Uitvergrote Ego’s en zielloze zelfzucht - waar is de politiek?

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: de nieuwe lijsttrekkers en de politiek van het Uitvergrote Ego. Ofwel: hoog tijd voor nieuw debat: is de individualisering doorgeslagen?

Het zijn weken waarin je denkt: een nationaal gesprek over het Uitvergrote Ego zou geen kwaad kunnen. Een gesprek over al die mensen die het zo met zichzelf getroffen hebben dat zij andermans ruimte alleen nog zien als ongemak voor zichzelf.

Ik kwam erop toen deze krant woensdag een interview met de beheerder van de ‘Sylvana Simons Uitzwaaidag’ bracht, een fictief Facebookevenement.

Donny Bonsink, 23 en werkzoekende in de zorg, bleek het volmaakt normaal te vinden dat hij en zijn medestanders laten weten wie in dit land gewenst is.

„Als wij vinden dat ze hier niet thuishoort”, zei Donny over Simons, „mogen we dat zeggen”.

En je kon denken dat Donny zo de onwelriekende reacties op Simons’ politieke avontuur stimuleerde, maar hij draaide het om.

Wie zich bij „een achterlijke partij met krankzinnige denkbeelden” aansluit, zei hij, roept over zichzelf af dat „zoveel mensen haar gaan haten”.

Toch zijn het niet alleen ‘patriotten’ of tokkies die assertief andermans ruimte opeisen.

Het interessante is dat soortgelijk gedrag - subtieler gebracht, slimmer verwoord – óók school maakt in gezelschappen van alleen hoogopgeleiden.

Zo had je laatst op de Universiteit van Amsterdam een ‘Commissie Diversiteit’, die na de bezettingen moest bekijken of de UvA „divers” en „inclusief’’ genoeg is. Via een hoogleraar kreeg ik enkele documenten doorgestuurd, en daar keek ik even van op.

Aan de opdracht kon je al zien dat bij deze hoogopgeleiden, net als bij Donny, eigendunk en slachtofferschap naadloos in elkaar overgaan. Elke tekortkoming is een blijk van verwaarlozing. Zo is op de UvA ook het „voedsel” uit oogpunt van diversiteit „eenzijdig”, is er een gebrek aan „gender neutrale toiletten”, en worden „dekoloniale denkscholen onvoldoende onderwezen”.

De sfeer is er een van „micro-agressies en discriminatie”, die alleen bestreden kunnen worden als docenten en studenten van buiten de dominante cultuur (blank, middenklasse, man, hetero, seculier, gezond) de plaats innemen van de gevestigde orde.

Dus het is gerieflijk te klagen als zo’n Donny andermans ruimte opeist, maar het probleem van het nieuwe Nederland is dat het Uitvergrote Ego zich overal manifesteert. En dat op al die plekken de geringste benadeling de basis voor diepe gekwetstheid vormt.

Zo rukt de hyperindividualisering zonder werkelijk debat op en de vraag is: politiek, waar ben je?

In feite kennen we al decennia twee soorten oplossingen. Je hebt traditionele middenpartijen die belangenconflicten in eigen kring willen verenigen. En je hebt de nieuwe partijen die het Uitvergrote Ego met (milde) vormen van groepsegoïsme bedienen: PVV, 50Plus, Denk, etc.

De verleiding is groot traditionele partijen af te schrijven. Goed gaat het er niet. Zo schoot me deze week te binnen dat de twee voorzitters die dit jaar voor de PvdA het verkiezingsprogramma en de kandidatenlijst samenstellen, Wim Meijer (75, programmacommissie) en Max van den Berg (70, kandidatenlijst) elkaar al in 1979 bestreden om het PvdA-voorzitterschap. 37 jaar later bekleden ze nog steeds bepalende posities.

De partijtop heeft intussen stilletjes een campagneteam gevormd. De partij heeft nog geen lijsttrekker, en de herinnering aan 2010, toen Job Cohen campagne moest voeren met het team van Wouter Bos, is nog vers.

De samenstelling is bovendien verrassend: naast Samsom en Asscher zijn vice-fractievoorzitter Attje Kuijken en Sharon Dijksma (aan wie als routinier veel tactisch vernuft wordt toegekend) de enige Haagse politici in het team. Voor ministers als Bussemaker, Ploumen en zelfs Dijsselbloem is geen plaats.

PvdA’ers zijn intussen erg tevreden dat ze als enige partij later dit najaar een lijsttrekkersverkiezing hebben. Niet onlogisch.

Toen Aboutaleb donderdag een onschuldig citaatje afgaf (ik neem het niet op tegen Samsom, misschien tegen Asscher) bracht dit media meteen in rep en roer.

