Ook in Tiel is ‘Brussel’ niet de baas

TTIP Gemeenten voeren vandaag actie tegen een internationaal verdrag. Dit ‘overheidsactivisme’ is nieuw.

‘Hoogezand-Sappemeer spreekt zich uit tegen TTIP’, ‘Stadskanaal zegt nee tegen TTIP’: het lijken gekke nieuwsberichten. Over het vrijhandelsverdrag, waarover Europa en de VS nog in onderhandeling zijn, wordt in Brussel beslist, niet in Stadskanaal en misschien niet eens in de Tweede Kamer. Liggen Brusselse beleidsmakers nou echt wakker van wat een lokaal raadslid vindt?

Maar zinnig of niet, de anti-TTIP-verklaringen van gemeenten zijn een trend. Het afgelopen jaar spraken in Nederland 21 gemeenten, drie provincies en één waterschap zich uit tegen TTIP. Dat kunnen er nog meer worden; vandaag zijn er in 26 gemeenten acties tegen TTIP.

Gemeenten hebben meer autonomie dan vroeger. Dat leidt soms tot spanning met de Rijksoverheid

Socioloog Imrat Verhoeven

De moties zijn er in verschillende gradaties. Sommige gemeentes plaatsen kanttekeningen bij het verdrag, andere zeggen simpelweg ‘tegen’ te zijn en weer andere verklaren zich ‘TTIP-vrij’ – een variant op het ‘kernwapenvrij’ uit de jaren tachtig. Dat gemeenten de gehate chloorkip niet bij de stadspoorten kunnen tegenhouden weten de raadsleden ook wel. Maar het gaat om het signaal, zegt Patrick Zoomermeijer, SP-raadslid uit Zaanstad. „Formeel betekent TTIP-vrij natuurlijk weinig omdat het een landelijke aangelegenheid is. Het ging ons erom dat we als stad zeggen: wij willen dit niet.”

De Nederlandse nee-zeggers zijn onderdeel van een bredere beweging: inmiddels hebben 1.600 Europese gemeenten zich tegen TTIP verklaard, en dat aantal groeit nog steeds. Het zijn niet alleen kleine gemeenten: onder de opstandelingen bevinden zich Wenen, Barcelona en, ironisch genoeg, Brussel.

De steden maken zich zorgen over de inperking van hun lokale autonomie. Vooral ISDS, het arbitragemechanisme dat het bedrijven mogelijk maakt staten voor een speciaal tribunaal te dagen wanneer nationale of lokale regelgeving in de weg zit, roept weerstand op. Daarnaast zijn gemeenten bang dat publieke diensten onder TTIP zullen worden blootgesteld aan de vrije markt.

Tamme houding

Het Nederlandse verzet begon in Tiel. PvdA-raadslid Nathan Gradisen hoorde van een partijgenoot over de mogelijke gevolgen van het verdrag en hij was verbaasd over de tamme houding van Nederland. Geïnspireerd door de anti-TTIP-steden in Europa besloot hij zelf een motie te schrijven, waarin hij stelde dat TTIP de lokale democratie en regelgeving niet opzij mag zetten. De motie werd door de hele raad aangenomen.

De opstand verspreidde zich langs verschillende wegen. Gradisen stuurde zijn motie naar PvdA-fractievoorzitters van andere gemeenten, sommigen van hen dienden er zelf ook een in. Tegelijk werd de beweging opgepikt door Milieudefensie, die op haar website informatie, tips en voorbeeldmoties zette.

Voor gemeenten die samen met actiegroepen en ngo’s in opstand komen tegen (inter)nationaal beleid bestaat sinds kort een term: overheidsactivisme. De bedenker ervan, politicoloog Imrat Verhoeven, legt uit: „In de politicologie wordt altijd geschreven over sociale bewegingen die zich verzetten tegen de staat. We hebben nooit opgemerkt dat delen van de staat zich ook als een sociale beweging kunnen gaan gedragen.”

Er zijn veel andere voorbeelden van overheidsactivisme, vertelt Verhoeven: denk bijvoorbeeld aan de meer dan tweehonderd gemeenten die zich enkele jaren geleden schaliegasvrij verklaarden, of aan het verzet tegen CO2-opslag in Barendrecht. Gemeenten hebben veel meer autonomie dan vroeger en dat leidt soms tot gespannen verhoudingen met de Rijksoverheid, zegt Verhoeven. „Vroeger kwam het bij lokale politieke partijen niet op om zich tegen hun landelijke evenknie te verzetten.” Dat is nu duidelijk veranderd: de PvdA, de partij van minister voor Buitenlandse Handel Lilianne Ploumen, is lokaal een drijvende kracht achter de moties.

De kracht van symboliek

Gevraagd naar het doel van de moties laten de meeste raadsleden net als Patrick Zoomermeijer weten een signaal te willen afgeven aan Den Haag en aan het Nederlandse publiek. „De motie was enigszins symbolisch, maar er is door de acties van ngo’s en gemeenten wel bewustzijn ontstaan over TTIP”, zegt Rutger Groot Wassink, GroenLinks-raadslid in Amsterdam.

Dat de moties vooral symbolisch zijn betekent niet dat ze geen effect hebben, zegt Imrat Verhoeven. „In onze samenleving heeft symboliek een belangrijke wervende kracht. Als je niet goed met symbolen weet te communiceren ben je nergens.”

Ook Geert Ritsema, campagneleider bij Milieudefensie, vindt de moties een krachtig instrument. In het geval van de schaliegasvrije gemeenten hebben ze ook echt gewerkt, zegt hij. „Juridisch gezien hadden die gemeenten weinig zeggenschap over schaliegas, maar politiek lag het anders. Als zoveel gemeenten zo’n signaal afgeven, werkt dat door in de landelijke politiek. Ook wethouders van de VVD gingen aan de bel trekken in Den Haag. Daardoor werd de Tweede Kamer veel kritischer over schaliegas.”

Hoe belangrijk het symbool van de moties is, blijkt uit het feit dat Eurocommissaris van Handel Cecilia Malmström opstandige gemeenten afreist om ze milder te stemmen. Amsterdam bezocht ze twee keer, onder andere voor een rondvaart met raadsleden. Ze heeft ze niet weten te overtuigen.

Lokale autonomie

De Vereniging Nederlandse Gemeenten vindt de moties niet nodig. „Volgens het ministerie zijn de zorgen van gemeenten onterecht”, zegt Bas van den Barg, beleidsmedewerker Europese Zaken. „Minister Ploumen heeft de VNG twee weken geleden in een ambtelijk overleg bevestigd dat de lokale autonomie niet in het geding is. Als er een arbitragemechanisme komt, zal dat recht spreken op basis van de normen die er nu zijn. Daarmee wordt de lokale autonomie in principe niet aangetast.”

Geert Ritsema van Milieudefensie gelooft er niets van. „Ploumen heeft gezegd dat ISDS dood en begraven is, maar onlangs bleek uit gelekte documenten dat ISDS weer uit het graf is opgestaan. Hoe betrouwbaar is zo’n uitspraak dan?”

Vandaag geeft Ritsema in het kader van de Nationale actiedag een workshop ‘Hoe maken we Europa TTIP-vrij’? Hij heeft er vertrouwen in dat het verzet nog verder zal toenemen. „De kans dat het Obama nog gaat lukken om dit verdrag te sluiten acht ik 0,5 procent.”