‘Maak minder baby’s voor milieu’

Voer steviger discussie over kindertal voor het klimaat, zegt een Britse hoogleraar.

Geboortebeperking is een van de drie belangrijkste maatregelen waarmee de mens klimaatopwarming tegen kan gaan. Maar de massale aandacht gaat uit naar die andere twee: schonere technologieën en minder consumeren.

Onterecht, schrijft de Britse emeritus hoogleraar family planning John Guillebaud in een opiniestuk in The BMJ (20 mei). „Een mens moet niet alleen zijn ecologische ‘voetafdruk’ verkleinen”, vindt hij, „maar er moeten ook minder voeten komen.”

Een Amerikaans echtpaar bespaart 486 ton CO2-uitstoot door één kind minder te nemen. „Dat is twintig keer meer dan zou worden bespaard met enige andere eco-actie”, schrijft Guillebaud. Zo’n paar bespaart bijna 20 procent op de gemiddelde CO2-uitstoot (2.720 ton) van twee Amerikanen die tachtig jaar oud worden, blijkt uit cijfers van de Wereldbank.

De spectaculairste besparingscijfers komen uit de Verenigde Staten, waar de grootverbruikers van fossiele brandstoffen wonen. Twee Nederlanders stoten in hun tachtigjarige leven 1.600 ton CO2 uit, veel minder dan de 2.720 ton van het Amerikaanse paar.

Maar toch, westerlingen zouden op grond van deze cijfers kunnen „kiezen voor een kleiner gezin, ook al kunnen ze zich een groter veroorloven”, schrijft Guillebaud. Het moet vrijwillig blijven, benadrukt hij, maar het vrijwel volledig stilzwijgen van mogelijke maatregelen ergert hem.

Natuurlijk geeft beperking van het kindertal problemen. In de meeste rijke landen worden al zo weinig kinderen geboren dat zonder import de bevolking krimpt. Veel beleidsmakers problematiseren dat, want weinig jongeren moeten voor al die oudjes zorgen.

De grote reductie zou in ontwikkelingslanden moeten plaatsvinden. Dat ligt gevoelig, want de druk komt uit de rijke landen. Maar het is duidelijk, vindt Guillebaud, dat kleine families ontstaan waar vrouwen makkelijke toegang tot een opleiding en tot anticonceptie hebben.