Column

Kiki

Omdat de bejubelde autocoureur tegen de vangrail crashte en de Brabantse wielrenner zichzelf op dramatische wijze ten val bracht, ging ik vertwijfeld op zoek naar een Nederlandse sporter die wél op de been bleef. Zo kwam ik terecht bij tennister Kiki Bertens, iemand die ik eerder nog nauwelijks in actie had gezien.

Ik moest er de nodige moeite voor doen, want Kiki’s partij tegen de Russin Kasatkina op Roland Garros werd niet live uitgezonden. Pas de volgende dag vond ik op internet enkele beelden terug. Ik zag Kiki worstelen met opkomende kramp, zoals ook de Spaanse voetballers in de Champions League-finale overkwam. Ik ken het verschijnsel alleen van het wakker worden en uitrekken in bed – en dat is al erg genoeg.

Bij Kiki zag het er nog veel dramatischer uit. Ze leek het niet te redden, ze verspeelde vijf matchpoints, maar gelukkig begon ook het vijf jaar jongere lichaam van de Russin in te storten. Kiki won – na drie lange, loodzware uren.

Maar toen moest voor Kiki het zwaarste nog komen. Een interview met een tv-verslaggever uit Nederland. Kiki is een blond en blozend iemand, ogenschijnlijk één brok Hollands welvaren, maar nu zat ze uitgeput op een stoeltje aan de rand van de baan, nog ten prooi aan alle doorstane emoties. De NOS-verslaggever hield zijn microfoon voor haar zwetende gezicht en begon zijn ondervraging.

Hoe krijg je het voor elkaar? Had je het al opgegeven? Hoe herstel je je dan? Je bent echt moe, hè? Is het niet verstandig om dat dubbelspel te laten schieten? Je gaat nu naar de Olympische Spelen in Rio?

Kiki had op dat moment liever geen vragen willen beantwoorden, maar ze was beleefd en bovendien nog niet zo erg beroemd – bij Nadal durft geen verslaggever zoiets te proberen, het zou hem zijn perskaart kosten. Kiki wilde eigenlijk maar één ding: snikken als een kind.

Dat deed ze uiteindelijk dan ook met volle overgave. „Ik voel me volledig verrot’’, zei ze terwijl ze met haar tranen de verslaggever eindelijk het zwijgen oplegde. Ze bleef snikken. Eerst aan de borst van haar coach, Raemon Sluiter, toen bij een oudere man en vrouw buiten de baan, vermoedelijk haar ouders.

Ik zat thuis nog net niet mee te snikken, maar constateerde toch enige vochtaanslag op mijn brillenglazen. Maar waar gaat het over, probeerde ik me te vermannen, ze is pas bij de laatste zestien van Roland Garros! Morgen is ze misschien alweer uitgeschakeld, want zo gaat dat op die toernooien: de ene dag ben je de held, de volgende dag de schlemiel. Wie weet crasht ze tegen de netband of valt ze ongelukkig op haar heup – ze is per slot van rekening ook nog een Nederlandse topsporter, en die krijgen het vooral moeilijk als er te veel van ze verwacht wordt. Denk aan 1974!

Kiki was zó gelukkig dat ze er verdrietig van werd. Ze heeft de nodige tegenslagen in haar carrière gehad, en die kwamen zich nu even onbeschaamd melden, flitsen tussen de vragen van die opdringerige verslaggever door. Een ervaren, gelouterde tennisser zou in deze fase van het toernooi koeler hebben gereageerd, die bewaart zijn tranen liever voor na de finale, als de fotografen oprukken.

Maar Kiki was nog een outsider, ze beleefde deze triomf niet op een hoofdbaan van Roland Garros - maar op baan 16. Een bijbaan, maar voor Kiki werd het een baan om de aarde.