Hitler: terug van nooit weggeweest

Derde Rijk In de beeldvorming is Hitler veranderd van duivel in eng knuffeldier. Duitsers kunnen zelfs om hem lachen, zegt Rolf Rietzler, „totdat het over henzelf gaat”. Het verkoopsucces van Mein Kampf toont hoe dichtbij hij nog is.

Beeld uit de film ‘Er ist wieder da’, naar het boek van Timur Vermes uit 2012, waarin Hitler in de moderne tijd landt: „neurotische verhouding met duistere jaren”.

Rolf Rietzler vindt het ongelooflijk. Niet dat Hitlers Mein Kampf al weken hoog in de Duitse bestsellerlijsten staat. Maar dat dit verkoopsucces niet was voorzien. Een groep van vier historici heeft drie jaar gewerkt aan de kritische uitgave in twee dikke delen, voorzien van wetenschappelijk commentaar en ruim 3.700 voetnoten. Zeventig jaar lang was Mein Kampf in Duitsland verboden. Het auteursrecht lag bij de deelstaat Beieren, en die hield nieuwe uitgaven altijd tegen. Maar eind 2015 verviel het auteursrecht.

Door in januari meteen met een verantwoorde, kritische uitgave te komen, waarin Hitlers antisemitische betoog en zijn samenzweringstheorieën direct van weerwoord werden voorzien, hoopte het Institut für Zeitgeschichte niet alleen een bijdrage te leveren aan de geschiedschrijving over Hitler en het Derde Rijk. Het moest ook voorkomen dat extreemrechtse groepen het boek zouden uitgeven om het opnieuw populair te maken.

De kritische editie moest het hatelijke propagandawerk onschadelijk maken: door het uitgebreide begeleidende commentaar en de academische aanpak. De typograaf noemde zijn werk ‘Hitler omsingelen’, wat hij letterlijk deed door commentaar in kolommen en tekstblokjes links, rechts en onder de woorden van Hitler te plaatsen. Het ‘ontstekingsmechanisme [is] eruit gehaald’, merkte een van de historici op.

Met een oplage van 4.000 exemplaren dacht het instituut wel te kunnen voldoen aan de vraag. Alleen wetenschappelijk geïnteresseerden zouden het boek – 2.000 pagina’s, 59 euro – willen aanschaffen, was de verwachting.

„Hoe kan je zo wereldvreemd zijn”, verzucht historicus en oud-journalist Rolf Rietzler, van wie dit voorjaar het boek Mensch, Adolf; Das Hitler-Bild der Deutschen seit 1945 verscheen. „Wat zijn dat voor historici, die er geen benul van hebben hoe groot de fascinatie voor Hitler nog altijd is? Hoe beoordelen deze mensen het verleden, als ze het heden al zo slecht kunnen waarnemen? The New York Times had er van tevoren over geschreven. Ook in Frankrijk had men het er over. Maar nee hoor, ze hadden geen idee. Een pijnlijke inschattingsfout.”

Wunschdenken

Inmiddels zijn ruim 78.000 exemplaren verkocht en is net de vijfde druk uit. In de nonfictie-bestsellerlijst van Der Spiegel staat deze week alleen Wunschdenken hoger, het nieuwe boek van Thilo Sarrazin, teleurgesteld sociaal-democraat, criticus van de euro en de multiculturele samenleving. „Een enkele passage van Sarrazin had ook in dat andere boek kunnen staan”, zegt Rietzler (1941) met een vileine grijns. „Alleen is hij nog niet becommentarieerd door het Institut für Zeitgeschichte.”

Hoewel bij de nummer 1 op de lijst de auteur in rode letters vermeld staat als ‘Sarrazin, Thilo’, is bij nummer 2 niet gekozen voor ‘Hitler, Adolf’, maar voor de namen van de historici die het boek bezorgd hebben. Op de derde plaats, ook nogal Duits, staat overigens Wohlleben, Peter: Das geheime Leben der Bäume. Inmiddels zegt een uitgever van extreemrechtse boeken dat hij deze zomer met een niet-geannoteerde editie van Mein Kampf komt.

