Niet erin of eruit, maar meer of minder

De tegenstanders van een Brexit schermen vooral met economische argumenten, de export zou kelderen, hoge inflatie e.d. Zij gaan echter voorbij aan het feit dat de aversie tegen de EU niet gebaseerd is op economische motieven, maar op kritiek op de invloed van de EU op alle andere beleidsterreinen. Veel nationale opvattingen over cultuur, rechtspraak, immigratie, vrij verkeer van personen, subsidiebeleid e.d. worden door de EU genegeerd en weggewuifd omwille van de ‘universele’ EU-saus. De torenhoge kosten, riante salarissen en ondoorzichtige besluitvorming resulteren in veel landen in een negatieve houding van het publiek ten opzichte van de EU. Ook discussies over verdere uitbreiding met bijvoorbeeld Turkije doen geen goed aan het imago.

Er zou dus eigenlijk geen discussie moeten zijn over wel of niet in de EU blijven, maar over hoe passen we de EU aan (lees: aanzienlijk afslanken, terugnemen van bevoegdheden) om weer terug te komen bij het uitgangspunt van een economische unie. Die heeft welvaart gebracht, en dat grote goed moeten we koesteren.

Als wij ook hier te lande ooit een referendum over de Europese Unie zouden hebben, dan moet de vraag niet zijn: ‘erin of eruit’ maar ‘meer of minder’.

Jammer genoeg is dit niet bij de discussie over de Brexit aan de orde gekomen omdat de leidende politici, bang om minder invloed en macht te hebben, halsstarrig aan een ja of nee bleven vasthouden en daarbij helaas bijgedragen hebben aan een uiterst negatief klimaat. De rede was ver te zoeken.