Met hacken kun je niet vroeg genoeg beginnen

De hele wereld draait op technologie, dus kinderen kun je daar maar beter zo jong mogelijk mee leren omgaan.

Deelnemer aan de Hack in the Box-conferentie in Amsterdam. Foto Tammy van Nerum

In de eerste les heeft het schoolklasje een draadloos alarmsysteem gehackt.

Dat is niet zo moeilijk. Stap één: snap dat er heel veel signalen door de lucht gaan.

Stap twee: snap dat het alarmsysteem uitspringt als het één specifiek signaal van acht bits uit de afstandsbediening ontvangt. Dat is acht keer 0 of 1, dus 256 mogelijkheden, telden de snelste leerlingen al gauw.

Stap drie: schrijf een klein programmaatje dat al die 256 stukjes code achter elkaar naar het alarmsysteem stuurt.

Stap vier: zie, dat als het juiste stukje code aankomt, het alarmsysteem uitfloept. Missie geslaagd.

Zo bracht Barry van Kampen een groepje scholieren tussen 10 en 17 jaar van college Hageveld in Heemstede in een middag de eerste beginselen van het hacken bij. Heel nuttig, vindt hij, want de wereld heeft mensen nodig die technologie snappen en er kritisch naar kunnen kijken.

Daarom heeft Van Kampen ‘Hack in the Class’ opgericht, een initiatief van de Utrechtse hackersclub Randomdata en Hack in the Box, een internationale beveiligingsconferentie die tot vrijdag in Amsterdam was.

Ook de leerlingen uit de proefklas kwamen langs in hotel Krasnapolsky, waar de zwarte T-shirts en cargo pants van de conferentiebezoekers schril afstaken tegen het interieur.

Cybercriminelen

Beveiligingsexpert Van Kampen is één van de oprichters van de conferentie. Hij begon anderhalf jaar geleden zijn eigen bedrijf. S-Unit test hoe goed bedrijven bestand zijn tegen hackers en cybercriminelen. Werk genoeg, zegt hij, „ik zou wel tien mensen aan kunnen nemen”. Maar die zijn er niet.

„Er komt veel meer technologie bij dan de security-industrie kan bijbenen”, ziet Van Kampen. Dat maakt bedrijven, maar ook publieke werken als sluizen, bruggen, waterzuiveringsinstallaties – alles wat maar verbonden is met het internet – kwetsbaar voor aanvallen en datalekken.

Er moeten meer computerexperts afstuderen. Sowieso zouden kinderen al jong enthousiast moeten worden gemaakt voor elektronica en programmeren. De wereld draait er immers op.

Maar hoe? Nu Van Kampen zijn eigen kleuter naar school brengt, ziet hij hoe het met technologie in de klas is gesteld. „Twee computers in een hoekje, waarvan er één standaard stuk is en een juf die niet weet wat ze moet doen als er een raar scherm verschijnt.”

Hack in the Class wil leerlingen met interesse in techniek zo vroeg mogelijk in hun schoolcarrière ‘hack-les’ aanbieden. Het plan is om nu lesmateriaal („open source!”) te maken en enthousiaste hackers daarmee naar scholen te sturen. Hack in the Class wil vervolgens ook docenten trainen om op hun eigen school met leerlingen aan de slag te gaan.

In het curriculum moet in ieder geval ‘cyber-hygiëne’ zitten. Wat is een goed wachtwoord, hoe raak ik mijn geld niet kwijt online? Er moet ‘hackersethiek’ in: wat mag je kraken, wat is illegaal? Maar er moet vooral in dat klooien met apparaten, chips en code heel erg leuk is. En je leert er ook analytisch van denken.

Van Kampen heeft al een groep vrijwilligers, proeflessen en geïnteresseerde scholen. Ook de Cyber Security Raad van het ministerie van Veiligheid en Justitie is enthousiast. „Maar ja, wij zijn hackers. We hebben, denk ik, nog een organisatie nodig.”