De aanhoudende fascinatie van de Duitsers voor Hitler is het thema van Rietzlers eigen boek. „In 2012 verscheen de satirische roman Er ist wieder da van Timur Vermes [over de wonderbaarlijke terugkeer van Hitler in onze tijd, red.], vorig jaar ook verfilmd. Een enorm succes. Hitler is weer terug, zei men. Maar Hitler is voor de Duitsers helemaal nooit weggeweest.”

In Mensch, Adolf laat Rietzler zien hoe het beeld dat men in Duitsland van Hitler had sinds 1945 steeds verschoof. In de eerste vijftien jaar na de oorlog (1945-’59) was hij vooral „demon en zondebok”, vat Rietzler het samen. Een duivelse figuur, die eigenlijk alle schuld droeg voor de Tweede Wereldoorlog. Hij had het volk verleid om mee te doen en daarmee eigenlijk tot zijn eerste slachtoffer gemaakt.

In de periode 1960-’72 kwamen er biografieën, het beeld werd gedifferentieerder. Hitler werd een soort spook (vager, minder grijpbaar) en marionet: door de studentenbeweging werd hij voor linkse Duitsers wat hij in de DDR altijd al was, marionet van het grootkapitaal. Voor weer anderen was hij juist een pion van Moskou geweest die Duitsland te gronde had gericht.

Medialieveling

Daarna werd Hitler medialieveling (1973-’83). Niet dat hij werd opgehemeld, maar hij was alomtegenwoordig in de pers. Kranten en tijdschriften wijdden grote series aan Hitler, de vuistdikke biografie van Joachim Fest werd een bestseller. Er was de film Hitler – eine Karriere, in het weekblad Die Zeit vernietigend besproken door de jonge regisseur Wim Wenders, die het een lange versie vond van de propaganda die nazi’s toonden in hun weekoverzicht.

Weer later (1984-’89) werd Hitler, zoals Rietzler ironisch schrijft, twistappel en jubilaris. De zogeheten Historikerstreit draaide om de vraag of de nazimisdaden vergelijkbaar waren met de misdaden van de Sovjet-Unie. Op universiteiten werd bediscussieerd of Hitler een zwakke of een sterke dictator was.

Toen op 8 mei 1985 herdacht werd dat de oorlog in Europa veertig jaar eerder was afgelopen, sprak president Richard von Weizsäcker de beroemde woorden dat ‘8 mei een dag van bevrijding’ was, ook voor Duitsland. „Dat sloot mooi aan bij het populaire idee dat de Duitsers geen nazi’s waren, die in 1945 werden verslagen”, zegt Rietzler, „maar slachtoffers, die eindelijk werden bevrijd van Hitler en zijn kliek”.

Op de 100-ste geboortedag van Hitler kwamen niet alleen allerlei rechts-radicale blaadjes met een speciale uitgave, maar ook Der Spiegel. „Ik vond dat pervers”, zegt Rietzler, die zelf twintig jaar lang redacteur van het blad was.

In de jaren negentig werd Hitler voor de Duitsers ‘een merk’, dat garant stond voor goedbekeken speelfilms, documentaires en theaterproducties – waarvan er alleen al op tv honderden uitkwamen. En nu, zegt Rietzler, is hij een „knuffeldier met griezeleffect”. „Hij is een icoon van het kwaad, maar hij is ook gedesinfecteerd, gemusealiseerd, in de vitrine gezet. Hij is multi-inzetbaar. We kunnen heel goed om hem lachen – tot het over onszelf gaat. Want nog altijd hebben de Duitsers een intens neurotische verhouding tot Hitler en de ‘duistere jaren’, zoals men de nazitijd nu bij voorkeur noemt.”

Duitsers zien zich graag als slachtoffers die bevrijd werden van Hitler en zijn kliek

Rolf Rietzler, historicus

Maar er is toch geen ander land ter wereld dat zo uitgebreid spijt heeft betuigd over de eigen misdaden? „Er is ook geen ander land dat er zo veel reden toe heeft”, kaatst hij fel terug.

„Zelfs serieuze historici hebben gezegd dat we ‘wereldkampioen Vergangenheitsbewältigung’ zijn, de verwerking van het verleden. Als ik zoiets hoor krimp ik ineen. Het is een illusie dat dat zo goed gelukt is, en dat de verzoening met onze voormalige slachtoffers zo voorbeeldig is afgesloten. Kijk maar hoe de bitterheid oplaaide in de Griekse crisis. Hoe meer we ons van het verleden proberen los te maken, hoe meer blijkt dat we er nog steeds aan vastzitten. Een paar jaar geleden wilde de SPD in de deelstaat Nedersaksen Hitler alsnog zijn staatsburgerschap ontnemen. Dat is toch volstrekt neurotisch?”

