Over wreedheid leren door die na te spelen

Op Spring ging ‘Five Easy Pieces van de Zwitser Milo Rau in première: kinderen spelen scènes uit de Dutroux-affaire na

Scène uit ‘Five Easy Pieces’, met op de voorgrond Elle Liza (13) en Pepijn (10)Foto phile deprez

Het idee is even akelig als briljant: om zeven kinderen episodes na te laten spelen uit de Dutroux-affaire. Alleen al het feit dat deze argeloze kinderen – in de leeftijd van Dutroux’ slachtoffertjes – zich moeten verhouden tot die gruwelijke geschiedenis is voor de volwassen toeschouwer haast onverdraaglijk. Je zou regisseur Milo Rau effectbejag ten koste van kinderen kunnen verwijten – publieksimpact is immers gegarandeerd – maar de uitvoering is ingetogen en integer, het resultaat krachtig en ontregelend.

We zijn toeschouwers bij een casting onder leiding van Peter Seynaeve – de enige volwassen acteur op toneel. De zeven spelertjes stellen zich voor en tonen hun talenten: Elle Liza (13) kan mooi zingen, Pepijn (10) is een aankomend pianist, Willem (8) speelt accordeon. Ze ambiëren een carrière op het podium, en ze zijn er geknipt voor: schattig, charismatisch, getalenteerd. Subtiel loodst Seynaeve ze dan richting de dilemma’s van het vak: „theater is wreed.” Zouden ze er alles voor over hebben? Zijn ze bereid zelfs een kindermoordenaar te spelen?

IJzingwekkend

Dat niet. Maar achtereenvolgens spelen ze wel Dutroux’ vader Victor, een agent betrokken bij het onderzoek, de rouwende ouders, en één van de slachtoffertjes, in gevangenschap, terwijl ze close-up in de camera een brief aan haar ouders voorleest. Een ijzingwekkende scène, niet alleen vanwege de omstandigheden, maar vooral door het onbegrip dat uit haar schrijven spreekt. Ze heeft zich aangepast, zoals kinderen doen – hoogstens heeft ze last van de insecten in de kelder en is het eten vies. ‘Als jullie snoepjes eten’, vraagt ze haar ouders, ‘denk dan aan mij.’ Ook Rachel, de Disney-achtig schattige achtjarige die het meisje speelt heeft zichtbaar nog weinig benul van de gruwel die ze overbrengt. Gelukkig.

Zo verschuift de voorstelling van re-enactment naar existentieel onderzoek: Wanneer doet de wreedheid intrede in een ons leven? Op welk moment worden we ons daarvan bewust? Kun je leren over het leven door het na te spelen?

De kracht van Five Easy Pieces, genoemd naar de leerstukken van Stravinsky, schuilt in het contrast tussen materie en vertolkers: we zien gezonde, vrolijke kinderen op toneel, die spelen. Ze spelen volwassen acteurs na die te zien zijn op film. Ze spelen dat ze oud zijn, dat ze dood zijn, dat ze rouwende ouders zijn. En ze hebben er lol in; de ernst dringt maar mondjesmaat door. Dat is ontroerend voor de volwassen toeschouwer, die de gruwel maar al te goed overziet.

Milo Rau ziet zijn voorstellingen als ‘Lehrstücke’, in de Brechtiaanse traditie: zijn acteurs leren door te spelen. Pijnlijk aan Five Easy Pieces is dat je helemaal niet wil dat kinderen dit leren. Al is het in het leven uiteindelijk onvermijdelijk.

Vijf gemakkelijk stukken? De titel is ironisch. Dit zijn de moeilijkste en meest onverteerbare lessen die er zijn.