Worm bouwt poepkasteel

Illustratie Irene Goede

Gelukkig, het is weer bijna zomer. De tijd van zee en zonnebrandcrème. En van zandkastelen. Het leukste is om bij eb een zandkasteel met gracht te bouwen. Die gracht stroomt dan vol bij vloed.

Er zijn ook dieren die kastelen met grachten bouwen. Zonder schepje en ver weg van het strand.

De zandkastelen staan in Zuid-Amerika, in Colombia en Venezuela. Het zijn grote bobbels van soms wel vijf meter breed en twee meter hoog. De bergjes liggen naast elkaar, met grachten ertussen. Het zijn er zoveel dat het landschap lijkt op een eierdoos. Mooi, maar ook vermoeiend om doorheen te lopen. Óf je hupst van heuveltje naar heuveltje. Óf je slentert door de eindeloze slotensliert.

De aardhopen waren lange tijd een raadsel. Niemand wist wie of wat ze had gemaakt. Was het de wind? Het water? Een hele grote mol?

Bíjna goed. Biologen hebben andere beesten ontdekt, middenin de zandkluiten: reusachtige aardwormen.

De wormen zijn niet heel dik, maar wel ontzettend lang. Een van de langste die de biologen vonden was anderhalve meter lang. En dit exemplaar was nog niet eens volwassen, het was een wormenjong.

De zandhopen zijn gemaakt van wormenpoep. Wormen graven tunnels en eten dood plantenmateriaal dat in de bodem zit. Alles wat ze niet kunnen verteren, zoals zand, poepen de wormen weer uit.

Maar hoe komt alle wormenpoep nu op één hoop terecht? In Zuid-Amerika is het warm en nat. In het regenseizoen staat het land vaak onder water. Dat is een probleem voor de zandslurpende wormen. Ze moeten af en toe naar boven, om adem te halen. Daarom draaien de wormen een drolletje aan het einde van hun tunnel. Een stukje droog land, om bovenop te klimmen en naar adem te happen.

Graven, eten, poepen. Zo groeit de stapel poep. Langzaam rijst er een poephoop uit het water op. Tegelijkertijd wordt de grond rondom de hoop steeds dieper. Dit is de gracht rond het kasteel. Best knap, zo zonder handen!