Doodsbang en diep gelukkig

Waarom begeven alpinisten en basejumpers zich vrijwillig in levensgevaar? Niet omdat ze angstloos zijn. Hun doodsangst is een noodzakelijk kwaad.

De Franse basejumper Olivier Julien Chacornac springt van de Kuala Lumpurtoren in Maleisië. Foto MOHD RASFAN/ AFP

Al veertien goede klimvrienden en mede-expeditieleden verloor Edurne Pasaban aan de bergen. Tijdens haar bergtochten denkt ze geregeld aan hun dood – en realiseert ze zich dat haar hetzelfde had kunnen overkomen. De Baskisch-Spaanse bergbeklimster was in 2010 de eerste vrouw ter wereld die het lukte om alle veertien bergen van achtduizend meter en hoger te beklimmen.

Waarom zou je vrijwillig iets doen dat de kans op lijden en sterven vergroot? Wat drijft alpinisten en beoefenaars van nog extremere sporten? Bij basejumpen bijvoorbeeld – het van stilstaande objecten springen met een parachute op de rug – overlijdt jaarlijks gemiddeld 1 op de 60 sporters tijdens een sprong. 72 procent zag al eens een dodelijk of zeer ernstig ongeval van een collega-basejumper.

In de wetenschap is lang gedacht dat high-risk-sporters abnormaal angstloos zijn, omdat ze van nature minder dopamine in hun lichaam zouden hebben. Daarom zouden ze constant zoeken naar adrenalinekicks. Een andere bekende theorie was dat deze sporters geneigd zijn hun eigen capaciteiten te overschatten en risico’s te onderschatten. Maar de laatste jaren neemt de twijfel over dit soort theorieën toe. De aannames bleken gebaseerd op slecht uitgevoerd onderzoek in zeer kleine of anderszins niet representatieve onderzoeksgroepen. In recenter – weliswaar opnieuw zeer kleinschalig – onderzoek komen high-risk-sporters juist naar voren als bedachtzaam, voorzichtig, perfectionistisch en vooral: zeer realistisch waar het hun eigen risico’s betreft.

Voor mijn boek Alles onder Controle. Hoe high-risk sporters angst overwinnen, dat deze zomer verschijnt, sprak ik een aantal van de beste extreme sporters ter wereld. Stuk voor stuk kwamen ze niet over als roekeloze adrenalinejunks. Integendeel, ze vertelden heel vaak, heel bang te zijn als ze hun sport beoefenen. Dat vinden ze absoluut geen prettig gevoel, maar ze hebben het ervoor over omdat ze op andere manieren heel veel voldoening halen uit hun sport. Ze genieten van het actief zijn in de natuur. Ze ervaren persoonlijke ontwikkeling door het verleggen van grenzen en het trainen van zelfcontrole. De sport geeft hun een gevoel van vrijheid en levensgeluk.

Spiderman

Neem de Franse ‘builderaar’ Alain Robert, bijnaam Spiderman, die regelmatig gebouwen als de Eiffeltoren (300 meter) en het Empire State Building (381 meter) beklimt zonder touw of andere veiligheidsmaterialen. Robert heeft tijdens al zijn beklimmingen last van hoogtevrees. Is hij halverwege een wolkenkrabber, dan wordt hij duizelig, beginnen zijn knieën te knikken, en valt hem opeens dat kerkhof op, ver weg in de diepte. „Doodeng”, noemt hij zijn beklimmingen dan ook. „En het laatste wat ik wil, is doodgaan. Ik beklim die gebouwen niet omdat ik eigenlijk suïcidaal ben! Het enige wat ik wil is klimmen. Alleen is dat dus gevaarlijk, en moet ik leren omgaan met mijn angst.”

Daar zit voor hem ook de aantrekkingskracht. „Dat ik mezelf kan dwingen door te klimmen, ook al geeft mijn lichaam aan dat het liever af zou willen dalen. Ik luister nooit naar mijn angst, ik klim er doorheen. En als dat me lukt, en ik arriveer veilig op de top, dan voel ik mij een winnaar.”

De Amerikaanse basejumpster Steph Davis verloor zowel haar ex-echtgenoot, als haar latere geliefde aan het basejumpen. Beide mannen stortten neer en waren op slag dood; de ene in 2013, de ander in 2015. Heel even overwoog ze het basejumpen op te geven, maar inmiddels springt ze weer bijna dagelijks in haar wingsuit van een berg. Het over de wereld heen kunnen kijken, vliegend boven de rotsen, brengt haar een „intens geluk” dat ze niet op wil geven.

Waar mogelijk probeert ze het risico te verkleinen: Ze traint haar lichaam om haar conditie op peil te houden, kleedt zich in goed materiaal en meet de windrichting secuur op. De oncontroleerbare aspecten probeert ze te aanvaarden. „Er kan altijd iets gebeuren dat ik niet had voorzien. Het weer kan omslaan, de wind kan draaien.” Dan haalt ze diep adem, beseft dat ze ieder moment kan doodgaan, zet af – en geniet van haar vlucht. „Ik neem het risico omdat ik weet dat ik me fantastisch voel tijdens en na een sprong, net zoals mijn overleden geliefden zich voelden.”

Alpiniste Edurne Pasaban durfde na haar ongeluk op de K2 lange tijd niet meer te klimmen, maar uiteindelijk bleek de aantrekkingskracht van de bergen te groot. „Ik houd van de bergen,” zucht ze, „maar ze jagen me ook angst aan. En terecht! Ze zijn gevaarlijk.” Sinds haar ongeluk is ze banger dan ooit. „Ik luister naar die angst. Een beetje angst hoort erbij als je in de bergen loopt – dat houdt je scherp. Maar als ik te bang word, keer ik om. Dan is het niet het juiste moment. Soms bereik ik een top niet die anderen wel bereiken. Maar ik overleefde al mijn beklimmingen, en veel van mijn collega’s niet.”