Foto’s van serene, kale landschappen

Op fotomanifestatie Noorderlicht zijn foto’s te zien waarop de destructieve hand van de mens indirect zichtbaar wordt.

David Maisel: The Fall

Kolenmijnen, mijnenvelden, plastic tasjes en de onzichtbare straling na de kernramp in Fukushima: de 26ste editie van fotomanifestatie Noorderlicht toont met de tentoonstelling Arena de diverse sporen van de mens in het landschap. Het liefste in de combinatie van dreiging en schoonheid, stelt curator Wim Melis. Hij verzamelde het werk van 21 fotografen uit binnen- en buitenland om een verhaal te vertellen over hoe de mens omgaat met zijn omgeving. De esthetische aantrekkingskracht van de foto staat voor hem voorop. „Het heeft wat mij betreft iets van het sublieme”, zegt Melis, „de grote schoonheid en het gruwelijke gevaar ineen.”

Als donkere wolk boven de opening van de expositie in Museum Belvédère hangt het advies van de Raad van Cultuur om Noorderlicht geen subsidie meer te geven. Te weinig experimenteel was het oordeel.

„Maar welk experiment bedoelt de raad dan?”, vraagt curator Melis zich af. Melis is sinds 1995 curator van Noorderlicht. „Ik zie voor mijn werk eindeloos veel fotografie langskomen, maar er is echt niet meer experiment dan dit. Je kunt je onderscheiden door jong talent te tonen. Nieuw werk ontdekken kan iedereen met internet.” Melis stelt dat Noorderlicht het beleid niet gaat wijzigen: „We gaan de Raad ervan overtuigen dat wat we doen belangrijk genoeg is.”

Voor Arena selecteerde Melis geen confronterende afbeeldingen van vernieling, maar foto’s waarbij de confrontatie met de destructie pas later duidelijk wordt. De serene kale berglandschappen uit de serie Copper Geographies van de Chileense fotograaf Ignacio Acosta werken in eerste instantie betoverend, totdat je je realiseert dat je naar een dood landschap kijkt. „Wij verleiden mensen met een mooie foto, en proberen op die manier het verhaal extra indringend te vertellen.”

De geselecteerde fotografen gebruiken verschillende technieken om het onderwerp te benaderen. De Nederlandse fotograaf Witho Worms bijvoorbeeld gebruikte een 19de-eeuwse ontwikkeltechniek voor zijn foto’s van steenkoolbergen in onder andere België, Frankrijk en Wales. Hij ontwikkelde de foto’s met pigment uit de kolen van de gefotografeerde berg. „Kun je met fotografie doordringen tot je onderwerp? Dat was de vraag waar ik mee bezig was toen ik deze techniek ontwikkelde”, licht Worms het ontwikkelproces van zijn serie Cette Montagne C’est Moi toe. „Met mijn foto’s wil ik geen tik uitdelen: ik ben optimistisch over de kracht van het landschap om zichzelf opnieuw te ordenen. Opwarming is misschien voor de mens een gevaar, voor de planeet als geheel valt dat wel mee. Ik heb vooral menselijk gedrag in beeld willen brengen.”