Commentaar

‘Nederlander zijn’ heeft dus niks met huidskleur te maken

Enige tijd geleden stelde het Britse dagblad The Guardian vast dat van de tien auteurs in die krant die de meeste grove, haatdragende internetreacties ontvingen er acht vrouw zijn en twee man. Vier vrouwelijke auteurs zijn bovendien zwart, evenals de twee mannen. Online beschimping lijkt dus bovengemiddeld vaak seksistisch en racistisch georiënteerd.

Wat tv-presentator en aspirant-politicus Sylvana Simons deze week dus overkwam is, helaas, niet uniek. Zij werd na haar kandidering voor de groepering Denk het mikpunt van golven online racistisch en seksistisch commentaar. Hetzelfde overkwam in 2014 trouwens een speler van het nationale voetbalelftal die een foto van negen zwarte spelers online zette. Ook toen ging het los met verwijzingen naar bananen, apen etc.

Dat we een probleem hebben met racisme en discriminatie is hier vaker vastgesteld. Nog onlangs vroeg de VWO-scholiere Meral Gülcür in deze krant of ze straks maar niet preventief de naam van haar moeder zou gaan gebruiken. Er is in ons land sprake van etnische uitsluiting op de arbeidsmarkt, antisemitisme op de voetbaltribune, haattaal tegen moslims, migranten en Joden, xenofobie in de politiek, etnisch selectief politieoptreden, etc. Dergelijk verborgen of openlijk racisme dient streng aangepakt te worden.

Daar komt nu bederf van de publieke ruimte op internet bij, als zelfstandig probleem. Het is aannemelijk dat deze golf aangewakkerd wordt omdat sociale media anonimiteit bieden, massabereik en zwakke zelfregulering. Meningenstormen worden daardoor mogelijk, net als instant roem. Anders hadden we ook nooit kennisgemaakt met Donny Bonsink, die op Facebook een ‘uitzwaaidag’ voor Simons organiseerde. Inderdaad, een haatcampagne, zo erkende hij blijmoedig. Maar dat verwijt maakte hij ook Simons die tegen ‘alles wat Nederlands is’ zou zijn. Omdat zij zich heeft verzet tegen de karikatuur Zwarte Piet. Bonsink hanteert dus letterlijk een zwart-wit denkschema waarin andere opvattingen en huidskleuren als niet-Nederlands worden gediskwalificeerd.

Een nieuwe verzuiling is dit fenomeen al genoemd. Het publieke debat degenereert aldus tot intimidatie, belediging en uitsluiting. Naar tegenspraak wordt niet meer geluisterd, andere feiten of meningen zijn verdacht, uit verkeerde bron, ‘politiek correct’ of juist óók een uiting van haat. De escalatie is aldus ingebakken, de toon permanent overspannen. Aangebrand Nederland, louter bevolkt door miskende slachtoffers, die zich verbaal laten gaan aan de online stamtafel.

Dat is, zacht gezegd, zorgwekkend. Want hoe blijven we met Donny Bonsink c.s. in normaal gesprek? We moeten hem uitleggen dat Nederland is veranderd. Dat naast de blanke autochtoon er talloze landgenoten zijn bijgekomen, in alle kleuren, talen, religies en met talloze sociale en culturele gewoonten. In de politiek, het bedrijfsleven, onderwijs, sport, overheid, bestuur. Dat iedereen zijn aannames over wat ‘Nederlands’ is dus moet bijstellen.

Nederlanderschap is een levende identiteit, geen historisch vaststaand, ingeperkt gegeven. Juist daarom begint de grondwet met een artikel dat iedereen op Nederlands grondgebied in gelijke gevallen recht geeft op gelijke behandeling. En dat discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, nadrukkelijk niet toestaat. ‘Uitzwaaidagen’ organiseren omdat andermans kleur en opvattingen je niet bevallen – dat kun je dus niet maken.