Nibali held van de dag, maar publiek toont respect voor Kruijswijk

Foto Alessandro Di Meo/AP

Vincenzo Nibali pakte zaterdag de roze leiderstrui in de Giro toen het parcours terug Italië in krulde. Kon het mooier voor de Italianen? Zijn aanval op Chaves, Valverde en Kruijswijk was er daarvoor een volgens het boekje: een vooruitgeschoven mannetje liet zich terugzakken uit de kopgroep en samen reden ze weg bij alles en iedereen. Drie kilometer voor de top van de voorlaatste berg nam hij het zelf over en kreeg hij een drinkbus aangereikt, nog net binnen de toegestane afstand tot de finish.

Het was een bijna machinale greep naar de macht in de Giro, gelijkaardig aan de manier waarop hij Kruijswijk een dag eerder tot een fout had gedwongen in de afdaling van de Colle Dell’Agnello:

“Daar zag ik dat Kruijswijk slecht zat. Ik heb toen nog eens extra gas gegeven om hem onder druk te zetten in de afdaling. Daar is hij niet supersterk. En daar maakte hij zijn fout.”

Deel twee meesterplan

Zaterdag volgde dan deel twee van zijn meesterplan. De tifosi aan de meet werden gek van enthousiasme. “Vincenzo, Vincenzo”, zongen ze hem toe. Hij had zijn volk zojuist een voorschot gegeven op de zege, zondag in Turijn. Amper drie dagen geleden reed Steven Kruijswijk hem nog zoek. Nibali liet zich onderzoeken, hij was zichzelf niet. Astana-arts Emilio Magni stuurde monsters naar een laboratorium, maar er kwam niets uit: Nibali was gezond, maar toch bleef hij in het peloton aangeschoten wild. Juist daar had hij het mentaal moeilijk mee gehad:

“Ik probeerde als favoriet iedereen te controleren, maar dat was een fout. Toen ik dat besefte, ben ik anders gaan koersen, vrijer, zonder druk. Ik heb mijn aandacht op de fans gericht, en op de zware bergen die nog gingen komen. Dat is mijn terrein.”

Lees hier het liveblog terug dat we vandaag bijhielden over de laatste bergrit in de Giro.

En zie de wonderen die hij zaterdag verricht onderweg naar het hoogste heiligdom van Europa, Sant’Anna di Vinadio, op ruim 2.000 meter, gedragen door duizenden van zijn landgenoten. De kans is groot dat hij zondag in een nog veel grotere haag van blijdschap door de straten van Turijn mag rijden.

Chaves ligt op bijna een minuut, Valverde op 1.17, Kruijswijk kukelde van het podium en staat nu bijna twee minuten achter op jongens die hij had kunnen verslaan, was hij niet gevallen. “Vierde is zuur”, zei hij vlak na de finish. “Maar meer zat er niet in. Ik ben blij dat ik nog kon knokken en niet halverwege moest afstappen. Dan waren die afgelopen drie weken voor niets geweest.”

Kruijswijk wilde vechten

Maar wie had het hem kwalijk genomen als hij zaterdag überhaupt niet aan de start verschenen was? Tot middernacht was hij druk geweest met röntgenfoto’s en andere onderzoeken in het ziekenhuis. Door de pijn sliep hij niet voor drie uur. Artsen constateerden een scheurtje in een rib, zijn enkelbanden waren gekneusd. Ieder normaal mens zou in bed zijn gaan liggen met een glas bouillon, maar Kruijswijk wilde vechten voor wat hij waard was, 134 kilometer lang over drie klimmen in ijle berglucht, en nog één naar een finishplaats vol met Italianen. “Hij moet de eerste klim zien te overleven, dan zien we verder”, had Bram Tankink bij de start gezegd.

Maar Kruijswijk was beter dan dat, mentaal nog sterker dan zijn ploeggenoten konden weten. Er is al veel geschreven over zijn herstelvermogen, na zware inspanning. Maar dat hij een dag na zijn smak op de Colle Dell’Agnello met de besten mee omhoog kon, totdat zij die niet waren gevallen de degens kruisten met de eindoverwinning als inzet? Dat getuigt van veerkracht. Daar moet je respect voor hebben.

Niet kapot te krijgen

En dat hadden de tifosi in Sant’Anna di Vinadio ook, toen ze uitgejuicht waren voor hun Nibali. Kruijswijk kwam binnen en het applaus was minstens even hard. “Bravo, Steven, bravo!” Het applaus rolde met hem mee naar een plek waar hij even kon zitten. Hij hapte naar adem, je zag het aan zijn buik en borst, die hevig op en neer bewogen. Maar dat ritme ging met de seconde omlaag. Drie minuten na zijn maximale inspanning, eentje na een rollercoaster van al bijna drieduizend kilometer, en Kruijswijk was weer aanspreekbaar. Dit was waarom hij hier ook in het roze had kunnen staan: de man is niet kapot te krijgen.

Dat zagen ze ook in Italië. Het is waarom dit land zo houdt van de wielersport. Kruijswijk vocht als een leeuw om zijn podiumplaats veilig te stellen, hij werd de personificatie van het woord grinta, dat hier doorzettingsvermogen betekent. De Italianen weten voortaan wie de man uit Nuenen is. Ze zullen voor hem juichen als hij de komende seizoenen, misschien in het shirt van een nieuwe ploeg, zijn gram komt halen.