Column

Nog geen Kamerlid met een hoofddoek?

Regelmatig wordt aan de tafel van talkshows en door sommige politici vastgesteld dat de multiculturele samenleving mislukt zou zijn. Ik ben dan altijd stomverbaasd, want als je goed om je heen kijkt, kun je alleen maar concluderen dat in Nederland mensen met verschillende culturele achtergronden wel degelijk een (verre van ideale, maar daar gaat het niet om) samenleving vormen.

Wat je wel zou kunnen verdedigen is dat ‘de multiculturele samenleving’ als concept, of zelfs model, niet meer functioneert. Dat idee ging uit van een soort verzuilde maatschappij, waarin iedereen zijn eigen cultuur mag beleven, mits je de andere zuilen met rust laat. Ook bestond in dat verzuilde model een tamelijk geïdealiseerde voorstelling van perfect begrip en acceptatie tussen oude en nieuwe Nederlanders onderling.

Iets van dat multiculturele sprookjesland vind je soms nog terug in programma’s van de NTR, die het verbinden en lijmen in haar taakopdracht heeft staan. Meestal worden die uitgezonden op zaterdagmiddag of een ander moment dat er toch niemand kijkt, zodat de autochtone kijker die positieve beelden van minderheden makkelijk kan negeren.

Ireen van Ditshuyzen, tweevoudig winnares van een Zilveren Nipkowschijf, maakte voor de NTR een wel degelijk op primetime (zondagavond) uitgezonden documentair drieluik over succesvolle nieuwe Nederlanders. Je zou het graag toejuichen, een mozaïek van portretten van Marokkaanse, Turkse en Ghanese Nederlanders, die het wel goed doen. Maar er is helaas veel aan te merken op de serie, en dat begint al met de titel: Kansen Krijgen Kansen Pakken.

Die schijnbaar aan het kermismilieu ontleende uitroep suggereert immers dat het een kwestie is van beter je best doen, om al die door de Nederlandse samenleving genereus aangeboden kansen glansrijk te verzilveren. Dat de praktijk iets minder rooskleurig uitpakt, wordt gelukkig ook duidelijk. Talrijk zijn de verhalen van vmbo-advies voor goed lerende kinderen met een niet-Nederlandse afkomst, terwijl lager scorende autochtone klasgenoten zonder slag of stoot naar het vwo mochten.

Ook de vooral in deel 2 nader belichte rolmodellen blijken vaak niet eenduidig. Natuurlijk zeggen alle meisjes dat hun vader ze stimuleerde om door te leren, maar als je goed kijkt en luistert is de realiteit iets genuanceerder.

Echt storend vind ik de impliciete veronderstelling dat we ons zouden moeten vergapen aan een vrouwelijke huisarts van Turkse afkomst, een docente maatschappijleer met een hoofddoek of een sportpedagoog met een Marokkaanse achtergrond. De fase dat we dan oh en ah gaan roepen ligt toch echt al een tijdje achter ons. Helemaal verbazingwekkend is de aandacht voor twee vrouwelijke PvdA-raadsleden, alsof dat opvallend zou wezen. Wel schrok ik van de ambitie van een jonger zusje dat ze het eerste Kamerlid wil worden met een hoofddoek. Verrrek, die hebben we inderdaad nog niet! Zelfs niet bij de PvdA.