Uitslapen

Gisteren waren de laatste examens (Arabisch, Spaans, Turks, Fries en Maatschappijleer 2) en dat betekent dat iedere eindexamenkandidaat vandaag waarschijnlijk aan het uitslapen is. Toen ik eindexamen had gedaan, heb ik zeventien uur in een etmaal geslapen. Dit is eigenlijk het enige concrete wat ik nog over die hele periode weet.

Uitslapen, dacht ik vroeger, is iets dat je leuker gaat vinden naarmate je ouder wordt. Als kind slaap je niet uit. Dan krijg je van je ouders te horen bij welk cijfer de wijzer van de klok moet zijn gekomen voor je hen uit bed mag komen halen. Pas in de puberteit kun je uitslapen. „En nu begint het”, denk je, „een leven vol uitslapen.”

Misschien komt dat ook omdat een bekend filmcliché gaat over de zich verslapende volwassene. De verslaper (versláper dus, niet vérslaper – dat is iemand die alleen ver van huis goed kan slapen) is altijd het leuke type in zo’n film. Levend in chaos, maar charmant.

Pas als je min of meer groot bent kom je erachter dat de periode van het uitslapen hoogstens tot halverwege de twintig duurt. Natuurlijk, er zijn rasuitslapers, maar het gros van de mensen heeft bijvoorbeeld een baan waarvoor vroeg moet worden opgestaan, waardoor uitslapen ook in het weekend niet meer lukt.

Of je hebt kinderen en dan is om zeven uur opstaan een luxe, omdat het niet half vijf was.

Je denkt dat je nog wel zou kunnen uitslapen, als je maar de gelegenheid had. Maar dat blijkt anders uit te pakken. In de vakantie blijk je ook gewoon vroeg op te staan. En voor je het weet ben je halverwege de dertig en hoor je jezelf zeggen: „Ik ben héél erg een ochtendmens.”

Zelfs rasuitslapers zullen op een gegeven moment een ochtendmens worden, eigenlijk vooral omdat ze beseffen dat ze minder ochtenden in het verschiet hebben dan dat ze al hebben meegemaakt. Meegemaakt, maar niet geapprecieerd. Want doorheen geslapen. Om twaalf uur opgestaan, om de rest van de dag in landerigheid door te brengen. Ochtenden en vergezichten zijn allebei een acquired taste. Kinderen begrijpen de schoonheid er niet van, bejaarden leven ervoor.

Slaap uit, examinanten, slaap uit. Nu jullie nog kunnen.