De Denen hebben het beste pensioen ter wereld

Denemarken De Denen hebben al persoonlijke pensioenpotjes, zoals Nederland die mogelijk ook krijgt. Op zoek naar het Zwitserlevengevoel in de streek met de meeste gepensioneerden.

Foto's Gino Kleisen

Zwemclub De IJskatten gaat iedere morgen pootjebaden in de haven van Rørvig. Ook in de winter, als de ijsschotsen in het Kattegat aan de horizon voorbij drijven. „We zingen ons clublied, nemen een kleine Schnapps en gaan er dan in”, vertelt Bjarne Grünfeld (67), gepensioneerd ambtenaar van de Deense spoorwegen. Voor zijn vrouw Jette is het water ’s winters extra koud, zegt hij. „Zij heeft twee kunstknieën met metaal erin.”

Ze wonen in Odsherred, honderd kilometer ten noordwesten van Kopenhagen. Het staat bekend als de regio waar Deense gepensioneerden naartoe trekken voor het Zwitserlevengevoel. Odsherred heeft veel zonuren, mooie zandstranden en een golfbaan met 27 holes. Denen uit de stad gaan hier na hun pensioen goedkoop in een vakantiehuisje wonen. Ruim 37 procent van de 32.500 inwoners bestaat uit 65-plussers. Er wonen zeven 105-jarigen – in 2040 zijn dat er naar verwachting vijfentwintig.

Odsherred is een plaatsje dat vergrijst en toch groeit. Dat is prettig voor de gemeentekas, bevestigt burgemeester Thomas Adelskov (51). „En ook voor de gemeenschap”, zegt hij. „We hebben een bloeiend verenigingsleven.”

Wereldkampioen

Het pensioenstelsel van Denemarken (5,6 miljoen inwoners) staat al vier jaar bovenaan de wereldranglijst van adviesbureau Mercer. En het Nederlandse stelsel, de nummer twee, gaat mogelijk lijken op dat van Denemarken.

Een commissie van de Sociaal Economische-Raad (SER) presenteerde vorige week een onderzoek naar persoonlijke pensioenen. Iedereen krijgt in die opzet zijn eigen pensioenpot, maar de financiële risico’s (beursverliezen, stijgende levensverwachting, arbeidsongeschiktheid, vroegtijdig overlijden) blijven we delen. In Denemarken en Zwitserland heb je al „praktijkvoorbeelden” van zulke pensioenen, schreef de SER eerder.

Piepjong

Het wonderlijke is dat het stelsel van wereldkampioen Denemarken piepjong is. De Nederlandse pensioenwet dateert van 1952, maar in Denemarken hebben werkgevers, vakbonden en de overheid aanvullende pensioenen voor alle werknemers die onder een cao vallen pas in 1987 ingevoerd. Alleen ambtenaren en de best betaalde werknemers hadden voor die tijd een aanvullend pensioen. Tweederde van alle werkenden, vooral de handarbeiders, had alleen een basispensioen.

„Onze big bang was in 1987, toen is het begonnen”, zegt Karen Leth Jensen in het strakke kantoor van Forsikring (‘Verzekering’), de vereniging van pensioenfondsen, in Kopenhagen.

Financieel gezien is het stelsel ook nog onvolgroeid: de pensioenpotten moeten nog meer gevuld worden. Pas in 2050, als Denen waarschijnlijk tot hun 71ste werken en iedereen zijn hele loopbaan premie heeft betaald, is het stelsel ‘volwassen’ en zullen de uitkeringen hoger zijn.

Begin jaren negentig betaalden Denen bovendien nog nauwelijks pensioenpremie: 1 procent van hun loon. De premie is in stapjes verhoogd en sinds een paar jaar betalen Denen 12 tot 18 procent. Ter vergelijking: veel Nederlanders betalen 15 tot 20 procent premie. Werknemers werken dus eigenlijk gemiddeld één dag per week voor hun pensioen.

Rita Og Ole Paaske (82 jaar): „Om de week fiets ik 40, 50 kilometer – met mijn elektrische fiets. Ik hou van zwemmen en zit bij een nordic walking-club.”

