Het draait om integriteit, betrouwbaarheid, professionaliteit

Naar aanleiding van uw berichtgeving over de politie (Eindelijk meer ruimte voor kritiek op politie, 21/5) het volgende:

Zo’n twintig jaar geleden, om precies te zijn op 14 januari 1997, verscheen bij het ministerie van Binnenlandse Zaken een Special OOVISIE (Openbare Orde): parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden (Van Traa) . In dat bulletin (12 pagina’s) gaf onder anderen de toen nieuwe directeur-generaal een uitgebreide visie met betrekking tot ‘een onberispelijke politiecultuur’.

Nadat ik via een adviesbureau was benaderd om ook een aandeel te leveren aan deze OOV-special, schreef ik een korte column. Daarin gaf ik allereerst mijn mening over de Van Traa-affaire en over de inmiddels bij politie en OM opdoemende, nieuwe opsporingssuggesties (o.a. infiltratie). Ik eindigde mijn versie met de aanbeveling dat het mij toch verstandiger voorkwam om, in plaats van te roepen om opsporingsmethoden die politie en het OM in het recente verleden aan de rand van de afgrond hadden gebracht, liever een drietal aanbevelingen te overwegen:

1. Stoppen met het uithollen van de ‘gewone’ recherche.

2. De kwaliteit van alle recherchediensten organisatorisch, vakinhoudelijk en technisch naar een dusdanig niveau tillen dat criminaliteit over de hele linie doelgericht, professioneel en met succes kon worden aangepakt.

3. Ruim investeren in training van rechercheleiders, bijvoorbeeld door een academie voor hogere recherche-officieren in het leven te roepen (naar het voorbeeld van de Hogere Krijgsschool), zodat in de toekomst ook onder meer korpschefs (managers), met kennis van het recherchevak ook weten waar het over gaat en zodoende (tijdig) de juiste beslissingen kunnen nemen.

Na verloop van tijd kreeg ik mijn column retour met het verzoek een passage – waarin ik in twee zinnen een snier had gegeven naar de PvdA – te schrappen.) „aangezien dat voor een blad dat door Binnenlandse Zaken wordt uitgegeven een dergelijke passage, waarin naar een specifieke politieke partij wordt uitgehaald, niet gebruikelijk is” en bijgevolg reacties zou kunnen opleveren.

Toen ik na enig heen en weer gepraat geweigerd had aan dat verzoek te voldoen, kreeg ik op zeker moment het bericht dat er bij het samenstellen van het nummer ‘ruimtegebrek’ was ontstaan en dat bijgevolg het ‘kortste stuk’ maar moest vervallen. Mijn column dus. Op mijn (aangetekende) schriftelijke reactie naar de minister van Binnenlandse Zaken op deze uiterst dubieuze voorstelling van zaken, heb ik nimmer enig antwoord gekregen.

Een verhaal uit lang vervlogen tijden? Ongetwijfeld. Niettemin voor politiek en OM wellicht toch nuttig om over een en ander nog eens diep na te denken. Zeker ook, wanneer zich in de toekomst bij OM en politie nog eens een (bijna voorspelbare) vierde crisis aan mocht dienen.

Voor alle duidelijkheid nog dit. Voor alle generaties politiemensen, ongeacht functie of rang, gelden nog steeds drie onlosmakelijk met elkaar verbonden, zeer principiële uitgangspunten: integriteit, betrouwbaarheid, professionaliteit.

oud-hoofdcommissaris bij de politie van Rotterdam.