Rij bij supermarkt wordt langer: de volkswoede groeit

Interview David Smilde, Venezuela-kenner Met toenemende schaarste, een dreigende economische ineenstorting en dictatoriale taal van de president, verkeert Venezuela op de rand van de afgrond. „De gevolgen van een faillissement zouden niet te overzien zijn.”

Venezolanen staan in de rij voor levensmiddelen bij winkels in Lídice, een arme wijk van Caracas.

„Mensen vergeten vaak dat een dreigende crisis niet direct waarneembaar is op alle vlakken van het dagelijks leven”, zegt Venezuela-kenner David Smilde, verbonden aan de gezaghebbende denktank Washington Office on Latin America (WOLA). Smilde belt vanuit zijn woonplaats Caracas. „Er is veel bedrijvigheid, er wordt hier permanent gebouwd en mensen volgen hun dagelijkse routine”, zegt hij.

De lengte van de rijen is een belangrijke graadmeter voor de verergerende crisis, analyseert Smilde. „Er is al langer een groot gebrek aan voedsel, maar er werd dit jaar 40 procent minder geïmporteerd dan vorig jaar. En dat zijn conservatieve cijfers”, zegt de onderzoeker.

„Het is voor het eerst dat Venezolanen daadwerkelijk protesteren tegen het tekort, waarbij niet zelden opstootjes uitbreken. Tel daarbij op de huidige elektriciteitscrisis, waardoor mensen dagelijks soms wel acht uur zonder stroom zitten. Het is, ook voor Venezuela, een ongekend niveau van schaarste.”

Tot 2013 was schaarste in Venezuela niet voor te stellen. De socialistische heilstaat met de grootste bewezen oliereserves ter wereld profiteerde jarenlang van hoge grondstoffenprijzen. Maar zowel de regering van de overleden Hugo Chávez als die van de huidige president Nicolás Maduro investeerde niet in zelfvoorzienendheid of een veelzijdige economie. In plaats daarvan bouwden ze een uitgebreid geopolitiek netwerk waarbij met olie goederen of politieke steun werden gekocht. Met de huidige lage olieprijzen begint dat langzaam uiteen te vallen.

Het gevolg is een land dat economisch en sociaal wankelt. De misdaadcijfers behoren tot de hoogste ter wereld, met schokkende moordcijfers: in de eerste drie maanden van 2016 werden in Venezuela meer mensen vermoord dan in heel 2015 in Afghanistan. De inflatie is zo hoog (schattingen lopen uiteen van 180 tot 450 procent), dat biljetten waarop de lokale bolivar wordt gedrukt, niet meer te betalen zijn. De schaarste bereikte vorige week een nieuw dieptepunt, toen Coca-Cola aankondigde zijn productie in Venezuela te staken wegens een gebrek aan suiker. En de kwaliteit van publieke diensten kelderde dusdanig dat baby’s sterven in ziekenhuizen.

Daarbovenop woedt een politieke crisis. In december won de Venezolaanse oppositie na 17 jaar een tweederdemeerderheid in het parlement. Maar sindsdien doet president Maduro er alles aan zijn macht te consolideren. Het Hooggerechtshof is op zijn hand, waardoor voorstellen van de oppositie voortdurend worden gedwarsboomd. De oppositie verzamelde voldoende handtekeningen om een tussentijds referendum te organiseren dat moet beslissen of Maduro mag aanblijven. Dat wees Maduro af, om direct daarna grootschalige legeroefeningen aan te kondigen.

Verandert Venezuela in een dictatuur?

„Nee dat is een te sterke term, die impliceert dat Maduro veel meer macht heeft dan hij heeft. Maar de democratie staat wel onder druk. De juridische macht schendt de democratie, door in te grijpen in beslissingen van een legitiem gekozen parlement. En met het laten voortduren van de noodtoestand holt Maduro de democratie uit.”

Er zijn nu vrijwel dagelijks protesten. Verwacht u dat het uit de hand loopt?

„Ja, daarover maak ik me zorgen. Bij de meeste supermarkten staat bewaking, die protest snel indamt: een effectieve manier om protest te isoleren. Maar als de volkswoede groeit – en dat doet ze – wordt het moeilijk die in de hand te houden. Alleen: het ontbreekt de oppositie aan leiderschap. Chávez liet Maduro een model na gebaseerd op overheidsuitgaven, olie, complotten en een overgewaardeerde munt. Daar is sinds Chávez’ dood in 2013 niets aan veranderd. De oppositie heeft geen duidelijke visie hoe ze de problemen wel zou oplossen.”

In 2014 ging het mis, toen de strijdkrachten ingrepen bij straatoproer. Er vielen 43 doden. Wat gaat het leger nu doen?

„Dat weet niemand: het Venezolaanse leger is een zwarte doos. We zien dat Maduro, zonder militaire achtergrond, het leger meer privileges en ruimte gunt dan ooit, omdat hij het ziet als zijn eigen veiligheidsapparaat. Het leger heeft een eigen bank, een eigen televisiestation, het controleert grote delen van het importsysteem. Allemaal lucratieve handel, waardoor je loyaliteit aan Maduro kunt verwachten. Al zullen veel lagere legereenheden de crisis zelf ook voelen. Hoe dit uitwerkt, is onduidelijk.”

De oppositie stelt alles in het werk een tussentijds referendum te organiseren. Gaat Maduro dat overleven?

„Als de regering de elektriciteitscrisis overwint, de schaarste niet toeneemt en de olieprijzen stijgen – wat ze de afgelopen vijf weken hebben gedaan – dan maakt Maduro een kans. Media hebben de neiging de situatie in Venezuela te beschrijven vanuit een middenklasseperspectief, maar dit is geen middenklasseland. De schaarste geeft ruimte aan armere mensen om levendig handel te drijven met goederen op de zwarte markt. Ze kopen een zak rijst voor wat centen, en verkopen die voor dollars. Dat is moeilijk te zien van buitenaf, maar dat is wel wat dit land in beweging houdt.”

Politiek overleven is één, maar de economie dreigt volledig ineen te storten.

„Ja, dat is de grootste uitdaging. In oktober moet Venezuela een enorm bedrag betalen aan schuldeisers en voorlopig ziet niemand hoe het land daaraan gaat komen. Venezuela kan dit jaar failliet gaan en dat heeft enorme gevolgen. Het land is niet zelfvoorzienend, het produceert alleen olie. En zelfs om dat uit de grond te krijgen is krediet nodig. De gevolgen van een faillissement zijn niet te overzien.”