Het jonge, Deense systeem is een succesverhaal. Het gemiddelde besteedbare jaarinkomen van gepensioneerde Denen is sinds begin deze eeuw bijna 70 procent gestegen tot omgerekend 26.300 euro in 2014, volgens Danish Statistics. De groep Deense gepensioneerden die rond de armoedegrens schommelt, is in die periode gedaald van 2,5 naar 1,7 procent.

Dat wil niet zeggen dat alle Denen kunnen rentenieren. Er zijn grote inkomensverschillen tussen ouderen. Bjarne Grünfeld uit Odsherred heeft bij de spoorwegen een bruto pensioen van 3.230 euro per maand opgebouwd. Zijn vrouw Jette krijgt als kleuterleidster een klein pensioentje van 270 euro per maand.

De helft van de gepensioneerden heeft bovendien nauwelijks aanvullend pensioen. Zoals oud-elektricien John Christiansen (78), die meedoet aan de woensdagse mannencompetitie van de Odsherred Golfklub. Op een elektrische tweewieler slingert hij over de glooiende banen. Hij krijgt maandelijks alleen 1.340 euro basispensioen. „Gelukkig heb ik wat geld op de bank”, zegt hij. „Daar kan ik dan deze monobuggy kopen. Én tickets voor André Rieu in Maastricht.”

Het basispensioen in Denemarken bestaat uit twee delen. Het grootste deel is het Folkepension van de staat, zeg maar onze Algemene Ouderdomswet (AOW). De AOW is hoger voor alleenstaanden dan samenwonenden, maar is in principe voor iedereen gelijk. In Denemarken is de hoogte van het Folkepension afhankelijk van je salaris en vermogen. Een ander verschil is dat de AOW wordt betaald uit premies, terwijl het Folkepension geheel wordt betaald met belastingopbrengsten.

„Dat mag ook wel”, zegt Bjarne Grünfeld. „We betalen in Denemarken 50 procent inkomstenbelasting. Over alles wat je koopt, betaal je 25 procent btw. En bij de aanschaf van een auto betaal je al snel 150 procent belasting.”

Een beetje extra

Het kleinste deel van het Deense basispensioen is het ‘arbeidsmarktpensioen’ ATP. Het lijkt in sommige opzichten op de variant van de SER in Nederland, omdat het ook een persoonlijk potje met een gezamenlijke buffer is.

ATP is een verplichte ‘uitkeringsregeling’ voor iedereen die 9 uur per week of meer in loondienst werkt. De hoogte van de premie is niet afhankelijk van je inkomen, maar van het aantal werkuren. Van de inleg gaat 80 procent naar je persoonlijke pot en 20 procent naar een reserve. Die buffer is bedoeld om economische klappen op te vangen en de pensioenen te verhogen als het kan.

De premie voor een voltijds werknemer is 435 euro per jaar. Op zijn 65ste heeft hij hiermee een jaarlijkse uitkering van 3.214 euro opgebouwd. „We noemen het ‘een klein beetje extra voor iedereen’”, omschrijft Carsten Stendevad, bestuursvoorzitter van de ATP Group.

Naast het Folkepension en ATP hebben ongeveer 2,1 miljoen Denen een verplicht, aanvullend, persoonlijk pensioen waarbij risico’s samen worden gedeeld. Geen pensioen met garanties zoals Nederland nu heeft, maar een zogenoemde premieregeling, zoals de SER-commissie heeft onderzocht. Werkgevers en vakbonden stellen per bedrijfssector een stabiele premie vast die later een goed pensioen zou moeten opleveren.

Bjarne Grünfeld (67 jaar): „Voor je een duik in de haven neemt, kun je je opwarmen in een sauna op de steiger. Maar dat is niks voor mij. Ik word er zeeziek van.”

Dekkingsgraden en kortingen heb je niet bij zo’n persoonlijk pensioen. Als de beurzen crashen of als de rente omlaag duikelt, wordt het verlies direct verrekend in je pensioen. „De rekening krijg je pas aan het eind van je werkende leven”, legt Michael Rasch van Forsikring uit. „Maar je kunt nu al zien of je opbouw groeit of juist slinkt.”

