Hij waarschuwde voor een nieuw tijdperk van angst

Toen Margaret Thatcher in 1990 met weerzin zag dat Duitsland door de val van de Berlijnse Muur weer een Europese grootmacht dreigde worden, nodigde ze vier historici uit op haar buitenverblijf om daarover te praten. De Amerikaans-Duitse historicus Fritz Stern verzekerde de Britse premier dat ze voor een herenigd Duitsland niet bang hoefde te zijn. Hij overtuigde haar dat zijn voormalige vaderland, dat hij als kind in 1938 was ontvlucht, nu „een tweede kans” verdiende, want de Duitsers waren veranderd.

Stern, die op 18 mei in New York is overleden, werd in 1926 geboren in Breslau, in een familie van geassimileerde joden. In 1938, kort voor de pogroms van de Kristallnacht, vluchtten ze via Rotterdam naar New York. Toen Stern aarzelde wat hij zou gaan studeren, medicijnen, zoals zijn vader en velen in de familie, of geschiedenis, vroeg hij raad aan Albert Einstein. Medicijnen natuurlijk, geschiedenis was geen wetenschap!

Niet alleen sloeg Stern dat advies in de wind, hij werd een toonaangevend historicus en publieke intellectueel, met Duitsland als hoofdthema. Amerikaan zou Stern altijd blijven, en meer dan een halve eeuw ook docent aan Columbia University in New York. Maar hij kwam regelmatig in Duitsland, en leerde het land opnieuw kennen. Daarvoor moest hij, zei hij later met scherpe ironie, wel eerst een soort ‘denazificering’ doormaken – hij moest leren dat de Duitse geschiedenis niet vanuit het perspectief van 1945 alléén begrepen kan worden – een les die hij ook Thatcher bijbracht.

Populisme was een belangrijk thema voor Stern, en ook de jammerlijke weigering van de intellectuele elite om daar met open vizier en kracht van argumenten de strijd mee aan te binden. In zijn eerste boek (in het Duits Kulturpessimismus als politische Gefahr) onderzocht hij drie Duitse voorlopers van het nazisme en hun hang naar een autoritair bewind, hun hoop op een charismatische leider, hun culturele paniek over de ondergang van Duitse keizerrijk en hun antisemitisme. Helder tot het eind van zijn leven, herkende hij duidelijke parallellen met de huidige tijd en waarschuwde hij „voor een nieuw tijdperk van angst”.

Sterns dubbelbiografie van de Pruisische jonker Bismarck en zijn joodse bankier Bleichröder geldt als zijn hoofdwerk.