Stadstekenaar: ‘De chaos van Amsterdam is prachtig’

Arie Schippers, stadstekenaar Amsterdam Drie schetsboekjes over Amsterdam leverde Arie Schippers al in bij het Stadsarchief. „Zo is het hele proces te zien.”

Arie Schippers wijst naar een motor die op de brug staat geparkeerd: „Kijk nou, de anatomie van zo’n machine. Dat is toch prachtig om na te mogen tekenen?” Schippers is na Hamid el Kanbouhi (2014) en Dieuwke Spaans (2015) de derde Stadstekenaar van Amsterdam.

Ik heb geen politieke boodschap

Drie boekjes schetste hij al vol met indrukken van het Amsterdamse straatleven. De boekjes leverde hij in bij zijn opdrachtgever, het Stadsarchief Amsterdam. Met boekje vier en vijf is hij nog bezig. In het Stadsarchief opende vrijdag een expositie met het werk van Schippers en de twee andere stadstekenaars, plus werk dat nog eens twaalf andere tekenaars in opdracht van het archief maakten over Amsterdam.

Schippers (64), die in 1977 de Prix de Rome voor de vrije schilderkunst won, tekent al zijn hele kunstenaarscarrière schetsboekjes vol. Naast het werk waar hij bekend mee werd: landschapsschilderijen, portretten en sculpturen – het meest bekend is het drie en een halve meter hoge bronzen beeld van Nelson Mandela in Den Haag, waarover de AVRO een documentaire maakte. De schetsen maakt hij als oefening in het kijken, om het denken scherp te houden en gewoon omdat hij het zo leuk vindt. „Zeker meer dan 120 boekjes heb ik al vol getekend”, zegt Schippers. In die boekjes verzamelde Schippers allerlei indrukken, voor het Stadsarchief concentreert hij zich nu helemaal op Amsterdam.

Is Amsterdam een goede stad om te tekenen?

„Amsterdam is prachtig. Het is zo druk en chaotisch: er is heel erg veel te zien. Ik heb ook wel getekend in Rotterdam, waar ik geboren ben, maar die moderne architectuur vind ik niet interessant. Rechte lijnen slaan het beeld dood. Alles loopt weg naar het verdwijnpunt. Oersaai. Perspectief is echt de dood in de pot.”

Uit die drukte en chaos isoleert u in de schetsboekjes vaak juist heel kleine details en gebaren.

„Klopt. Dat heeft ook met de snelheid te maken. Dan sta ik bijvoorbeeld bij een stoplicht en teken een jongen met een capuchon. Voordat ik die af heb, fietst hij al weer verder. Dan wacht je op de volgende fietser met capuchon en teken je verder. Met een specifieke houding of kledingstuk kun je al zo lang bezig zijn.

„De lol van het tekenen zit voor mij in het uitvinden van hoe iets in elkaar zit. Kijken hoe het werkt. Om bij de capuchon te blijven, je hebt verschillende modellen: met één, twee of drie naden over de lengte. Pas als je dat weet, kun je een goede capuchon tekenen. Ik heb ook lang gepuzzeld op sommige hoofddoeken. Daar schijnt soms een stukje schuimrubber in te zitten waardoor het zo mooi omhoog komt aan de achterkant.”

Als alles zo snel gaat: is een foto nemen en die thuis uitwerken niet handiger?

„Absoluut niet. Het glazen oog van de camera is veel te objectief. Een camera heeft geen persoonlijkheid. Ik probeer met mijn persoonlijkheid de tekening positief te beïnvloeden.”

Waar let u op wanneer u tekent?

„Ik ben altijd op zoek naar dingen die er leuk uitzien. Specifieke houdingen bijvoorbeeld, of hoe iemand zijn broek in zijn sokken draagt. Door mijn ervaring weet ik wel een beetje waar ik op moet letten. Bijvoorbeeld dat de positie van de kin ten opzichte van het hoogste nekwerveltje heel belangrijk is voor de uitdrukking van een persoon.”

Hoe is het om schetsboekjes te exposeren? Misschien is niet alles af of helemaal gelukt.

„Op de Rijksakademie werd ons al geleerd: ‘zorg ervoor dat je altijd gefocust werkt, want alles kan kunst worden.’ En dat klopt. Iets kan onverwacht een heel goed werk worden. Ik ben heel erg blij dat in het Stadsarchief de boekjes in hun geheel worden getoond: dan is het hele proces te zien. Zowel de geslaagde als minder geslaagde tekeningen.”

Wilt u als stadstekenaar een bepaalde boodschap over Amsterdam uitdragen?

„Nee hoor, het gaat mij puur om de leuke dingen die ik zie, ik heb geen politieke boodschap: dat mensen bijvoorbeeld steeds meer fastfood eten, dat maakt mij niks uit. Als het er leuk uitziet, wil ik het tekenen.”

Er lopen toevallig drie meisjes langs met broodjes in een servetje in hun hand. Schippers: „Moet je kijken, dat ziet er toch geweldig uit?!”