Recensie

Veel interessants, maar niet Tame Impala-achtig

De band Bones Foto’s Bibian Bingen

Car Seat Headrest uit Seattle, een van de bands waar op het London Calling-festival van afgelopen zaterdag naar werd uitgekeken, had de zaal vanaf de eerste toon in de ban. Of eigenlijk al eerder, toen een lange jongen met dikke brillenglazen, jarenvijftigkapsel en hoog omgesnoerde gitaar in zijn eentje achter de microfoon verscheen. Als opening zong hij steeds dezelfde gekwelde mantra, terwijl zijn drie muzikanten het podium opkwamen om het nummer verder uit te werken. En hoewel de tekst goeddeels hetzelfde bleef, scheerde de muziek schurend, vertragend of in vrije val, langs steeds wisselende gemoedstoestanden, in een bijna tien minuten durend epos.

De opmerkelijke zanger Will Toledo had sinds 2010 in zijn eentje al twaalf complete albums gemaakt en online gezet. De eerste regulier opgenomen cd van Car Seat Headrest, Teens Of Denial, verscheen vorige week. Ook daar gloriëren Toledo’s droge teksten, emotionele stem en de onopgesmukte maar vileine erupties van gitarist Ethan Ives.

Het London Calling-festival, dat twee tot drie maal per jaar wordt gehouden, biedt steeds een interessante uitsnede uit het nieuwe aanbod aan internationale gitaarbands – met zo nu en dan een hiphop of electronica-act. Dit keer was er een grote delegatie aan Australische bands, waar sinds het succes van Tame Impala veel bands worden aangekondigd als ‘Tame Impala’-achtig. Onterecht, doorgaans. Zo bracht Slum Sociable een mix van troebele elektronica, en funky bas, maar werd de ambitieuze soulvolle zang ontsierd door valse noten.

Achter de kinderlijke naam Dilly Dally school een daverende act uit Canada, waarbij zangeres Katie Monks haar walging op elegante wijze mocht uitbraken over al even schorre rocksongs. Eerder die avond was de kleine zaal verrast door de buitenaards bekoorlijke zangstem van de Britse Cate Le Bon. De mysterieuze Le Bon, muzikaal actief sinds 2007, zingt helder en statig, en het was mooi hoe haar muzikanten tegenwicht bieden met bizar hortend samenspel.

Tegenvaller van de avond was het optreden van zanger/gitarist Cullen Omori, vroeger voorman van tienerrockband Smith Westerns. Omori heeft schijnbaar alles mee: een androgyn uiterlijk, sluimerende liedjes en een suizend gitaargeluid. Maar hij verprutste het optreden door zijn ongeïnteresseerde houding. Soms blonk er een glimp van vervoering, dankzij zijn gitarist en drummer die hun best deden op de soms disco-achtige ritmes – anders dan de jammerende Omori wiens rechterhand het vooral druk had met het in model houden van zijn haar.