Herstel van menselijke waardigheid

Kathryne Bomberger, directeur Internationale Commissie voor Vermiste Personen Volgens ICVP-baas is het voor achterblijvers een „mentale marteling” onwetend te blijven over anonieme doden.

Een begrafenis van dertien migranten die omkwamen bij een scheepsbreuk op de Middellandse Zee. Foto Carmelo Imbesi/AP

De afgelopen tweeënhalf jaar is er gemiddeld elke dag ergens in Italië, Griekenland of Turkije een op zee omgekomen migrant begraven zonder naam. 40996, staat er dan op een bordje dat in een grafheuvel is geprikt op een kerkhof in Turkije. Of, in Italië: ‘Gestorven in het Kanaal van Sicilië op 24-8-2014. Leeftijd tussen de 35 en 40 jaar’.

Voor de achterblijvers is het „een mentale marteling” nooit te weten wat er met zo iemand is gebeurd, zegt Kathryne Bomberger. Zij is directeur van de ICMP, de Internationale Commissie voor Vermiste Personen, een internationale organisatie die sinds kort haar hoofdkwartier in Den Haag heeft en probeert anonieme doden die door oorlogsgeweld, natuurrampen of bij een poging naar Europa te komen zijn omgekomen, een naam te geven.

De ICMP is begonnen in Sarajevo, om te helpen de 40.000 vermisten na de oorlogen in Joegoslavië een naam te geven. Dat is in 70 procent van de gevallen gelukt – van de doden in Srebrenica zijn nu zelfs ruim 7.000 van de 8.000 slachtoffers geïdentificeerd. Sinds 2003 werkt de organisatie wereldwijd. Zij helpt onder andere bij het zoeken naar slachtoffers van de Chileense Pinochet-dictatuur en bij het identificeren van de honderdduizenden mensen in massagraven in Irak, slachtoffers van de oorlog tegen Iran in de jaren tachtig, van de eerste Golfoorlog begin jaren negentig, van het schrikbewind van Saddam Hoessein of van Islamitische Staat. Nu assisteert de ICMP bij de identificatie van dode migranten. Sinds begin 2014 zijn ongeveer circa 1.250 anonieme mannen, vrouwen en kinderen begraven die de overtocht over de Middellandse of de Egeïsche Zee niet hebben overleefd.

Gigantische puzzels

Het zijn gigantische puzzels, op een schaal en van een moeilijkheid die de identificatie van de MH17-slachtoffers ver overstijgt – daarbij is de ICMP te hulp geroepen, onder andere om haar expertise bij het afnemen van DNA van zwaar verminkte slachtoffers. De verhuizing van Sarajevo naar Den Haag moet die mondiale rol makkelijker maken. De verbindingen vanaf Schiphol zijn beter, en het is in de regeringshoofdstad makkelijker internationale contacten te leggen.

Qua capaciteiten wil de ICMP een enorme stap vooruit zetten met de inrichting van een nieuw laboratorium in Den Haag voor DNA-vergelijking. „In het voormalige Joegoslavië hebben we het eerste succesvolle grootschalige DNA-identificatieproject uitgevoerd”, zegt Bomberger. „Met de nieuwe technologische mogelijkheden kunnen we mondiaal gaan werken op een manier die niet eerder mogelijk was. Met specifieke genetische kenmerken kunnen we veel preciezer zoeken naar bijvoorbeeld vermiste migranten.”

Het bijzondere zit in de aantallen. DNA-onderzoek van slachtoffers gebeurt op kleine schaal in de meeste westerse landen. De ICMP deed ervaring op met het snel vergelijken van tienduizenden DNA-gegevens in een enorme database – voor het Balkanonderzoek zijn 91.000 bloedmonsters genomen. Die expertise moet nu ook ingezet worden bij de identificatie van anonieme migranten.

Aan de hand van de gesprekken die nu lopen met de Italiaanse autoriteiten legt Bomberger uit hoe dit zou kunnen gaan – in Italië is de procedure preciezer dan in Griekenland of Turkije, waar nog niet altijd een lijkschouwer beschikbaar is om een verdronken migrant goed te onderzoeken. Er worden foto’s gemaakt en DNA afgenomen. „Om daarna internationaal te kunnen zoeken, kan Italië met onze hulp profielen van grote aantallen mensen maken op basis van post mortem-monsters die in onze database worden opgeslagen. En dan kunnen wij als gespecialiseerde internationale organisatie proberen het verband te leggen tussen het lichaam en het land van oorsprong’’, zegt Bomberger.

Wrak op zeebodem

ICMP heeft een online informatiesite opgezet, waarop mensen gegevens kunnen invoeren van iemand die ze kwijt zijn. Bomberger noemt dat „de deur voor naar de database en naar identificatie”. Als er een match lijkt te zijn, kan iemand naar de familie worden gestuurd om DNA af te nemen en dat dan te vergelijken met de gegevens in de database. „Als dat lukt hebben we, bij alle verdriet en alle persoonlijke tragedies, weer wat menselijke waardigheid hersteld.”

Daarom is het ook zo belangrijk, zegt Bomberger, dat Italië nu probeert het wrak op de bodem van de Middellandse Zee te bergen met circa 500 dode migranten die vorig voorjaar zijn omgekomen. De IOM schat dat sinds 2014 ruim 8.400 migranten op zee zijn verdronken, op weg naar Italië of Griekenland. Sommigen zullen nooit worden teruggevonden.

Dat het kan, betekent niet dat het altijd gebeurt. De ICMP is afhankelijk van vrijwillige bijdragen – Nederland was in de studie naar Srebrenica-slachtoffers een van de grootste donors. Bomberger hoopt vanuit het nieuwe hoofdkantoor in Den Haag van meer landen steun te krijgen. Voor onderzoek naar vermiste migranten, of naar slachtoffers van een slepend gewapend conflict, zoals in Colombia. Ze hoopt landen ook over de streep te trekken door te wijzen op de vrij lage jaarlijkse kosten (ruim zes miljoen dollar) en met het argument dat hoe meer landen een beroep doen op die DNA-vergelijkingstechnologie, hoe goedkoper die wordt – net als wanneer een operatiekamer 24 uur zou worden benut.

Ze vertelt dat er de afgelopen tijd regelmatig Syrische vluchtelingen naar de ICMP komen met bloedmonsters die ze zelf in de koelkast hebben bewaard, in de hoop zo iemand weer terug te vinden. „Dat laat ons zien hoe graag mensen een dierbare vermiste willen terugvinden. Zelfs als die overleden is.”