Van jubelstemming naar grafstemming

Euforie, verdriet, wilskracht, trots en berusting; de laatste drie dagen van de Ronde van Italië waren emotioneel heftig voor Steven Kruijswijk en zijn ploeggenoten.

Vrijdag 27 mei

Er heerst een jubelstemming bij Lotto-Jumbo. Bram Tankink had het echt gezegd, een dag eerder op de streep in Pinerolo: „Ik denk dat Steven Kruijswijk de Giro al heeft gewonnen.” Het ziet er ook rooskleurig uit. Geen wonder dat in Nederland al over een huldiging gesproken wordt. Drie minuten voorsprong op de nummer twee is niet gering.

Kruijswijk begint te wennen aan het startritueel. Bij de bus van Lotto-Jumbo verzamelen zich steeds meer mensen die met hem op de foto willen. Daarna wordt hij het podium op gevraagd en worden er roze ballonnen opgelaten. Op de eerste startrij grijnst hij steeds stoerder in de camera’s. Ook hij begint te geloven in iets moois, hoewel hij zegt dat hij het per dag bekijkt. Maar goed ook. Op het programma staat een loodzware etappe naar het Franse skioord Risoul. Kruijswijk ziet het zitten: „Juist op die lange klimmen ben ik goed. Dat heb ik al laten zien.”

Ploeggenoten brengen Kruijswijk tot aan de voet van de lange klim naar de Colle dell’Agnello, een berg van 2.744 meter hoog omgeven door mist en bovenop bedekt met sneeuw. Orica Greenedge, de ploeg van nummer twee Esteban Chaves, opent een giftig offensief. Kruijswijk pareert op z’n gemak, zo lijkt het. Maar de klim duurt zo lang en gaat zo hoog dat ook hij moe wordt. Nibali ziet dat en trekt door, vlak onder de top. In de afdaling gaat het mis: Kruijswijk duikt in een ijswand, breekt een rib, kneust zijn enkelbanden. Aan de finish beseft hij het al: „Kut, ik heb hier mijn Giro verloren.”

’s Ochtends hadden zijn ploeggenoten alles nog in eigen hand gehad. Nu bevinden ze zich tussen hoop en vrees. Kan hun kopman nog starten? Ze werken hun ritueel af: laten zich masseren, eten in het hotel. Maar ze moeten hun verdriet ook kwijt. Ze vloeken, tieren, Bram Tankink drinkt een sixpack bier leeg. Die avond is het stil bij het diner. Ploegleider Addy Engels: „Er heerste een grafstemming.”

Kruijswijk strompelt rond half elf zijn hotel binnen. Op zijn linkervoet kan hij amper staan. Hij gaat meteen slapen. Jos van Emden en Bram Tankink praten met de dokter en de ploegleiding. Ze spreken af om, als hun kopman van start kan, wat er ook gebeurt in de rit van zaterdag niet teleurgesteld te zijn. Er is een wonder nodig, dat weten zij ook, maar die bestaan.

Zaterdag 28 mei

Als Kruijswijk ontwaakt, voelt hij zich beter dan toen hij ging slapen, hoewel hij maar een paar uurtjes nachtrust krijgt. Rond negen uur stapt hij op de rollerbank in de gang van zijn hotel. Tankink hoort het en komt in zijn blootje een kijkje nemen. Kruijswijk moet erom lachen, terwijl hoesten en niezen al pijn doet. Hij gaat starten, vechten voor wat hij waard is.

In de bus, vlak voor de start, volgt een emotionele toespraak van Engels. Hij blikt terug met zijn jongens op een verschrikkelijke dag. Alles ging goed tot de val. En dan gebeurt er iets bijzonders. Engels voelt dat de ploeg zich collectief over het verdriet heen zet, en zich instelt op strijd. Dit is nog niet klaar, ze hebben de wilskracht in de ogen van hun kopman gezien. „Ik ga voor mijn podium vechten”, zegt Kruijswijk. „Dan maar door de pijngrens heen.”

De weg loopt na de start meteen omhoog, de Col de Vars op. Het tempo ligt laag, het is alsof ze Kruijswijk wat hersteltijd gunnen. Maar dat is schijn. Op de Colle della Lombarda plaatst Vincenzo Nibali een beslissende aanval. In deze staat kan Kruijswijk niet mee met de versnelling van de man die de Giro gaat winnen. Hij verliest zijn podiumplaats aan Valverde. „Wielrennen is ook op je fiets blijven zitten. Dat lukte niet”, zegt hij dwars door de droge kuchjes heen. Hij heeft zijn lichaam overduidelijk naar de grens gebracht, eroverheen misschien. „Ik moet er vrede mee hebben.”

’s Avonds in het hotel zit de ploeg weer gezamenlijk aan tafel. Er wordt prosecco gedronken. De Giro zit er bijna op, de laatste rit is symbolisch.

Zondag 29 mei

Zoals al de hele Giro neemt Kruijswijk deze ochtend tijd voor de pers, nu in zijn hotel. Buiten regent het hard. Kruijswijk doet zijn verhaal bij euforie, maar ook in misère. Alles is bezonken, hij zegt echt vrede te hebben met de meest ondankbare plek in een eindrangschikking.

Natuurlijk gaat het lang over het moment waarop hij de ronde verloor. Hij geeft opnieuw toe dat hij een inschattingsfout heeft gemaakt bij het aansnijden van de bewuste bocht. Door de sneeuwwanden kon hij niet door de bocht heen kijken. Hij viel hard, klom na een salto op zijn fiets en dacht alleen maar: hoe kan dit gebeuren, hoe is dit nou mogelijk? Hij had het parcours wel bestudeerd, op Google Maps, maar deze bocht kende hij niet.

Hij zegt dat hij gered heeft wat er te redden viel, en dat hij trots is op zichzelf, op zijn vechtlust. Hij hoort aan dat Den Bosch en Nuenen verwikkeld waren in een strijd om zijn huldiging, als hij gewonnen had.

Dan geeft hij het toe. „Ik weet dat het erin gezeten had. Ik weet dat ik deze kans had moeten pakken, waarschijnlijk komt dat besef volgende week pas. Maar ik weet ook dat ik een leider kan zijn, dat ik een grote ronde kan winnen. Ik koester het moment dat ik vorige week zaterdag de roze trui pakte.”

’s Avonds gaat Lotto-Jumbo uit eten in Turijn. De emotionele achtbaan van de afgelopen drie weken willen ze gezamenlijk afsluiten. Engels: „Het zijn zulke heftige weken geweest. De emoties gingen diep. Vrijdag rekende ik op een roze feest. Maar we moeten dit niet afsluiten in mineur. Dat zou niet goed zijn.”