Oppositieleider Syrië weg: ‘Genève is tijdverspilling’

Mohammed Alloush Gesprekleider oppositie stapt uit vredesgesprekken over Syrië. Zijn vertrek kan tot verdere leegloop leiden.

De hoofdonderhandelaar van de belangrijkste Syrische oppositiealliantie is zondag opgestapt. Hij wil daarmee zijn ongenoegen uiten over het gebrek aan vooruitgang bij de vredesbesprekingen in Genève. Mohammed Alloush van het Hoge Onderhandelingscomité (HNC) zei dat de gesprekken „tijdverspilling” zijn aangezien ze niet hebben geleid tot een akkoord, tot vrijlating van gevangenen of tot verbetering van de situatie van belegerde burgers.

Het vertrek van Alloush komt niet onverwacht; het HNC is al maanden gefrustreerd over het vredesproces. Het HNC had zijn deelname aan de gesprekken in april al opgeschort totdat de situatie op de grond zou verbeteren. Alloush verwacht niet dat de gesprekken zullen worden hervat zolang het regime niet bereid is tot „serieuze onderhandelingen” over een politieke transitie zonder Assad.

Alloush is de vertegenwoordiger van de machtige rebellengroep Jaish al-Islam in het HNC, die wordt gesteund door Saoedi-Arabië en Turkije. Zijn vertrek is geaccepteerd tijdens een bijeenkomst in Saoedi-Arabië, waar het verloop van de vredesbesprekingen tegen het licht werden gehouden. Zijn vertrek kan tot een verdere leegloop van het HNC zorgen. Het hoofd van de belangrijkste oppositiegroep binnen het HNC, Asaad al-Zoubi, zei tegen de Saoedische zender Al-Hadath dat hij ook wilde opstappen. Maar hij bevestigde niet of dit ook is gebeurd.

Het probleem is dat het regime het HNC niet ziet als een serieuze onderhandelingspartner. Volgens het regime is het HNC een marionet van buitenlandse grootmachten die uit zijn op de val van Assad, en is Alloush zelf een „terrorist”. Hij is ook zeker geen gematigde man, die dingen zegt als: „de islam kan niet aan de macht komen via democratie zoals druiven niet uit doornen komen”.

Alloush was de broer van de invloedrijke rebellenleider Zahran Alloush, commandant van Jaish al-Islam (Leger van de Islam) die aan de onderhandelingen zou deelnemen maar eind vorig jaar is gedood bij een bombardement op zijn hoofdkwartier in de hoofdstad Damascus.

Inmiddels geldt er een nationale wapenstilstand tussen het regime en de gematigde rebellen, die officieel nog altijd van kracht is maar in praktijk veelvuldig wordt geschonden. De in Turkije gevestigde oppositie, die is aangesloten bij het HNC, roept zijn buitenlandse bondgenoten op om hun militaire steun voor het Vrije Syrische Leger op te voeren. Ze zeggen dat zulke hulp hen in staat zou stellen om Raqqa, de officieuze hoofdstad van het kalifaat, te heroveren.

De vraag is echter of dit gaat gebeuren. De Verenigde Staten en andere westerse landen zijn bang dat de wapens die ze zouden leveren in handen zullen komen van andere extremistische rebellengroepen, zoals de Islamitische Staat en Jabhat al-Nusra die fel anti-westers zijn.