Aso’s in de Appie

In de namiddagdrukte bij Albert Heijn valt mijn oog op een moeder en haar zoon. Ze zijn even lang. Zij draagt een grote bril en plastic schoenen. Hij is een jaar of vijftien met smalle ogen. Zijn haar hangt slap langs zijn gezicht. Ze praten Utrechts en dat heel erg hard.

Bij de zuivelafdeling houdt hij veel te lang de deur van de vla open. Kou stroomt de winkel in. „Koud hier”, constateert hij, maar hij doet de deur niet dicht, totdat een andere klant er iets van zegt. In hun mandje zie ik witte voorverpakte kadetjes liggen en speklappen. Artikelen die bijna niemand hier in zijn mandje heeft.

Met elke verbouwing van de Albert Heijn-vestiging in de Utrechtse Nachtegaalstraat, zag ik er steeds minder bewoners uit de nabijgelegen Sterrenwijk, een van de arme buurten van Utrecht. Het assortiment goedkope producten werd steeds kleiner.

Dus veel luxe eenpersoonsmaaltijden voor internationale studenten en veel biologische producten met van die kinderachtige letters op de verpakking – van alle Nederlandse steden heeft GroenLinks traditiegetrouw de meeste aanhang in Utrecht.

Maatschappelijke tweedeling, overtuigend uitgebeeld in één enkele supermarkt

De tweedeling van de maatschappij, overtuigend uitgebeeld in één enkele supermarkt. Achter de kassa zitten meisjes met hoofddoekjes, onder de klanten niet. Wel veel studentenmeisjes met korte trenchcoats aan. Hun pas gewassen haar nonchalant met speldjes naar achteren gehouden. Een van hen ontbloot haar bruine armen. „Spray tan”, zegt ze. (Engels rukt op in deze vestiging, het meest gebruikte Nederlandse woord is ‘brak’, door studenten met kleine oogjes van het nachtleven.)

„Snoep staat er nog”, roept de moeder met de grote bril. „Koekies.” Ze stevenen af op de koekjes. En daarna naar de energiedrankjes. De jongen reikt naar een miniflesje aanlenglimonade, maar hij kan er niet bij. „Schop onder je kont moet je hebben”, kraait zijn moeder. „Die heb je niet genoeg gehad.” Ze vouwt haar handen in elkaar, hij zet zijn voet erin.

„Lichtbruintjes”, roepen de studentenmeisjes tegen elkaar. „Onze favoriet.”

Nu vallen de moeder en de zoon hun op. Die lopen te breed door het gangpad, je kunt niet om ze heen. „Mama”, gilt de jongen in elke zin die hij zegt en dan wijst hij naar een product dat zij vervolgens in hun mandje legt.

De studentenmeisjes klitten bij elkaar. Hun perfecte gezichtjes draaien in de richting van de moeder en de zoon, die naar de kassa lopen. „Wat doen die hier”, zegt het meisje met de spray tan. „Hebben ze de loterij gewonnen of zo”, zegt haar vriendin. Ze jubelen van geluk dat zij geen aso’s zijn.