Sylvana en Donny: giftige woordenstrijd in de krant weerspiegelt sociale strijd

Hij zoekt een baan in de ouderenzorg, Donny. Maar eigenlijk droomt de 23-jarige „patriot” van een „nationalistische burgerbeweging”. Waar hij zijn steentje aan bijdraagt met Facebook-pagina’s voor PVV-aanhangers en een om Sylvana Simons „ludiek” het land uit te zetten. Aan die pagina hangt een lange brei racistische bagger. Ja, het is „eigenlijk wel” een haatcampagne – al gaan bedreigingen hem te ver.

Donny Bonsink vertelde dat in de krant, met foto, nadat zijn pagina tot nationale opwinding had geleid (Ik wist: zo’n pagina wordt een succes, 25 mei)

Verschillende lezers maakten bezwaar tegen dat stuk. Moet je zo iemand wel een „podium geven”, was de vraag. Een lezer vond dat de krant hem juist „ridiculiseerde” door de foto van zijn woonkamer, met verfrommelde Albert Heijn-tas. Een ander vond dat de krant met een grote, donkere foto van Simons de suggestie van „zwart gevaar” wekte.

Ja, alles is beladen – en niets is nog neutraal.

Toen de krant vorige week, na haar bekendmaking de politiek in te willen voor DENK, een profiel van Simons publiceerde kon je nog denken – en dacht ik ook – waarom niet even afwachten? Eerst zien, dan geloven. Maar columnist Tom-Jan Meeus schreef het eerder al: scepsis staat tegenwoordig gelijk aan ‘wegkijken’ – moeten de media vooral niet durven.

Toen er vervolgens een golf van ongein, beledigingen en haat over de aspirant-politica rolde, begon ik ook maar te kijken. De opwinding deed, in de verte denken aan de hetze tegen Mies Bouwman na haar optreden in 1964 in een satirisch tv-programma.

De golf werd nu zo hoog, dat Het Parool maandag op de voorpagina stelling nam, onder de kop Alledaags racisme vervuilt het debat. Elsevier kwam op de cover met de tekst Nederland is ook van Sylvana. In de Volkskrant woedt intussen al weken, pre-Sylvana, een heftige discussie over hernieuwd racisme.

NRC Handelsblad volgde op woensdag met dit portret, een dag later bracht de krant een groter stuk met drie beheerders van door Facebook verwijderde „nationalistische” pagina’s (‘Liefde voor Holland’, ‘Steun de PVV’en ‘Ik doe GEEN aangifte’), het eerste van een drieluik over „de nieuwe polarisatie”.

Onwenselijke publiciteit voor een „racist”?

Het lijkt mij eerder wat een krant moet doen: verslaggeving, ook over dit schuttersputje.

Nederland wentelt zich inmiddels al jaren in het ‘benoemen’ van: massa-immigratie, islamofascisme, Gutmenschen, Godwin, institutioneel racisme, white privilege. Alles is inzet van een competitie om definitiemacht: in welke termen – en over wie – wordt het maatschappelijk debat gevoerd? Dat is geen vluchtig woordenspel, maar maatschappelijke strijd – en die verdient grondige aandacht.

Over Donny had ik nog wel meer willen lezen: waarom en hoe is hij nationaal-patriot geworden? Informatief was het stuk wel, omdat het nog eens duidelijke maakt hoezeer opvattingen die ooit extreem werden gevonden mainstream zijn geworden, én door de link van deze jonge activist met de PVV, die burgers opriep „in verzet” te komen. De krant schakelde wel iets te snel, want Donny verscheen in de krant met twee achternamen: ’s ochtends de naam die hij in het gesprek gaf en op Facebook gebruikt, in de middagkrant de naam in zijn paspoort – de verslaggeefster was op het verschil gewezen door rivaliserende online activisten.

Voor ‘allochtoon’ geldt: wel gebruiken in citaten, niet als verslaggeverstaal

Intussen gonst het van „racisme” in de affaire-Simons. Het debat over die term is opengebroken door onder meer de Zwarte Piet-activisten. Maar hoe wordt het gebruikt? Het dekt allang niet meer een biologisch ‘–isme’, maar eerder andere vormen van uitsluiting op etnische of culturele gronden.

