Met het vonnis van Habré heeft Afrika een wereldprimeur

Internationaal strafrecht Hissène Habré, oud-leider van Tsjaad, kreeg in Senegal levenslang voor massamoord en verkrachting. Nooit eerder werd een ex-staatshoofd in een ander land veroordeeld.

Foto AP

De voormalige president van Tsjaad, Hissène Habré is maandag in Senegal tot levenslang veroordeeld wegens misdaden tegen de menselijkheid, verkrachting en seksuele slavernij. Hissène Habré, die niet blikte of bloosde tijdens het vonnis, maakte zich volgens de rechter ook zelf aan verkrachting schuldig. Dit is een historisch vonnis: nooit eerder werd een ex-staatshoofd in een ander land voor misdaden berecht en veroordeeld. Afrika, waar misdaden door leiders vrijwel altijd onbestraft blijven, heeft dus een wereldprimeur. Minder zeker is of de straffeloosheid op het continent door dit vonnis gaat afnemen.

De misdaden vonden plaats tijdens zijn regeerperiode van 1982 en 1990. Enkele van zijn slachtoffers die een kwart eeuw actievoerden voor zijn berechting, braken in de rechtszaal in gejubel uit na het vonnis. Hissène Habré leefde in ballingschap een luxe leven in een buitenwijk van de Senegalese hoofdstad Dakar, toen hij in 2013 alsnog werd opgepakt. In 2006 had de Afrikaanse Unie Senegal gevraagd om Hissène Habré „in naam van Afrika” te berechten. Trappend en schreeuwend werd hij vorig jaar de Senegalese rechtszaal binnengebracht. Hij weigerde het speciaal voor zijn zaak opgerichte hof te erkennen, hield zijn mond gesloten tijdens de zittingen en weigerde ieder contact met door de Senegalese overheid aangewezen advocaten.

Verbetenheid

Na een lange omweg van 25 jaar is het dan toch gelukt om recht te spreken tegen de inmiddels 73 jaar oude ex-president van Tsjaad. Dat het is gelukt, is het gevolg van specifieke omstandigheden. Zoals de verbetenheid van Hissène Habré’s slachtoffers, die naar bewijzen bleven zoeken. Of aan de internationale mensenrechtenorganisaties zoals Human Rights Watch, die publiciteit bleven geven aan zijn zaak. En aan de Afrikaanse Unie, die een juridische uitweg steunde om hem te berechten. De Senegalese president Macky Sall speelde ook een bijzondere rol toen hij de aangepaste wet van zijn land gebruikte om een buitenlandse president te berechten. Door deze bijzondere omstandigheden werd Hissène Habré in een hoek gedrukt en kon hij zijn vonnis niet meer ontlopen.

Daaruit putten mensenrechtenactivisten binnen en buiten Afrika moed. Want er is een precedent geschapen. Zij zien het ‘universele tribunaal’ tegen Hissène Habré, een buitengewone rechtskamer in Senegal om een buitenlands staatshoofd te berechten, als een waarschuwing aan dictators: ook al ontsnappen ze aan binnenlandse wetgeving en het Internationaal Strafhof (ICC) of hebben ze ergens een uitwijkplaats gevonden, het betekent nog niet dat ze veilig zijn. Om een zaak als tegen Hissène Habré mogelijk te maken, moeten vele landen dan nog wel hun wetgeving aanpassen zoals Senegal deed.

Vertroeteld door Washington en Parijs

Hissène Habré dateert uit een tijdsperk dat dictators in Afrika werden vertroeteld door het westerse of door het Oostblokkamp. De woestijnvos, zoals de slimme en sluwe Hissène Habré werd genoemd, was zeer geliefd in Washington en Parijs. Want hij had in Noord-Tsjaad binnengevallen Libische soldaten een zware nederlaag toegebracht en stelde zich op als de meest fervente tegenstander in Afrika van de Libische leider Gaddafi. Dat kwam de Amerikaanse president Ronald Reagan goed uit, die apparatuur leverde aan de martelende geheime politie van Hissène Habré.

Hissène Habré hoefde zijn misdaden dus niet te verdoezelen voor een kritische buitenwereld. Dat werkte later als een boemerang tegen hem, want de minutieus bijgehouden rapporten van zijn agenten over hun martelingen, vormden bij het proces de gerechtelijke munitie van de aanklagers. In 2001 vonden onderzoekers in de talrijke vervallen detentiecentra stapels dossiers, met aantekeningen zoals: ‘verdachte overleden tijdens verhoor’. Op basis van die dossiers kwamen de aanklagers tot de conclusie dat gedurende Hissène Habré’s heerschappij van 1982 tot 1990 bijna 40.000 verdachten werden vermoord en 200.000 werden gemarteld.

Activisten voor de mensenrechten in Afrika kunnen het vonnis tegen Hissène Habré als een overwinning vieren. Zo’n zege hebben ze nodig, want de afgelopen jaren is het mondiale streven naar gerechtigheid in zwaar weer beland. Het Strafhof in Den Haag moest door slecht onderzoekswerk en door tegenwerking van de Keniaanse regering zes zaken tegen Keniaanse politici opgeven. Sindsdien is er een massale beweging van Afrikaanse politici op gang gekomen om „het koloniale ICC van de blanken” te verlaten.