Bij uitingen van gevoel ontbreekt het per definitie aan argumenten

Ik heb alle waardering voor de bijdrage van Bas van Stokkom over beledigen in Opinie & Debat van 21 en 22 mei (Het vrije woord is er niet voor pure belediging), met één kanttekening.

Ik mis een basis op grond waarvan het vrije woord verdedigd wordt tegenover de belediging. Deze basis is te vinden in mijn artikel Vrijheid van meningsuiting in historisch en taalkundig perspectief (2012).

In de strijd om de vrijheid van meningsuiting gold in de periode van de Verlichting en daarna als kenmerkend voor een mening: ze kan beargumenteerd worden en (dus) weersproken met tegenargumenten. Tegenover meningen staan gevoelsuitingen, zoals schelden. Uitingen van gevoel ontbreekt het per definitie aan argumenten.

Wie scheldt, onttrekt zich aan het debat en dwingt een ander óf terug te schelden óf te zwijgen.

Schelden kan daarom nooit verdedigd worden met een beroep op het recht van vrijheid van meningsuiting, maar uitsluitend op een (nog te formuleren?) recht op vrijheid van gevoelsuiting.