Bus en beest ineen

In een busje voel je de verziekende werking

van macht. Scheuren is zo makkelijk, dat ook Bas van Putten het niet kan laten.

De Mercedes V 250 d DC Avangarde XL bij ROGAM in Bergschenhoek. Op de foto verkoopadviseur Kees de Groot.

Wij staan op het punt het busjesraadsel op te lossen. Bron van verstandsverbijstering voor de forens die vóór de ochtendspits vrije doorgang naar zijn droevige kantoortuin dacht te krijgen. Fileleed is niks bij wat hem op zijn vrije snelweg overkomt. Als oud vuil wordt hij tussen de vrachtwagens geperst door loodgieters en bouwvakkers die in hun klusbussen met hoge snelheden de linkerbaan terroriseren. Quizvraag: waarom gaan die krengen zo afschuwelijk hard?

Wel, omdat ze het in zich hebben. Zo’n bus heeft een veelvoud van de spiermassa die nodig is voor het transport van pakjes en cement. Hightech turbodiesels geven die pitpulls vleugels. Een ander argument dan dat tijd geld is, kan ik voor de versprinting van het transportwezen niet verzinnen. Je vermoedt er emancipatoire motieven achter, het nobele idee dat klussers in de vaart der volkeren mogen meestomen. Zijn de omineuze gevolgen voorzien? Mag je de bestuurders kwalijk nemen dat ze de handschoen opnemen? Het misbruik van die busjes grenst aan uitlokking. Mij overkwam het ook.

Ik reed zo’n bus en werd per ommegaande busjesman. Ik kruiste 160 op de linkerbaan, drukte Audi’s van de weg, voelde op mijn hooggeplaatste zetel het verziekende effect van macht in mijn botten kruipen. Ik reed dan ook een diesel met 190 pk, hetzelfde vermogen als de leasediesels waarin het merendeel der BMW-klanten zichzelf een hele pief vindt. De Mercedes V-klasse V250 Avantgarde XL haalt het slechtste in de mens naar boven. Noem dat het BMW-effect. Tot ik BMW reed, vond ik alle BMW-rijders schurken. Na een stormachtige maidentrip wist ik: het is de schuld van de auto. Het gaat te makkelijk. Maak scheuren kinderspel en de illusie van beschaving komt als boemerang retour.

Geslagen hond

Maar in godsnaam zeg, wat zou een man van stand zich laten provoceren door een berg staal van 2.100 kilo die een kop boven hem uitsteekt? Ten eerste speelt waarschijnlijk het effect van psychologische misleiding mee. Zo’n halve vrachtwagen lijkt trager dan hij is, waardoor je instinctief meer gas geeft. Daarnaast bood hij een uitgelezen gelegenheid om oog om oog het ondernemerskwaad te vergelden. Het is pathologisch bevredigend vol opgekropte hard feelings op zo’n transporthooligan af te stormen en de geslagen hond naar rechts te zien afdruipen. Namens getraumatiseerd Nederland rekende ik grondig af met het midden- en kleinbedrijf. Pak aan, tokkies! Voor een volledig herstel van de gezagsverhoudingen had ik alleen de topsnelheid van 206 nog even moeten uitproberen. Het was de kroon op de sigaar uit eigen doos geweest. En misplaatste vergelding, nu is bewezen dat het niet aan de chauffeurs ligt.

Overigens rijd ik niet het zoveelste koeriersbusje. De V250 is zo’n dreigend zwarte personenshuttle die je in Nieuwsuur achter limo’s met gemene Serviërs aan boord naar Internationale Strafhoven ziet planken. Het is trouwens ook geen personenbus, al ziet hij er met zijn verduisterde zijruiten wel zo uit. Het is een besteller op grijs kenteken met dubbele cabine. In die set-up heb je wel een achterbank, maar is tussen zit- en laadcompartiment een schot aangebracht dat hem bij zakelijk gebruik een bpm- en btw-vrije status oplevert. Dat maakt het nóg aantrekkelijker hem met alle extra’s en de allerdikste motor te bestellen. Dan nog betaalt de ondernemer 72.000 euro voor een übertransporter die met alle belastingen inbegrepen 112.000 euro had gekost, bus en beest ineen.

Dat schot ontbust hem wel. Het deelt hem op als Duitsland voor de Wende; het kapitaal voorin, het arbeidersparadijs achter, waar de scheidingswand de lengte van de laadvloer drastisch inperkt. Er kan nu geen matras meer in, hoewel nog altijd vrij veel meer dan in een suv. Ik propte hem vol dozen en een motormaaier. Onverzadigbaar. Ik was gek met dat busje.

Waarom dan toch? Om zijn bussigheid, om alles wat er niet verweekt aan is. Ik vind het leuk dat hij vet en hoog is en nog klinkt als een diesel. Verder vind ik een bus gezellig. Voor de V-klasse had ik de familieman willen worden die de nerd in hem bijtijds de strot had omgedraaid met voetbaluitjes en kampeervakanties.

Hij had iets minder opgedoft mogen zijn. De elektrisch verstelbare stoelen, leren bekleding, de audio-installatie van Burmester, de automaat en het multimediagebeuren beroven hem van zijn authentieke rauwheid. Ze zijn stijlbreuken, de elektrische schuifdeuren die je met een apenzwaai wilt kunnen dichtrammen, maar tergend langzaam sluiten terwijl je lijdzaam toeziet als de gewichtheffer die zijn krachtvertoon moet overlaten aan een robot.