Eigenlijk zijn het persoonlijke pensioenverzekeringen die worden aangeboden door fondsen. Laagopgeleide werknemers betalen gemiddeld 12 procent premie, academici 15 procent en de hoogste inkomens 18 procent. Samen met het Folkepension, ATP en het aanvullende pensioen bouwen Denen zo 80 tot 90 procent van hun laatstverdiende inkomen op, zegt Forsikring. Je kunt het pensioen laten uitkeren zoals je wil: maandelijks, maar ook alles in één keer.

De Deense pensioenen kunnen eenvoudig digitaal overgeheveld worden naar een ander fonds als mensen van werkgever wisselen. In Nederland zijn we nog niet zover, het kabinet onderzoekt nu de mogelijkheden. Niet dat Denen hun bedrijfstakpensioenfonds kunnen kiezen of dat er een breed pallet aan fondsen is, overigens. Forsikring heeft ruim dertig leden, waaronder grote commerciële pensioenverzekeraars van banken zoals Danica (600.000 deelnemers).

Bij bedrijven met eigen pensioenregelingen kunnen Denen zelf pensioenkeuzes maken. „Een adviseur komt langs met zijn laptop om je individuele pensioen door te nemen”, vertelt Rasch van Forsikring. „In hoeverre je je wilt verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid en vroegtijdig overlijden bijvoorbeeld. Of welk beleggingsrisico je wilt nemen, al is dat begrensd: je kunt niet 100 procent in Indonesisch staatspapier beleggen.”

„De meesten vragen: wat voor beleggingrisico kiezen mensen zoals ik?”, zegt Karen Leth Jensen van Forsikring.

Toveren

„Het pensioenstelsel is een van de grote grote successen van cao-onderhandelingen”, volgens Steen Müntzberg van werkgeversvereniging DA. „We zijn hier erg tevreden met onze pensioenen”, zegt ook Ingerlise Buck van LO, de Deense confederatie van vakbonden.

Maar Deense fondsen kunnen geen geld toveren en hebben evengoed last van de crisis en de lage rente. „Veel fondsen zijn daarom gaan investeren in alternatieven, zoals niet beursgenoteerde ondernemingen, kredietverlening en infrastructurele projecten”, vertelt Christina Gordon Stephansen van Forsikring. „Zo veel zelfs dat de Deense toezichthouder FSA onderzoekt wat de risico’s zijn.”

Finn-Lasse Olsen (75 jaar): „Ik drink graag een biertje, ga naar country-concerten en aan het eind van de maand is mijn pensioen op. Van je pensioen word je geen miljonair.”

Steeds meer fondsen die een zeker minimumpensioen garandeerden laten dit los, vertelt Müntzberg van DA. Een bekend voorbeeld is het grote fonds Sampension, dat in 2010 besloot niets meer te beloven wegens strengere Europese buffereisen. Boze Denen stapten met de nationale ombudsman naar de rechter en Sampension schikte de zaak.

De hoge belastingen op pensioengeld vormen een ander probleem. „Voor werkenden die tegen hun pensioen zitten, loont het niet om te sparen”, zegt Buck van vakbondconfederatie LO. „Het is bad business.” De vorige Deense regering heeft in 2014 een commissie ingesteld om de belemmeringen voor pensioensparen te onderzoeken. Maar de huidige liberale minderheidsregering met gedoogsteun van de Deense Volkspartij heeft deze commissie weer afgeschaft. Een kwestie van prioriteiten, zei Karsten Lauritzen, minister van Belastingen.

En net als Nederland kampt Denemarken met zzp’ers die geen pensioen opbouwen – al zitten ze daar zelf niet altijd mee. Lars Rønne (32) uit Kopenhagen werkt sinds een jaar als zelfstandig muzikant en producer. Hij heeft vorig jaar nog opgetreden met de Deense rapper Pede B op het Roskilde-festival. „Aan de telefoon beginnen banken altijd over pensioenopbouw, maar ik heb geen haast”, zegt hij. „In de muziekwereld praat je niet over pensioenen. Je speelt.”