Column

En wat als er niet meer geld voor rechters is?

Wat gebeurt er eigenlijk in ándere landen die op rechtspraak moeten bezuinigen? Worden de stapels dossiers daar gewoon hoger, net als de rijen ontevreden burgers voor de deur langer? Rechtspraak, wéér een reden om boos te zijn op de overheid. Vorige week somberde voorzitter Frits Bakker van de Raad voor de Rechtspraak, dat „het begin van het einde” van de rechtsstaat nabij is, als het kabinet de rechters niet het budget geeft waar zij recht op menen te hebben. Rechtspraak zou niet aan hetzelfde politieke begrotingsspel moeten worden onderworpen als alle andere overheidsdiensten. Dat is juridisch zuiver geredeneerd; de rechtspraak heeft een eigen budgetaanspraak als onderdeel van de trias politica. Maar levert dat argument politiek ook iets op? Verzin een list, Tom Poes, lijkt me.

Maandag luisterde ik in het Vredespaleis naar de hoogste bestuurder van de Britse rechtspraak, senior presiding judge of England and Wales Lord Adrian Fulford. Het aantal gerechtsgebouwen in het Verenigd Koninkrijk zal de komende vier jaar van 400 naar 200 dalen, voorspelde hij, en dat vond hij vooruitgang. Rechtspraak is een functie, niet een gebouw.

De situatie is ernstig. Overal moet de rechtspleging het met minder geld doen. Intussen dreigt ze vast te lopen door te veel wetten en almaar dikkere dossiers. Ooit kon een zaak in één mapje, nu slepen rechters reiskoffers mee naar de zitting. De vraag naar expertise wordt onhoudbaar en onbetaalbaar. Dat vraagt om krachtige maatregelen. Maar wie treft ze?

In het Verenigd Koninkrijk is inmiddels een digitaal productieplatform voor het strafrecht ingevoerd. Dat maakt veel zittingen overbodig. maakt. En er wordt gewerkt aan Her Majesty’s Online Court (HMOC) voor kleinere handels- en familiezaken. Dat is goedkoper, sneller, toegankelijker, past in een digitale samenleving en zou veel rechtszaken kunnen voorkomen.

Op het congres waar Fulford sprak, presenteerde de UvA de site magontslag.nl, waarin een database van zo’n 250 rechterlijke uitspraken antwoord geeft op de vraag of een zaak zinvol is of niet. Die kennis is nu een monopolie (en inkomstenbron) van rechtshulpverleners.

Rechters worden vooral enthousiast van deze verbeterde toegang tot het recht. Er wordt wel gesproken van het ‘fluorideringsmoment’ voor de rechtspraak. Zoals ooit het tandbederf is opgeheven, zou digitale ‘intake’ van zaken de rechtspleging transparant kunnen maken. En zou het al die burgers die nu met hun tasjes vol onbegrepen brieven of particuliere woede langs loketten dwalen, uit de droom kunnen helpen.

Fulford beloofde dat voor de gesloten gerechtsgebouwen ‘pop up courts’ terugkomen – in lokale overheidsgebouwen. De Britse rechtspraak weet dat de gouden tijden van ‘onafhankelijke’ financiering voorbij zijn. Dus moeten ze zich bezinnen op wat ze doen, en hoe ze dat doen. Vorig jaar adviseerde hoogleraar Richard Susskind over de belofte die ‘online dispute resolution’ inhoudt. Belangrijke conclusie: het is weinig zinvol om de bestaande rechtspraak te digitaliseren. Digitale rechtspraak ontwikkel je ernaast. Daarvoor zoek je het best aansluiting bij de markt.

Online dispute resolution blijkt een bloeiende internationale bedrijfstak waar Hiil, het Haagse instituut voor de innovatie van rechtspraak, een hoofdrol speelt. Daar is sinds 2006 gewerkt aan rechtwijzer.nl – internationaal de standaard voor overheden in nood. Toen Canada rechtsbijstand voor echtscheiding wegbezuinigde, greep British Columbia naar de rechtwijzer. Daar draait het nu als Civil Resolution Tribunal, een nieuwe wettelijk erkende rechterlijke instantie. Uitspraken hebben de status van een rechterlijk oordeel.

Rechtwijzer.nl heeft die status niet. Wie er daar zelf niet uitkomt, moet een ‘beslisser’ inhuren. Het wordt tijd dat rechtspraak en kabinet buiten de gebaande paden kijken.