Het is de hoogste tijd voor een breed gedragen weerwoord uit de traditionele partijen tegen de zielloze zelfzucht in het nieuwe Nederland

Het laat zien waarom andere partijen dit najaar vermoedelijk enorm spijt krijgen dat zij zo’n strijd niet hebben.

De energie en aandacht die dit vrijmaakt, zijn in de aanloop naar verkiezingen potentieel goud waard.

Tegelijk brengt zo’n verkiezing precies het dilemma van de sociaal-democratie in beeld.

De hang naar gezamenlijkheid in PvdA-beleidsvoorkeuren verdraagt zich voor kiezers slecht met PvdA-politici die hun eigenbelang etaleren.

In de PvdA en vooral het CDA werd in de jaren tachtig nog uitvoerig tegen de individualisering geageerd. Met de komst van Paars in 1994 was het debat klaar: de naoorlogse nadruk op zelfverloochening ging over op het liberale geloof in zelfontplooiing.

Afgezien van Fortuyn (De verweesde samenleving, 1997) en wat oprispingen onder premier Balkenende (2002-2010) verdween het thema daarna definitief uit de politiek.

Voor liberalen van VVD en D66 was dit een logische overwinning. Van groepsegoïsme waren ze in de VVD nooit echt vies, dus het was ook geen toeval dat de succesvolste stem van het groepsegoïsme, Wilders, uit dezelfde VVD voortkwam.

Zijn partij vertegenwoordigt bij uitstek de burger die zich afkeert van de vage gezamenlijkheid – uit de EU, grenzen dicht, etc. De PVV breekt er record na record in de peilingen mee, al blijft de partij fundamenteel instabiel zolang alles alleen om de argwanende Wilders draait.

De manier waarop Denk een partij van Nieuwe Nederlanders wil worden, heeft Den Haag overvallen. Zeker nu duidelijk is dat Kuzu en Öztürk politici in bijna alle partijen proberen mensen te werven: ik sprak deze week zowel een oud-PVV’er als een SP’er bij wie ze een balletje opgooiden.

En de benadering van de partij, eigendunk en slachtofferschap, sluit uitstekend aan bij de tijdgeest. De vraag is alleen of de regenboogfractie die Denk wil vormen, houdbaar zal blijken.

De groepsegoïsten van 50Plus hebben al laten zien hoe kwetsbaar dit is. Ik ving deze week op dat ze in de partijtop ongemakkelijk uitkijken naar de ledenvergadering volgende week.

De partijvoorzitter is ziek, de top wil Jan Nagel als tijdelijk vervanger, maar tot chagrijn van diezelfde top heeft zich een concurrent uit Gelderland gemeld. Een 50Pluscongres loopt vaker uit op een pandemonium.

Ook hoorde ik dat de top hoopt op Sjuul Paradijs, oud-hoofdredacteur van De Telegraaf, als nieuw Kamerlid.

Het klopt dat ik betrokken ben bij de partij, vertelde hij me aan de telefoon. Hij sympathiseert met „ouderen als vergeten groep” en denkt „als expert” mee over het verkiezingsprogramma. Maar hij is geen partijlid, en de Kamer trekt hem niet. „Gaat niet gebeuren.”

Dus dit is de situatie: nieuwe partijen die met hun groepsegoïsme de tijdgeest het best vertegenwoordigen, zijn innerlijk zo instabiel dat ze moeilijk kunnen overleven.

Intussen hebben oude middenpartijen als CDA en PvdA hun cultuurkritiek de laatste vijftien verlegd van individualisering naar immigratie en islam. Gevolg is dat het Uitvergrote Ego zelden expliciet als probleem aan de orde is, zodat het liberale ideaal van zelfontplooiing zonder noemenswaardige discussie kon transformeren naar platte zelfzucht. Naar mateloze zelfexpressie en een totale vrijheid van meningsuiting, die elk besef voor de ander heeft verloren.

Slechts éénmaal benoemde een prominente politicus dit recentelijk: Mark Rutte, die vorig jaar opstond tegen de Grote Dikke Ik. „Je behandelt anderen zoals je zelf behandeld wil worden”, zei hij.

En het interessante is: dit is bij uitstek een terrein waarop alle traditionele partijen hun bestaansrecht kunnen onderstrepen. Ageren tegen het Uitvergrote Ego, de Grote Dikke Ik – de zielloze zelfzucht.

Ik zeg niet dat de politiek de trend hiermee even kan keren. Ik denk wel dat het hoogste tijd voor een breed gedragen weerwoord is.