vergeten dat Atlético Madrid op die datum de Champions League won.” De andere vier wrijven de slaap uit hun ogen en roepen als één stem: Atleti! In de hal van het station weerklinkt al snel het gezang van talloze andere fans. Rood-wit lijkt in de meerderheid. Supporters van het rijkere Real Madrid komen bijna niet met treinen naar Milaan. Die laten zich vooral vervoeren in één van de tweehonderd extra vluchten. Atlético tegen Real betekent ook de strijd tussen de verschillende klassen van Madrid.

Indrinken in de fanzone

De UEFA heeft Milaan verdeeld in twee gebieden. Iedere supportersschare heeft een eigen plein toebedeeld gekregen. De fans van Atlético laten zich op het plein voor het centraal station entertainen door muziek en dans. Maar zonder liters bier geen feest. Naarmate er meer gedronken wordt, nemen het zelfvertrouwen en de bravoure snel toe. Paco, Luis en Andrès gaan op de foto met een nagemaakte houten Champions League-beker. „Deze is straks van ons”, roept Luis. „Si!”, joelen de anderen. Het samenzijn in de fanzone is een feest van herkenning. Overal worden bekenden in de armen gesloten en als ‘familieleden’ begroet. Velen van hen hebben twee jaar geleden samen in Lissabon geleden. Atlético gaat die zwarte bladzijde nu wegpoetsen. „Wij hebben Barcelona en Bayern München al verslagen. We pakken Real Madrid nu ook”, zegt Andrèsmet een blikje bier in zijn hand. „Het mooiste zou zijn als we met 3-0 of 4-0 over Real heenlopen.” In de hal van het station wordt nog één keer het clublied gezongen voordat de metro naar het San Siro wordt gepakt.

De wedstrijd

San Siro is verdeeld in verschillende muren van fans. Op de eerste rijen achter het doel bij ingang 15 zien de vijf Madrileense vrienden het wit van Real aan de overkant. Al lang voordat de wedstrijd begint voeren de fans een strijd om wie het hardste zingt. Atlético wint met glans. Een enorm spandoek wordt ontrold: ‘Jouw waarden laten ons geloven’. Aan de overkant volgt kort daarop een levensgroot antwoord: ‘Tot de finale. Vamos Real!’

Als de wedstrijd begint, slaan de zenuwen op het veld én op de tribune toch toe bij Atlético. De bluf is verdwenen. Real is het eerste kwartier de betere ploeg en komt op voorsprong door een doelpunt van Sergio Ramos. Sommige fans van Atlético barsten in huilen uit. Maar de vijf vrienden zijn vooral razend als ze via hun mobieltjes horen dat de intikker van de gehate verdediger buitenspel was. Maar hun hoop is nog niet vervlogen. De slogan van Atlético is niet voor niets: ‘Stop nooit met geloven’.

En Atlético komt terug. Na rust gaat het elftal met invaller Yannick Carrasco vol op de aanval. Al na twee minuten na rust volgt een beloning als Atlético een strafschop krijgt voor een overtreding van Pepe op Fernando Torres. Het gejuich slaat om in totale verbijstering als Antoine Griezmann de penalty tegen de onderkant van de lat schiet. Paco slaat de handen voor zijn ogen. Maar Atlético blijft strijden. Elf minuten voor tijd ontploft San Siro als Carrasco scoort, als eerste Belg in de finale van de Champions League: 1-1. Het vertrouwen is terug. Real Madrid wankelt de verlenging in, die geen winnaar oplevert. Strafschoppen gaan de finale beslissen. Als Juanfran de vierde penalty tegen de paal schiet, lijkt het allemaal voorbij. Luis ziet niet eens meer dat Cristiano Ronaldo de beslissende strafschop voor Real Madrid maakt. Geen seconde langer wil hij nog in San Siro zijn. Het beeld van Sergio Ramos met de beker in zijn handen kunnen de vijf niet aan.

De kater

Terwijl het elftal van Real Madrid naar huist vliegt met de Champions League-beker lopen Paco, Andrès, Luis, Manuel en David met duizenden anderen doelloos door de straten van Milaan. De UEFA heeft het dichtstbijzijnde metrostation dicht gedaan om verdrukking te voorkomen, taxi’s en bussen rijden niet. De vijf rest niets anders dan het laatste stuk naar ‘huis’ te voet af te leggen. Om 3.00 uur zijn ze bij het appartement. Zonder overwinning. En zonder dat er nog een biertje wordt gedronken. „Ik wil nu even niets meer”, zegt David als hij zijn shirt van Atlético uittrekt en op zijn bed ploft. Vijftienhonderd kilometer verder viert Real Madrid dan het feest bij de Cibelesfontein. De vijf vrienden willen er niets van weten.