SP-raadslid te Zoetermeer Lennart Feijen verdedigde in Opinie&Debat zaterdag zijn typering van Hilbrand Nawijn als „racist” bijvoorbeeld langs die lijn (Een racist mag ik toch zo noemen? 21 mei). Geen belediging, vond hij, maar een kwestie van „benoemen”. Ja, dat is ook de verdediging van Geert Wilders, die ‘feiten’ over de islam zegt te benoemen.

Het zou mooi zijn geweest als Feijen dan ook meteen had uitgelegd – of als de redactie hem dat had gevraagd – waarom de SP in 2013 óók tegen een islamitische school was, in Venlo. Of is dat geen racisme, omdat de SP tegen álle religieuze scholen is?

Kortom, het begrip zwalkt tussen beschrijven en beledigen, en is voorwerp van nieuwe controverses en exegese. Ook daar zou de krant, die zélf van racisme werd beticht na een kop met het ‘N-woord’ en een opiniestuk over Arabieren met de term „zandnegers”, veel dieper op kunnen ingaan.

In bredere zin: hoe typeert de krant eigenlijk de diverse anti-immigratie partijen in Europa, van het Front National tot de Oostenrijkse FPÖ, de Alternative für Deutschland en de PVV? Ook daar: het gaat in de eerste plaats om beschrijven, met argumenten.

Uitkomst van intern beraad: „extreem-rechts’’, met de connotatie van geweld en anti-parlementarisme, voldoet niet. Geschikter kan zijn, niet exclusief en mits beargumenteerd, „nationaal-populistisch”.

Dat laatste zou dan, lijkt me, ten minste moeten inhouden: een visie op volk en staat (directe versus representatieve democratie); in sociaal opzicht een oppositie van (gefnuikte) volkswil en elite; en de notie van bedreiging door een interne (elite, islam) en externe vijand (immigratie, islam, EU).

Uiteraard is zoiets ook dan nog maar een containerbegrip, met nationale nuances en verschillen. Die Zeit sprak over de Oostenrijkse FPÖ al ronduit in termen van „autoritarisme” en „trashfascisme”, zeg maar ‘vuilnisbakkenfascisme’.

Tot slot het ongelukkige, al wat oudere echtpaar ‘allochtoon’ en ‘autochtoon’. Ook daar is toenemend verzet tegen gerezen, in en buiten de krant. Omdat het ooit goed bedoeld, maar gedateerd beleidsjargon is, maar ook omdat het afstand schept en, als groepsbegrip, stigmatiserend werkt.

In het Stijlboek van de krant is al jaren de regel dat redacteuren in binnenlandse berichtgeving – als het relevant is – schrijven over ‘Marokkaanse (Turkse, et cetera) Nederlanders’, of mensen ‘van Marokkaanse afkomst’, niet over ‘Marokkanen’. Dat geldt niet voor citaten, en ook niet in opinies of columns.

De praktijk is weerbarstiger. In een artikel over het Nederlandse amateurvoetbal las ik, treffend: „De Marokkanen zijn zich ervan bewust dat ze onder een vergrootglas liggen.” Zeg dat wel. Alweer een intern beraad deze week had als uitkomst dat de regel beter moet worden nageleefd – let u dus op.

Over „allochtoon” viel in dat beraad het besluit dat dit omstreden woord niet verboden, maar wel zo min mogelijk gebruikt moet worden. Uiteraard kan het voorkomen in citaten van sprekers of uit rapporten, maar als eigen taal van de krant, in reportages bijvoorbeeld, dient het te worden vermeden. Dan eerder – als het relevant is – beschrijven om wie het concreet gaat: Turkse, Surinaamse, Chinese Nederlanders?

Woordenstrijd weerspiegelt nieuwe maatschappelijke verhoudingen en conflicten. Juist daarom moet de krant er concreet, duidelijk en consequent in zijn.