Hoe een paalschaduw naar de MH17-ramp leidt

Het is tijd voor brieven en nagekomen gedachten. Op 30 april stond hier een stukje over de roep van de kwartel zoals die te horen was in de televisieverslagen na het neerstorten van vlucht MH17. In de eerste dagen werd verslag gedaan vantussen de Oekraïense zonnebloemen en tarwe en daar scharrelden ook kwartels.

Vogelaars beschrijven de roep van de kwartel, de ‘kwartelslag’, als een repeterend ‘kwikmedit’ en het bleek dat deze klanknabootsing rond 1750 ook al gebruikt werd. De oud-Nederlandse aanduiding voor kwartel is volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal ‘wachtel’, Duitsers gebruiken dat woord nog steeds, en wachtel zou weer afgeleid zijn van wahtala en hierin vinden we natuurlijk een nieuwe klanknabootsing. ’t Is een beetje wat de wielewaal overkwam. ‘Der Wachtelschlag’ is ook door Beethoven en Schubert vertaald, beluister YouTube. Overtuigend is het niet, maar de herkenbaarheid is toch heel ontroerend.

De Oekraïense kwartel klinkt zoals de kwartel vijftig jaar geleden in Nederland klonk, stond hier, alsof hier helemaal geen kwartels meer voorkomen. „Er broeden hier nog duizenden kwartels”, bericht een lezer. „Maar ze broeden voornamelijk in het oosten en zuiden van ons land en wie daar nooit komt trekt al gauw een verkeerde conclusie.” Een excuus aan het Nederland buiten de Randstad is hier op zijn plaats .

De gierzwaluwen (Guido Gezelle: ‘Zie, zie, zie, zie!’) arriveerden zeldzaam laat dit jaar en een samenhang met de ongekende kou aan het eind van april is aannemelijk. De AW-redactie, die de terugkeer in Amsterdam bijhoudt sinds 1973, zag de eerste zwaluwen pas op 29 april binnenkomen. Herman Nuijen, die de terugkeer boven Hilversum bijhoudt sinds 1942, zag de eerste vogels pas op 5 mei, dat is hem in die 74 jaar nooit eerder overkomen. Nuijen en AW beheren, voor zover bekend, de langste ononderbroken waarnemingsreeksen die er zijn. En het zijn homogene meet-reeksen, zoals dat heet: zelfde waarnemer, zelfde ervaring, zelfde inspanning, zelfde basis. Of dit voldoende is om conclusies te kunnen trekken uit geregistreerde trends (van 1970 tot 2000 een vervroeging, daarna weer geleidelijk een latere terugkeer) valt te bezien. De aantallen gierzwaluwen nemen zienderogen af en daarmee daalt vanzelf de kans op vroege waarnemingen.

Zo’n neveneffect kan alles verpesten aan jarenlange inspanningen. Nuijen noteert een stelselmatig latere terugkeer van heel véél trekvogels. Maar, zegt hij, de meeste vogels moet je op het gehoor vinden en mijn oren gaan steeds verder achteruit.

Problemen met lange meetreeksen komen in de beste kringen voor. Het KNMI veranderde lang geleden zijn weerhut en zag bovendien de omgeving van De Bilt verstedelijken.

De laatste dodenherdenking op de Dam werd door 20.000 mensen bezocht, is ons gemeld. Een mens kan daaraan een prettig gevoel ontlenen, tot hij ontdekt dat er elk jaar 20.000 mensen naar de Dam komen. Het getal zegt niets over de belangstelling, het laat zien hoeveel ruimte er wordt gereserveerd.

Maar het kan best kloppen. Met het meetinstrumentarium van Google Earth valt te schatten dat jaarlijks ongeveer 6.500 m2 Damoppervlak (2/3 van 10.000) voor belangstellenden wordt vrijgemaakt. Dat levert een gemiddelde bezettingsgraad op van 3 mensen per m2 en dat komt zo op het oog aardig overeen met beelden die de Britse hoogleraar ‘crowd science’ G. Keith Still door een computer liet genereren van menigten met een dergelijke dichtheid. Still onderzoekt rampen met grote mensenmenigten en meent dat niet totale aantallen maar dichtheden het gevaar bepalen. In menigten met een dichtheid hoger dan 5 à 6 personen per m2 nemen de risico’s snel toe omdat mensen niet vrij meer kunnen bewegen. Er kan bij paniek drukopbouw ontstaan.

De bijgaande foto’s houden verband met het MH17-onderzoek dat wordt uitgevoerd door de ‘burgerjournalisten’ van Bellingcat of door een blogger als ukraine@war. Een paar weken geleden dook opeens een nieuw filmpje op van de Boekinstallatie die uiteindelijk vlucht MH17 zou neerschieten. Het ‘dashcam’-filmpje was gemaakt in Makijivka, vlak bij Donetsk. De juiste locatie was snel gevonden en zelfs de datum viel te achterhalen aan de hand van de brandstofprijzen die een benzinepomp liet zien. Voor het bepalen van het tijdstip wordt in voorkomende gevallen gebruik gemaakt van de schaduw. Als schaduw van palen of bomen naar het noordwesten wijst moet de zon wel in het zuidoosten staan en is het nog ochtend. Dat is het idee. Computerprogramma’s kunnen uit de schaduwrichting de tijd tot 10 minuten precies afleiden.

Maar voor een goede analyse is schaduw op een horizontaal oppervlak nodig en vaak schort het daaraan, of vertoont schaduw andere tekorten. Wat er meestal wél is, is de typische zonlicht-schaduw verdeling op vertikale ronde masten en palen. Met wat inspanning is ook daaruit de zonspositie af te leiden, met een precisie van een graad of tien. Qua tijd is dat een nauwkeurigheid van ongeveer een half uur. De theoretische licht-schaduw verdeling blijkt niet door de werkelijkheid gevolgd te worden. De kwestie moet proefondervindelijk worden aangepakt. De foto’s tonen het eerste begin hiervan.