Column

Aboutaleb

Steeds wanneer je leest over de aanstaande gooi van Ahmed Aboutaleb naar het lijsttrekkerschap van een zieltogende PvdA, wordt er melding gemaakt van scepsis binnen de eigen partij. Het zijn altijd bronnen binnen „PvdA-kringen” die hardop, maar natuurlijk wel anoniem, betwijfelen of Aboutaleb wel geschikt is. De man zou te zelfvoldaan zijn, niet zijn opgewassen tegen de harde Haagse politiek. Vrijdag nog in de Volkskrant: „Sommigen in de partij betwijfelen of Aboutaleb overeind zal blijven in Den Haag…”

Misschien zegt dat meer over Den Haag dan over Aboutaleb? Daarbij, blijft de PvdA zelf wel overeind in Den Haag? De burgemeester van Rotterdam is volgens dezelfde krant „een outsider. Hij behoort niet tot de groep van Samsom, Asscher, minister Dijsselbloem en partijvoorzitter Spekman die sinds 2012 de dienst uitmaken.”

Deze ring of steel heeft de partij de afgelopen jaren met stugge volharding naar de rand van de afgrond gebracht – vrees niet, ik ga de oorzaken niet opnieuw opsommen. Tragisch is het wel: ik herinner me hoe Marnix Norder, nog maar een paar jaar geleden aanstormend PvdA-wethouder in Den Haag, zei hoe blij en opgelucht hij was met het aantreden van Diederik Samsom. Eindelijk brak hun generatie door. Eindelijk kon er afscheid genomen worden van de mastodonten die de partij zo lang gegijzeld hadden.

Vier jaar later is diezelfde lichting vastgelopen. De PvdA staat al tijden op zo’n tien zetels – ik rond naar boven af. Heel lang was het de kiezer die het gewoon nog niet begreep, het wachten was op de aantrekkende economie, tot de hervormingen van Rutte II hun beslag zouden krijgen. Het bleek allemaal stugge ontkenning. De vraag is nu niet of Samsom zal vertrekken, maar hoe. Marnix Norder is allang uit de politiek – volgens Wikipedia werd hij in 2014 ambassadeur van het „Expertteam Eigenbouw”. Hij moet er nog wat aan trekken, denk ik, want ik heb geen idee wat het is. Zelfs de godfather van deze generatie, Wouter Bos, is zijn column kwijt.

Het is dus bepaald geen nadeel om in deze constellatie een outsider te zijn, zoals Aboutaleb. Afgelopen donderdag zette hij Samsom voor het blok – de burgemeester wilde best de strijd voor het lijsttrekkerschap aangaan, verklaarde hij, maar niet tegen Samsom. Aboutaleb in Nieuwsuur: „Het is raar als je een leider heel lang hebt gesteund om dan ineens te zeggen: nou Diederik, nu ben ik jouw opponent!’’ Nou raar – misschien minder wreed dan voorstellen dat de overambitieuze, maar chronisch impopulaire Samsom gewoon eerst moet opkrassen voor jij het toneel betreedt, zodat hij vanaf nu als een nog grotere hindernis voor de wederopstanding van de PvdA wordt gezien.

Vooralsnog lijkt Aboutaleb dus uitstekend opgewassen tegen het Haagse. Hij voelt ook goed aan dat de deadline voor Samsom verlopen is. Oktober is te laat.

Het grappige, en ook wel pijnlijke, aan de scepsis binnen de PvdA richting Aboutaleb is dat men weer de kiezer niet vertrouwt – het gedweep met hem zou vluchtig zijn, en bij de eerste aanraking met de Haagse werkelijkheid, bij de eerste harde confrontatie met Wilders, weer vervliegen.

We zullen zien. Onmiskenbaar heeft Aboutaleb de afgelopen jaren als bestuurder de goede toon gevonden – dat is een toon van morele betrokkenheid, die het individu steeds blijft zien als onderdeel van een samenleving, waar je ook verantwoordelijk voor bent - maar de samenleving is ook verantwoordelijk voor het individu. Die vitale, vroeger vanzelfsprekende, wisselwerking tussen individu en samenleving is in de huidige sociaal-democratie hopeloos verwaterd of verwaarloosd. Uit achteloosheid, uit opportunisme, uit pure onbenulligheid. Vier jaar Samsom hebben het alleen maar erger gemaakt.

Alleen daarom al is het belangrijk dat Aboutaleb de strijd aangaat.