Is het verkoopsucces van de geannoteerde Mein Kampf iets om je zorgen over te maken? „Dat weet ik niet”, zegt Rietzler. „Maar het laat in elk geval zien dat we nog steeds niet met Hitler klaar zijn, en ook hoe verkrampt we daarmee omgaan. Dat het boek nu een bestseller is, hebben de meeste Duitse media keurig gemeld. Maar de vraag waaróm dat zo is, een analyse van dat fenomeen, kom je niet tegen.”

Als je over het verleden spreekt mag je je eigen subjectiviteit nooit ontkennen, vindt Rietzler. „Daarom heb ik zelf mijn kaarten op tafel gelegd.” In een epiloog vertelt hij over zijn streng katholieke jeugd in het uiterste zuiden van Duitsland, waar hij „als antisemiet” ter wereld kwam, zoon van „een moeder die een rasechte antisemiet was”. Zijn vader, die hem altijd sloeg, werd als politieman en later SS’er naar het huidige Polen gestuurd. Wat hij daar precies op zijn geweten had, heeft Rietzler nooit kunnen achterhalen, zegt hij. Maar zeker is dat hij actief was in „in het oog van de orkaan”, waar de Duitsers massaal Joden terroriseerden, verdreven en vermoordden.

„Vanaf 1951 was mijn vader geen nazi meer”, schrijft Rietzler sarcastisch over het moment waarop senior officieel was ‘gedenazificeerd’ en weer politieman kon worden. Tussen vader en zoon is het nooit goed gekomen. Van het antisemitisme van zijn jeugd, waar hij open en met schaamte over schrijft, heeft Rietzler zich al vroeg kunnen bevrijden, schrijft hij. Maar hij maakt zich weinig illusies over de mens, en vraagt zich af of het antisemitisme in hemzelf niet toch de kop kan opsteken. „Antisemitisme is altijd deel blijven uitmaken van het denken van veel Duitsers – zeker bij hoger opgeleiden.”

Milder daglicht

In zijn boek verwijt hij Duitse politici, journalisten, historici dat hun oordeel over de geschiedenis steeds net zó uitvalt dat hun eigen rol, of die van hun familie, erdoor in een milder daglicht komt te staan. Oók de in binnen- en buitenland geprezen Von Weizsäcker, president van 1984 tot 1994. Als politicus spoorde hij de Duitsers altijd aan om eerlijk met het verleden om te gaan. Maar steeds is hij blijven volhouden dat zijn vader Ernst, in de Hitler-tijd onder meer staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, alleen voor de nazi’s had gewerkt om erger te voorkomen. Bij de Neurenbergprocessen assisteerde de zoon als jong jurist de advocaten van zijn vader – die veroordeeld werd tot vijf jaar cel.

„In zijn toespraak in 1985 zei Richard von Weizsäcker dat de meeste Duitsers geloofden te strijden en te lijden voor de goede zaak van het eigen land. Dat klinkt als poging tot rechtvaardiging. Geloofden ze dat het laten verdwijnen van de Joden en het verwoesten van half Europa ook bij die goede zaak hoorde? Tja, wie had ook kunnen bedenken dat waar iedereen zo in geloofde, toch een slechte zaak bleek te zijn?”

Als Rietzler op een avond in mei in het Jüdisches Gemeindehaus in Berlijn vertelt over zijn boek, zijn er krap vijftien mensen komen opdagen. Als hij een dik uur heeft gesproken hangt er een geladen stilte in het zaaltje. Er is maar één vraag: wat bedoelt u met de titel, Mensch, Adolf? „Voor de meeste Duitsers zal het betekenen: Kijk, Adolf, wat je van de Duitsers hebt gemaakt. Zelf zie ik het omgekeerd: Kijk, Adolf, wat de Duitsers van jou hebben gemaakt.”

Mensch, Adolf; Das Hilter-Bild der Deutschen seit 1945. Door Rolf Rietzler. 544 blz.